Spreekwoorden met `Laar`

Zoek

16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Laar`

  1. als een piLaarheilige (=onbeweeglijk, stijf)
  2. als een zoutpiLaar (=onbeweeglijk, stijf)
  3. daar ben ik mooi kLaar mee (=nu heb ik een probleem)
  4. daar kun je keteLaar van blijven (=dat zal niets opbrengen)
  5. de ene bedeLaar ziet de andere niet graag voor de deur staan (=men is bang voor concurrentie)
  6. een Laars aanhebben (=dronken zijn)
  7. een piLaarbijter (=een zeer schijnheilig / hypocriet persoon)
  8. er geen Laars van weten (=er niets van afweten)
  9. er is meer dan een koe die bLaar/bles heet (=de mening van anderen telt ook)
  10. het waren allebeiden vuiLaards. (=de een verwijt de ander iets waaraan hij zich)
  11. iets aan je Laars lappen (=geen notitie nemen van regels, wet of voorschriften)
  12. kLaar als de dag. (=overduidelijk)
  13. kLaar is kees (=het werk is klaar)
  14. spreek wat waar is, drink wat kLaar is, eet wat gaar is. (=wees bescheiden en dankbaar voor wat je hebt)
  15. van zessen kLaar (=erg handig zijn en van aanpakken weten)
  16. zo kLaar als een klontje voor iemand zijn (=het helemaal begrijpen)

19 betekenissen bevatten `Laar`

  1. het zwaard aangorden (=(zich kLaarmaken om) de strijd aan (te) binden)
  2. na gedane arbeid is het goed rusten (=als een klus gekLaard is kan men er tevreden op terug kijken)
  3. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk kLaar)
  4. in zijn achterhoofd hebben (=als reserve kLaar hebben)
  5. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken wordt het karwei snel gekLaard)
  6. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huicheLaar is niet te vertrouwen)
  7. een hardloper van luie Kees (=een treuzeLaar)
  8. een vreemde eend in de bijt (=een vreemd exempLaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs))
  9. het varken is op een oor na gevild/gewassen (=het is bijna kLaar)
  10. het is op een oor na gevild (=het is bijna kLaar. Het is bijna achter de rug)
  11. klaar is kees (=het werk is kLaar)
  12. het einde kroont het werk (=het werk is pas goed gedaan als het kLaar is)
  13. gepakt en gezakt (=kLaar voor vertrek (met alle koffers ingepakt))
  14. op stootgaren liggen (=kLaarliggen om in actie te schieten)
  15. je schrap zetten (=kLaarmaken om de klap op te vangen)
  16. de draad van Ariadne (=middel om kLaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets)
  17. het vat der Danaïden vullen (=nooit kLaar komen met het werk)
  18. traag gereden is vroeg thuis. (=sneller kLaar zijn door eerst goed na te denken)
  19. op de tong liggen (=zeggenskLaar zijn)

Eén dialectgezegde bevat `Laar`

  1. sprinkt op ou vat (=Laar ons eens drinken (tegen cafébaas) ) (Brakels)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen