Spreekwoorden met `kost`

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` kost`

  1. bij Sint Joris in de kost zijn (=ergens gratis eten)
  2. de keel kost veel (=herhaalde dronkenschap leidt tot armoede)
  3. de kost gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
  4. de kraag kosten (=ergens bij om het leven komen)
  5. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  6. je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
  7. je zult ze maar de kost moeten geven (=het zijn er veel (mensen))
  8. koste wat kost (=hoe dan ook. (ook wel: coûte que coûte))
  9. onze Lieve Heer heeft vreemde kostgangers (=er bestaan nu eenmaal merkwaardige mensen)
  10. twee joden weten wat een bril kost (=we hoeven elkaar niets wijs te maken)
  11. vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
  12. wat doe je voor de kost? (=hoe verdien je je geld?)

26 betekenissen bevatten ` kost`

  1. met de vork schrijven (=afzetten, meer kosten rekenen dan werkelijk gemaakt)
  2. het gelag betalen (=alle kosten moeten betalen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  3. voor niets gaat de zon op (=alles kost geld en/of moeite)
  4. dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
  5. een bodemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
  6. de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  7. sijmen betaalt (=diegene die het minste verdient draagt de kosten)
  8. in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kosten)
  9. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  10. de kost gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
  11. er behoort meer tot een huishouden dan het zoutvat. (=er zijn veel bijkomende kosten)
  12. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
  13. het is zondegeld (=het is jammer dat daar kosten voor gedaan zijn)
  14. het eet geen brood (=het kost niets om het te bewaren, behoeft geen onderhoud)
  15. men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  16. iemand de rekening presenteren (=iemand de kosten ten laste brengen (ook figuurlijk))
  17. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  18. onder een staand zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kost)
  19. een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  20. witte paarden hebben veel stro nodig (=pronkzieke vrouwen kosten veel geld)
  21. eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
  22. voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten (=tegen minimale kosten maximaal voordeel verlangen)
  23. veel voeten in de aarde hebben (=veel moeite en tijd kosten)
  24. om de dooie dood niet (=volstrekt niet, in geen geval, al kost het me mijn leven)
  25. wie niet werkt zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kost niet)
  26. je ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)

Eén dialectgezegde bevat ` kost`

  1. maoktech mér nie dik, din éste maude (=als je je kwaad maakt, kost het weer veel moeite om rustig te worden) (Bilzers)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen