Spreekwoorden met `SP`

Zoek


197 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `SP`

  1. aap wat heb je mooie jongen SPelen (=overdreven vriendelijk zijn)
  2. advocaat van de duivel SPelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  3. alles op het SPel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  4. als de ragebol rust werkt de SPin (=zonder onderhoud raakt `n huis (de omgeving) snel in verval)
  5. als een SPin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
  6. als men van de duivel SPreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  7. bokkenSProngen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken)
  8. buiten SPel blijven (=(willen) proberen niet betrokken te zijn)
  9. chapeau bas SPelen (=onderdanig zijn)
  10. dat gaat erin als klokSPijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  11. dat heb ik nog nooit op een klomp horen SPelen (=dat is al te gek)
  12. dat is een haSPel in een fles (=dat is een raadsel)
  13. dat sluit als een haSPel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
  14. dat SPreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
  15. dat vlas is niet te SPinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  16. de baron SPelen (=(onterecht) baas spelen)
  17. de beest SPelen/uithangen (=zich onbeschoft gedragen)
  18. de boer eet vis als het SPek op is (=je moet tevreden zijn met wat je hebt)
  19. de boog kan niet altijd geSPannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
  20. de dans ontSPringen (=niet in het onheil betrokken worden)
  21. de degen/harnas aangeSPen (=zich op de strijd voorbereiden)
  22. de derde man brengt de SPraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  23. de een rokkent wat de ander SPint (=roddelen)
  24. de eerste viool SPelen (=het hoogste woord hebben en de baas spelen)
  25. de hete aardappel doorSPelen (=iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  26. de kan aanSPreken (=drinken)
  27. de kat bij het SPek zetten (=iemand in verleiding brengen)
  28. de kat op het SPek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  29. de kool en de geit SParen (=een oplossing vinden waar beide partijen tevreden mee kunnen zijn)
  30. de kroon SPannen (=het hoogtepunt vormen)
  31. de leer veroordelen maar de leraar SParen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
  32. de mijn is verkeerd geSProngen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
  33. de muizen dansen in het SPek. (=er is welvaart)
  34. de naald in het SPek steken. (=stoppen met werken.)
  35. de ogen zijn de SPiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  36. de oren SPitsen (=goed luisteren)
  37. de ossen achter de ploeg SPannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  38. de prins SPreken (=dronken zijn)
  39. de SPeelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen zorgen)
  40. de SPiering doet de kabeljauw afslaan (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
  41. de SPijker op de kop slaan (=de kern van de zaak benoemen)
  42. de SPits afbijten (=als eerste ergens aan beginnen aan iets moeilijks)
  43. de vermoorde onschuld SPelen (=net doen alsof je van niets weet)
  44. de vierschaar SPannen. (=een rechtzitting houden. (vierschaar = middeleeuws gerechtelijk bestuur))
  45. de vleeSPotten van Egypte (=een vroegere tijd van grote welvaart)
  46. de wereld is een schouwtoneel elk SPeelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  47. de zwartepiet doorSPelen (=de schuld doorschuiven)
  48. door de SPitsroeden lopen. (=veel kritiek krijgen, gestraft worden)
  49. een Babylonische SPraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  50. een bliek (SPiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)

221 betekenissen bevatten `SP`

  1. de baron spelen (=(onterecht) baas SPelen)
  2. een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beetjes helpen als je SPaart.)
  3. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld geSPrek))
  4. als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is SPringen kinderen of ondergeschikten uit de band)
  5. die in het voorjaar niet zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je SParen voor je eigen oude dag)
  6. onder een gelukkig gesternte geboren zijn (=altijd voorSPoed hebben en gelukkig zijn)
  7. april doet wat hij wil (=april geeft onvoorSPelbaar weer)
  8. van wal steken (=beginnen met SPreken, beginnen met een verhaal)
  9. bij de tekst blijven (=bij het oorSPronkelijke plan blijven)
  10. op je zenuwen leven (=bijna overSPannen geraken)
  11. dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar SPreekt hij veel over)
  12. daar zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje geSProken worden)
  13. die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet geSProken worden)
  14. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog beSProken worden)
  15. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht SPreekt boekdelen`)
  16. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans SPreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  17. dat is het geheim van de smid. (=dat SPecifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
  18. de broek aan hebben (=de baas SPelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
  19. de druk is van ketel (=de grootste SPanning is voorbij)
  20. de bijl ligt al aan de wortel (=de straf zal SPoedig volgen)
  21. met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kunnen voorSPellen / bijzonder voorzichtig zijn)
  22. de kaart leggen (=de toekomst voorSPellen)
  23. je planeet lezen (=de toekomst voorSPellen)
  24. het katje van de baan (=degene die baas SPeelt)
  25. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men SPreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  26. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inSPannen)
  27. van hetzelfde laken een pak (=dezelfde soort aanpak of reSPons)
  28. een harde noot kraken (=dingen beSPreken die moeilijk liggen, een moeilijk karwei doen)
  29. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend SPreken)
  30. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar SPreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  31. een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitSPraak de mening van anderen peilen)
  32. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een geSPrek dan twee)
  33. man en paard noemen. (=duidelijke taal SPreken)
  34. een aangeklede aap (=een beSPottelijk iemand)
  35. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo SPannend vindt)
  36. dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgeSProken zaak)
  37. een kring om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorSPelt meestal regen)
  38. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het SPirituele)
  39. een oorblazer (=een kwaadSPreker)
  40. een land van melk en honing zijn (=een land waar het goed en voorSPoedig leven is)
  41. de bom is gebarsten (=een langdurige SPanning of conflict is tot een uitbarsting gekomen)
  42. schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfSPrekend een goede echtgenote)
  43. tweede viool spelen (=een ondergeschikte rol SPelen.)
  44. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van geSPreksonderwerp veranderen)
  45. een wigge drijven tussen (=een SPlitsing of misverstand bewerken)
  46. een wig drijven tussen (=een SPlitsing of misverstand bewerken)
  47. iemand op de vingers tikken (=een standje geven, beriSPen)
  48. het vuur uit de sloffen lopen (=een uiterste inSPanning leveren door hard te lopen)
  49. een schot voor de boeg (=een uitSPraak of vraag als eerste aanzet tot een geSPrek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  50. een broodje aap (=een verzonnen verhaal dat als waarheid wordt verSPreid.)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen