Spreekwoorden met `ten`

Zoek

16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` ten`

  1. beslagen ten ijs komen (=goed voorbereid zijn)
  2. beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat)
  3. de haren ten berge (doen) rijzen (=ergens erg van (doen) schrikken)
  4. de reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (=geef niet op voor het doel geheel is bereikt)
  5. er zijn tenten opslaan (=ergens verblijven, zich ergens vestigen)
  6. heden ten dage (=tegenwoordig)
  7. iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar krijgen dat iemand ergens een uitspraak over doet)
  8. lange tenen hebben (=lichtgeraakt zijn)
  9. lelijk ten haring gevaren zijn (=zwaar pech hebben)
  10. liever iemand zijn hielen zien dan zijn tenen (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  11. met kromme tenen zitten (=zich ergeren)
  12. onbeslagen ten ijs komen (=niet voorbereid zijn)
  13. op iemands tenen trappen (=iemand beledigen)
  14. op je tenen getrapt zijn (=beledigd zijn)
  15. op je tenen lopen (=meer willen presteren dan je aan kunt)
  16. wie niet omziet is haast teniet (=overhaastig werken leidt tot ongelukken)

14 betekenissen bevatten ` ten`

  1. je beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
  2. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  3. het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  4. de bietenbrug opgaan (=falen, ten onder gaan, zwaar verliezen)
  5. men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  6. iemand de rekening presenteren (=iemand de kosten ten laste brengen (ook figuurlijk))
  7. iemand een worst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
  8. quod deus bene vertat (=laat God het ten goede keren)
  9. onder de plak zitten (=niets durven tenzij de partner het goed vindt)
  10. oude koeien uit de sloot halen (=oude geschiedenissen terug ten tonele voeren)
  11. instorten als een kaartenhuisje (=plots en snel in elkaar zakken, tenietgedaan worden)
  12. stilstand is achteruitgang. (=stil blijven staan ​​leidt tot relatieve achteruitgang ten opzichte van anderen die vooruitgang boeken)
  13. summa summarum (=uiteindelijk - tenslotte)
  14. je ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)

Eén dialectgezegde bevat ` ten`

  1. Die boeren van over 't woater (=Mensen van overschelde, ten Ede, Laarne-Kalken) (Wetters)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen