Spreekwoorden met `zien`

Zoek


54 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` zien`

  1. als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
  2. als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  3. apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  4. dat horen en zien je vergaat (=erg luid)
  5. de beren zien dansen (=honger hebben)
  6. de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
  7. de hakken laten zien (=zich uit de voeten maken)
  8. de horens laten zien (=zich vijandig tonen)
  9. de kans schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
  10. de Paus van dichtbij zien. (=dronken zijn)
  11. de tanden laten zien (=zich heel erg fel verdedigen)
  12. de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  13. de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  14. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
  15. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  16. door de bril van een ander zien (=de mening van een ander blind vertrouwen)
  17. door een eiken plank kunnen zien als er een gat in zit (=niet zo bijzonder zijn als je je voordoet)
  18. er geen been in zien (=geen bezwaar onderkennen. Er niet voor terugschrikken)
  19. er geen brood in zien (=niet denken dat iets kan werken)
  20. er geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
  21. er geen heil in zien (=er geen voordeel in zien)
  22. eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
  23. eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
  24. eruit zien om door een ringetje te halen (=er keurig uitzien)
  25. geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
  26. groen zien van jaloezie (=heel jaloers zijn)
  27. het achterste van je tong (niet) laten zien (=zich (niet) meteen laten kennen; (n)iets verbergen)
  28. het licht doen zien (=publiceren)
  29. het licht zien (=1: begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep 2: geboren worden, ontstaan)
  30. horen zien en zwijgen (=wel waarnemen, maar er verder niets van zeggen)
  31. iemand de hielen laten zien (=inhalen of beter presteren dan de ander)
  32. iemand naar de ogen zien (=proberen iemands` wensen te raden)
  33. iemand niet kunnen luchten of zien (=een hekel aan iemand hebben)
  34. iemand of iets over het hoofd zien (=iemand niet opmerken, vergeten met iemand of iets rekening te houden, iets niet zien)
  35. iemand zien aankomen (=weten waar hij over zal beginnen, zich er alvast tegen wapenen)
  36. iets door de vingers zien (=iets oogluikend toestaan)
  37. iets door een gekleurde bril zien (=op een bevooroordeelde manier naar de zaak kijken)
  38. iets over het hoofd zien (=iets vergeten of ontbreken)
  39. in geen velden of wegen te zien zijn (=iets is helemaal nergens te vinden)
  40. je hielen laten zien (=weggaan)
  41. je tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)
  42. leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  43. liever iemand zijn hielen zien dan zijn tenen (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  44. liever van achteren zien dan van voren (=niet goed kunnen verdragen)
  45. niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
  46. onder ogen zien (=inzien, aanvaarden)
  47. op de vingers zien (=streng op iemand opletten)
  48. over het hoofd zien (=vergeten, niet opmerken)
  49. te lui om uit zijn ogen te zien (=erg lui)
  50. tegemoet zien (=kunnen verwachten)

48 betekenissen bevatten ` zien`

  1. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  2. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd willen zien)
  3. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  4. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  5. de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
  6. leeuwen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  7. apen en beren op de weg zien (=bezwaren zien)
  8. kijken als een hard geschilde aardappel (=bleek zien)
  9. water bij de wijn doen (=compromissen zien te sluiten)
  10. achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
  11. er geen kijk op hebben (=de oplossing niet zien)
  12. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  13. liefde is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  14. alle vrijers zijn rijk. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
  15. het beste paard van stal vergeten. (=een belangrijk persoon over het hoofd zien)
  16. een hard hoofd in iets hebben (=er geen oplossing in zien)
  17. er geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
  18. er geen heil in zien (=er geen voordeel in zien)
  19. een zwaar hoofd in iets hebben (=er weinig kans in zien)
  20. er oren naar hebben (=er wel iets in zien)
  21. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  22. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  23. met de ogen verslinden (=heel erg graag zien)
  24. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  25. iemand of iets over het hoofd zien (=iemand niet opmerken, vergeten met iemand of iets rekening te houden, iets niet zien)
  26. iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
  27. iemand de bons geven (=iemand waarmee je een relatie hebt niet meer willen zien)
  28. zien eten doet eten. (=iemand zien eten bevordert de eigen eetlust.)
  29. iets met lede ogen aanzien (=iets met tegenzin zien gebeuren)
  30. oogkleppen dragen (=iets niet (willen) zien)
  31. iets in de gaten krijgen (=iets ontdekken, iets zien)
  32. er naar uitkijken als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=iets vol verwachting tegemoet zien)
  33. het gelaat is de spiegel der ziel. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
  34. geen schoner gewaad als een zedig gelaat. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
  35. men kan zijn kinders wel minnen maar niet zinnen (=je kan je kinderen graag zien, maar ze hebben een eigen aard)
  36. de vis aardt naar de zee (=je kunt wel zien waar hij vandaan komt)
  37. iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
  38. meer pijlen op zijn boog hebben (=meer kunnen dan reeds laten zien)
  39. met het blote oog (=met het oog te zien, zonder hulpmiddelen)
  40. een bord voor de kop hebben (=niet voor andere zienswijzen openstaan)
  41. geen heil verwachten (=niets positiefs zien)
  42. op de tast (=op het gevoel, zonder te zien)
  43. wie het laatst lacht, lacht het best (=pas aan het einde kan je zien we gewonnen heeft)
  44. ziende blind en horende doof zijn (=slechte dingen niet willen zien en horen)
  45. een roze bril op hebben (=verliefd op iemand zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien)
  46. poppetje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
  47. je ogen in je zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
  48. onder ogen komen (=zich laten zien)

Eén dialectgezegde bevat ` zien`

  1. mürge ès nog ne daog bau-op niemes gewürk hèt (=wat morgen aanbiedt, zien we dan wel weer) (Munsterbilzen - Minsters)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen