8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Wein`
- grote pracht, Weinig macht. (=je voordoen als een rijk man terwijl je arm bent)
- men vindt veel grijzen, maar Weinig wijzen. (=oude mensen zijn niet per definitie wijs)
- te Weinig om te leven en te veel om te sterven (=een te kleine aalmoes)
- veel beloven en Weinig geven, doet de gek in vreugde leven (=veel mensen zijn al blij met een belofte en geloven alles)
- veel geblaat/geschreeuw maar Weinig wol (=veel woorden hebben maar in de praktijk komt daar weinig van terecht)
- veel geschreeuw maar Weinig wol. (=veel drukte om niets)
- Weinig armslag hebben (=weinig ruimte hebben om uit te breiden of weinig mogelijkheden hebben, meestal in geld uitgedrukt)
- Weinig om het lijf hebben (=het stelt niet veel voor.)
66 betekenissen bevatten `Wein`
- bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving Weinig aandacht.)
- een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die Weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
- vragen kost geen geld (=al heb je Weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
- een bodemloos vat zijn (=altijd te Weinig van iets zijn of opraken)
- zo gaan er twaalf in het dozijn (=dat heeft Weinig waarde)
- zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft Weinig waarde, is niet zo bijzonder)
- dat is een aalshuid (=dat is van Weinig waarde)
- aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg Weinig)
- thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je Weinig thuis bent)
- een klein visje een zoet visje (=een klein voordeel of winstje dat met Weinig moeite is verkregen)
- een lulletje rozenwater (=een Weinig dynamisch persoon)
- de room is er af. (=er is Weinig meer aan te verdienen)
- een zwaar hoofd in iets hebben (=er Weinig kans in zien)
- er geen houvast aan hebben (=er Weinig mee kunnen doen)
- er geen pap van gegeten hebben (=er Weinig over weten)
- van pomp noch pompstang weten (=erg dom zijn, Weinig weten)
- op een zuinigje (=erg goedkoop - Weinig moeite doend)
- met het verstand van een garnaal (=erg Weinig verstand, erg dom)
- je op glad ijs wagen/begeven (=ergens over gaan praten waar die Weinig van af weet)
- iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te Weinig)
- het zout in de pap verdienen (=heel Weinig verdienen)
- er is reuk noch smaak aan (=het is Weinig waard, het is niet interessant)
- zo gesloten als een oester (mossel) (=hij zegt Weinig en laat niets los)
- iemand iets aansmeren (=iemand iets (Weinig waardevols) verkopen)
- iemand tekort doen (=iemand te Weinig geven of begrijpen)
- van zijn mast een schoenpin maken (=iets goeds bederven om iets van Weinig waarde te bekomen)
- met een metworst naar een zij spek gooien (=iets Weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
- ik geloof er in als een jood in Jezus Christus (=ik geloof er maar Weinig in)
- je maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=in moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men Weinig eten kan kopen.)
- in het niet zinken (=in vergelijking met iets anders nog Weinig waarde hebben)
- vissenbloed hebben (=koudbloedig zijn, Weinig gevoel hebben, niet gauw koud hebben)
- beter ermee verlegen dan erom verlegen (=liever van iets te veel dan van iets te Weinig hebben)
- voor stoelen en banken praten (=maar Weinigen die naar iemands verhaal luisteren)
- armoe op de stal is armoe overal (=met te Weinig dieren in de stal kun je geen geld verdienen)
- je er met jantje-van-leiden afmaken (=onzorgvuldig zijn en Weinig aandacht aan het werk besteden)
- iets in de wacht slepen (=op oneerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor Weinig geld)
- met de Franse slag (=slordig, met Weinig aandacht uitgevoerd)
- strak houden (=streng opvolgen - Weinig toelaten)
- handen tekort komen (=te Weinig hulp hebben , overstelpt worden)
- een nummer zijn (=van Weinig betekenis zijn of althans zo behandeld worden)
- van likmevestje (=van Weinig waarde, waardeloos)
- een grote lantaarn, een klein licht (=veel praat, maar Weinig verstand)
- veel geblaat/geschreeuw maar weinig wol (=veel woorden hebben maar in de praktijk komt daar Weinig van terecht)
- anderhalve man en een paardenkop (=Weinig aanwezigen)
- bang voor zijn hachje zijn (=Weinig durven en bang zijn om gevaar te lopen)
- een klein hartje hebben (=Weinig durven/gauw bang zijn)
- de lepelziekte hebben (=Weinig eten)
- geen bokkensprongen kunnen maken (=Weinig geld hebben om extra dingen te kunnen kopen)
- een ongeletterde boer (=Weinig geleerd persoon)
- voor halve vracht meevaren (=Weinig gewaardeerd worden)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen