6 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Zei de`
- alle baat helpt Zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
- de druiven zijn zuur (Zei de vos maar hij kon er niet bij) (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
- elk zijn meug, Zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
- het is kruis of munt, Zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
- ik wil hogerop, Zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)
- vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, Zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)
27 dialectgezegden bevatten `Zei de`
- `Aarg geschrouw, mer weinig wol, ` Zei de boer en hie had 't vaarke onder 't mes (=Veel geschreeuw, maar weinig wol) (Barnevelds)
- `Wa nou gezong'n` Zei de koster en de keir'k stont in brand. (=Wat kunnen we nu nog aanvangen?) (Moes)
- 't Speelt oal gjèn rolle Zei de boerinne, en ze ging ip eur zwin nao de kerke (=Die persoon trekt het zich niet aan / Ik trek het mij niet aan wat de mensen ervan denken) (Roeselaars)
- "Kwa"zei bure en ze bleef nog un ure (=Ik ga, Zei de buurvrouw en ze bleef uur) (Zeeuws)
- alle boeëten elpen, Zei de moosj en ze pistn in de zjië (=alle baten helpen Zei de mug en ze plaste in de zee) (Meers)
- de tijd vlig toch snel, zaag te boer, en hae goejde zëne wèkkër noë zën vroo hërre kop (=de tijd vliegt, Zei de boer, en hij gooide de wekker naar zijn vrouw haar hoofd) (Munsterbilzen - Minsters)
- Doar goatie, de meulu, zeedun muldur (=Daar gaat hij, de molen, Zei de molenaar) (Brakels (gld))
- e gat is e gat zeite boer en haa poepte zaan veireke (=een achterwerk is een achterwerk Zei de landbouwer, en hij vrijde met zijn varken) (herenthouts)
- ë koet ès ë koet, zaag te boer, en hae sproeng op zën zoëg (=een gat is een gat, Zei de boer, en hij besprong zijn zeug) (Munsterbilzen - Minsters)
- freet ès gezond, zaag te boer, en hae goef zën vroo een goej paer (=fruit is gezond, Zei de boer, en hij gaf zijn vrouw een peer) (Munsterbilzen - Minsters)
- hei zee de champetter tigge de voerman, kom er es aaf da ich er och opzet (=hier Zei de veldwachter tegen de boer, kom er eens af dat ik er U op zet) (Heusdens)
- Ieder zijn meug Zei de zeug (=Iedereen zijn zin) (Bambrugs)
- Kwa, zei bure en ze bleef nog een ure (=Ik ga, Zei de buurvrouw en ze bleef nog een uur.) (Zeeuws)
- Kwoa zei buure en ze bleef nog een uure (=Ik ga Zei de buurvrouw en ze bleef nog een uur) (Zeeuws)
- Les carottes sont bonnes, Zei de Fransman en hij at al zijn vlees op (=Het één zeggen en het ander doen) (Kortrijks)
- leverkeukskes waere hie neet gebakke (=Zei de moeder als het kind zei: “ik wil liever....”, “je hebt niks te willen”) (Heitsers)
- Now gao'k d'r aan, Zei de pier tegen de haan. En toen had'e 'm al half opgeaete. (=het is te laat daar nog iets aan te doen.) (Barghs)
- olle baotn elpn Zei de mugge en ze piste in de zèè (=ook een kleine bijdrage is welkom) (kortemarks)
- Olle Boatn èlpen Zei de Miere... En ze piste-gin in De Zjeé (=alle beetjes helpen) (Kortrijks)
- Op 'n krom voor wèst mier as op 'n rechte. (=Zei de voorman als hij een kromme voor geploegd had.) (Genker)
- t'es wried za den oijl assen zè jonk zag! (=t'is erg Zei de uil toen ie zijn jong zag) (Ninoofs)
- Toet toet zej den trein en de statie ree vuurt (=tut tut Zei de trein en het station reed door) (Wetters)
- tutuut Zei den tram, en de stoesse ging voech! (tut tuut Zei de trein en het station ging voort!) (=Hij loopt totaal naast zijn schoenen!) (Brussels)
- vë zulle wol zien, zaag te blinne (=wacht maar af, Zei de blinde) (Munsterbilzen - Minsters)
- wat konste toch zaoge, zaag te boer, en hae braach zën vroo nog ë pak planke (=vrouw, wat kan je toch zagen, Zei de boer, en hij bezorgde haar nog een pakje planken) (Munsterbilzen - Minsters)
- wèrke ès zoalig zag de begijn en ze droehge 'n boengèèrd met drije. (=werken is zalig Zei de begijn en ze droegen de bonenstaak met drie.) (Genker)
- wo aad en versliëte ès, moet noë ët stort, zaag te boer, en hae goejde ze vrooke èn de vaulbak (=wat oud en versleten is, moet naar het stort, Zei de boer, en hij gooide zijn vrouwke in de vuilbak) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen