Spreekwoorden met `ogen`

Zoek


58 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` ogen`

  1. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  2. daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
  3. de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze benadelen elkaar niet)
  4. de ogen luiken (=sterven)
  5. de ogen openen (=doen inzien)
  6. de ogen uitsteken (=jaloers maken)
  7. de ogen verblinden (=blind maken voor de waarheid)
  8. de ogen voor iets sluiten (=oogluikend toelaten)
  9. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  10. de schellen vallen hem van de ogen (=plotseling iets begrijpen hoe het in elkaar steekt)
  11. dertien ogen gooien (=onmogelijk veel geluk hebben)
  12. geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
  13. groen en geel voor de ogen worden (=duizelen en/of erg van schrikken)
  14. grote ogen opzetten (=erg verbaasd zijn)
  15. haken en ogen geven (=iets heeft veel moeilijkheden)
  16. het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
  17. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  18. het licht in de ogen niet gunnen (=niets gunnen, er niets van kunnen verdragen)
  19. hoge ogen gooien (=een goede kans maken op iets)
  20. iemand de ogen openen (=iemand inzicht geven in iets wat diegene nog niet doorhad)
  21. iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
  22. iemand de ogen verblinden (=iemand door uiterlijke schijn misleiden)
  23. iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
  24. iemand het licht in de ogen niet gunnen (=iemand absoluut niet kunnen verdragen)
  25. iemand in de ogen schijnen (=iemand hinderen)
  26. iemand in de ogen steken (=iemand ergeren)
  27. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  28. iemand met schele/scheve ogen aankijken (=iemand afgunstig bekijken)
  29. iemand naar de ogen zien (=proberen iemands` wensen te raden)
  30. iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
  31. iemand zand in de ogen strooien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
  32. iets met lede ogen aanzien (=iets met tegenzin zien gebeuren)
  33. iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
  34. in de ogen schijnen/steken (=hinderlijk zijn, ergeren)
  35. in ogenschouw nemen (=bekijken)
  36. je de ogen uit het hoofd schamen (=erg beschaamd zijn)
  37. je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
  38. je ogen in je zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
  39. je ogen niet geloven (=niet geloven wat men ziet)
  40. je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
  41. je ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
  42. je ogen voor iets sluiten (=doen alsof iets er niet is)
  43. met de ogen meten (=schatten)
  44. met de ogen verslinden (=heel erg graag zien)
  45. onder ogen brengen (=onder de aandacht brengen)
  46. onder ogen komen (=zich laten zien)
  47. onder ogen zien (=inzien, aanvaarden)
  48. onder vier ogen (=waarbij slechts twee personen aanwezig zijn)
  49. te lui om uit zijn ogen te zien (=erg lui)
  50. tegen elf ogen dobbelen (=weinig kans hebben)

16 betekenissen bevatten ` ogen`

  1. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  2. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  3. voor paal/schut staan (=een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
  4. op de schopstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  5. op de wip zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  6. op de wipstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden)
  7. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  8. voor de deur staan (=ieder ogenblik kunnen beginnen, komen)
  9. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  10. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  11. op de valreep (=op het laatste ogenblik)
  12. ter elfder ure (=op het laatste ogenblik)
  13. een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  14. een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  15. aanzien doet gedenken (=wat men met eigen ogen gezien heeft, is gemakkelijker te onthouden)
  16. geen haring zo mager of men braadt er vet uit. (=zelfs uit iets kleins of ogenschijnlijk onbelangrijks valt wel iets waardevols te halen.)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen