Spreekwoorden met `TRO`

Zoek


66 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `TRO`

  1. al zijn paTROnen verschieten (=alle mogelijkheden uitproberen)
  2. als door een repel geTROkken (=zeer mager)
  3. appelen/knollen voor ciTROenen verkopen (=oplichten, bedriegen)
  4. appels voor ciTROenen verkopen (=iemand oplichten.)
  5. bij elkaar passen als twee TROmmelstokken (=goed bij elkaar passen)
  6. buurmans leed TROost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  7. de sTROp om de hals doen (=iemand in uiterste problemen brengen)
  8. de TROffel in de kalkbak gooien (=zijn beroep opgeven en van zijn rente gaan leven)
  9. de TROm roeren (=veel ophef maken)
  10. de vuilste varkens willen altijd het beste sTRO. (=mensen die het niet verdienen willen evengoed het beste)
  11. een paar mensen opTROmmelen (=een paar mensen laten komen)
  12. een paard dat stormt en een meisje dat wil TROuwen zijn niet tegen te houwen. (=niet tot iets anders te bewegen)
  13. elke bos sTRO waait voor de wind (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren)
  14. er niet mee geTROuwd zijn (=er niet aan vastzitten, er niet toe verplicht zijn)
  15. geen sTRObreed in de weg leggen (=in geen enkel opzicht hinderen)
  16. geen sTRObreed wijken (=niets toegeven of niet van mening veranderen)
  17. geTROffen zijn door (=wat je bijzondere gevoelens geeft, geraakt zijn door)
  18. geTROuwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen)
  19. het is altijd rouwen en TROuwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
  20. het is daar armoe TROef (=daar heerst grote armoede)
  21. het is kruis of munt, zei de non en ze TROuwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  22. het is maar een sTROvuurtje (=het ziet er erg uit, maar het is snel voorbij)
  23. het paard van TROje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  24. het TROjaanse paard inhalen. (=ze hebben zichzelf een ramp op de hals gehaald)
  25. hou en TROuw (beloven) (=elkaar overal (zullen) helpen)
  26. iemand geen sTRObreed in de weg leggen (=niets doen om iemand tegen te houden of te belemmeren)
  27. iemand knollen voor ciTROenen verkopen (=iemand wat wijsmaken, met praatjes foppen)
  28. iemand TROef geven (=iemand afstraffen)
  29. iemand van kwade TROuw verdenken (=verdenken dat iemand bedriegt)
  30. iemand zand in de ogen sTROoien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
  31. in TROebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
  32. in TROebel water vissen (=een profiteur zijn)
  33. je kan geen kei het vel afsTROpen (=bij de arme valt niets te rapen)
  34. je laatste TROef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
  35. je lot geTROost zijn (=zijn lot aanvaarden)
  36. je ogen verTROuwen (=geloven wat men ziet)
  37. jij raapt nog geen sTRO van de aarde (=je hebt nog niets verwezenlijkt)
  38. liggende maan, staande maTROzen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
  39. men vangt meer vliegen met honing/sTROop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
  40. met de linkerhand TROuwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
  41. met stille TROm vertrekken (=vertrekken zonder iemand het te laten weten)
  42. met tak en wortel uiTROeien (=geheel uitroeien)
  43. met wortel en tak uiTROeien (=iets volledig bestrijden om er geen last meer van te hebben)
  44. nooit TROef verzaken (=overal bij zijn, altijd meedoen)
  45. om de kracht van het anker te voelen moet men de storm TROtseren (=pas als men iets ernstig meemaakt, weet men op wie men kan vertrouwen)
  46. onder de bezem geTROuwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
  47. op de grote TROm slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
  48. op een sTROwis komen aandrijven (=helemaal berooid en arm ergens komen)
  49. over de puthaak geTROuwd (=onwettig samenwonend)
  50. rozen op het pad sTROoien. (=iets veraangenamen.)

76 betekenissen bevatten `TRO`

  1. haarscherp (=(van een afbeelding) geTROuw tot in fijne details)
  2. buiten spel blijven (=(willen) proberen niet beTROkken te zijn)
  3. je hart uitstorten (=aan iemand alles (in verTROuwen) vertellen)
  4. je kan niet alle meisjes haten om één (=als je bent geTROuwd wilt dat niet zeggen dat vrouwen je niet meer interesseren)
  5. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest (=als je ergens nauw bij beTROkken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
  6. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof TROuwen, gaat het zelden goed)
  7. dat is een paard van een daalder. (=dat is een TROts mens)
  8. de touwtjes in handen hebben (=de conTROle hebben over een situatie.)
  9. het stuur kwijt zijn (=de conTROle verloren hebben)
  10. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te verTROuwen)
  11. door de bril van een ander zien (=de mening van een ander blind verTROuwen)
  12. de geest is uit de fles (=dit is niet meer conTROleerbaar)
  13. dit loopt uit de hand (=dit is niet meer onder conTROle)
  14. door het lint gaan (=door woede je emoties niet (meer) onder conTROle kunnen houden)
  15. jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder TROts op is)
  16. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand TROts op is)
  17. een schollekop (vissenkop) hebben (=een boevenTROnie hebben)
  18. je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een geTROuwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  19. een uil vangen (=een grote sTROp hebben)
  20. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de beTROkkene) onaantastbare waarheid)
  21. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te verTROuwen)
  22. een rots in de branding (=een persoon waarop je kunt verTROuwen en die je steunt.)
  23. doekje voor het bloeden (=een schrale TROost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
  24. het ei met de kip krijgen (=een vrouw geTROuwd met een kind TROuwen)
  25. een traan wegpinken (=emotioneel geraakt zijn, onTROerd zijn door iets => emotioneel)
  26. een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om TROts op te zijn)
  27. er niet over uit kunnen (=er niet over kunnen zwijgen, er zwaar door geTROffen zijn)
  28. er prat op gaan (=erg TROts over iets zijn en er over opscheppen)
  29. het hart hoog dragen (=erg TROts zijn)
  30. met tak en wortel uitroeien (=geheel uiTROeien)
  31. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil TROuwen)
  32. hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toeverTROuwen)
  33. magerman is in die keuken kok (=het is er armoe TROef)
  34. de muizen sterven er voor de kast (=het is er armoe TROef)
  35. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands verTROuwen te schaden, dan te verkrijgen)
  36. vrij buurmans` kind, dan weet je wat je vindt. (=het is verstandig om vast te houden aan wat bekend en verTROuwd is)
  37. de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het verTROuwde)
  38. niet thuis geven (=het verwachtingspaTROon niet kunnen nakomen)
  39. in de echt verbinden (=huwen, TROuwen)
  40. het dunkt elke uil dat zijn jong een valke is. (=iedereen is TROts op zijn kinderen)
  41. met iemand te diep in zee gaan (=iemand al te ver verTROuwen)
  42. hoogmoed komt voor de val (=iemand die erg TROts is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende)
  43. zo zeker als de bank (=iemand die in alles te verTROuwen is)
  44. het op iemand niet begrepen hebben (=iemand niet verTROuwen)
  45. iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te verTROuwen is of het aan kan)
  46. geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands verTROuwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
  47. een pleister op de wonde leggen (=iets TROostends aanbieden)
  48. iets met argusogen bekijken (=iets wanTROuwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
  49. onder de geboden (=in onderTROuw)
  50. verplant geen oude bomen (=je moet geen oude mensen uit hun verTROuwde omgeving halen)

Eén dialectgezegde bevat `TRO`

  1. een vôl brôn trô (=een vuile bruine trui) (Booms)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen