584 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `on`
- met de pet rondgaan (=geld inzamelen)
- met een kanon op een mug schieten (=ophef maken om niks / overdreven zware maatregelen nemen)
- met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
- met het ongewapend oog (=met het blote oog (zonder hulpmiddelen))
- met onbevaren volk is het slecht zeilen (=met onervaren mensen is het moeilijk werken)
- met ongebroken lading wegzeilen (=zich zonder gezichtsverlies uit de situatie redden)
- met onwillige honden is het slecht hazen vangen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
- met open armen ontvangen (=erg hartelijk ontvangen worden)
- met tijd en stond, gaat men de wereld rond. (=er is een juiste tijd is voor alles en sommige dingen hebben tijd nodig)
- met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
- met zijn ziel onder de arm lopen (=zich vervelen)
- na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
- na regen komt zonneschijn (=na een periode van tegenslag, komt er een betere tijd)
- niet brandschoon zijn (=dingen misdaan hebben)
- niet op zijn mondje gevallen zijn (=precies duidelijk maken hoe iemand over iets denkt)
- niets dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
- niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
- nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
- onbekend maakt onbemind (=iets wat nog onbekend is, kan ook niet geapprecieerd worden)
- onbeslagen ten ijs komen (=niet voorbereid zijn)
- ondank is `s werelds loon (=men wordt zelden bedankt voor een goede daad)
- onder dak zijn (=bescherming genieten - behoren bij)
- onder de (groene) zoden stoppen (=iemand begraven)
- onder de bezem getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
- onder de blauwe/blote hemel (=in open lucht)
- onder de geboden (=in ondertrouw)
- onder de groene zoden liggen (=begraven zijn)
- onder de hamer komen (=op een veiling verkocht worden)
- onder de loupe nemen (=nader bekijken, aandachtig bestuderen)
- onder de mantel van (=onder de schijn van)
- onder de mensen komen (=buitengaan , mensen ontmoeten)
- onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden wordt)
- onder de pannen zijn (=de (geld)zaken goed voor elkaar hebben)
- onder de pantoffel zitten (=thuis niets te vertellen hebben)
- onder de plak zitten (=niets durven tenzij de partner het goed vindt)
- onder de schoenzolen schrijven (=ergens niets van terecht komen)
- onder de vijgenboom rusten (=in rust en welstand leven)
- onder de vleugels nemen (=onder zijn hoede nemen)
- onder de voet geraken (=uitgeput raken, ziek worden)
- onder de voet raken (=vallen)
- onder de wal zijn (=dicht bij de wal zijn)
- onder de wol kruipen (=naar bed gaan)
- onder een gelukkig gesternte geboren zijn (=altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn)
- onder één hoedje spelen (=samen iets oneerlijks doen)
- onder een hoedje te vangen zijn (=zeer stil en gedwee zijn)
- onder een staand zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kost)
- onder en boven de wet zijn (=zich niet aan de regels hoeven te houden)
- onder het Caudijnse juk moeten doorgaan (=vernederd worden)
- onder het juk brengen (=onderwerpen)
- onder het juk moeten doorgaan (=zich aan andermans macht moeten onderwerpen)
1039 betekenissen bevatten `on`
- een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)
- de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
- de aap binnen/weg hebben (=het geld ontvangen hebben)
- Jan Rap en zijn maat (=het gewone volk)
- het was uien (=het ging bijzonder slecht, het viel bijzonder tegen)
- de dood wil een oorzaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebeurt)
- het is bij de konijnen af (=het is buitengewoon erg)
- trekken aan een dood paard. (=het is een onbegonnen zaak)
- het is trekken aan een dood paard (=het is een onbegonnen zaak)
- het is er zo veilig als vlees in een hondenkot (=het is er volkomen onveilig)
- er klopt geen hout van (=het is geheel onjuist)
- zo gaan er geen twaalf in een dozijn (=het is iets buitengewoons)
- het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
- het is een dubbeltje op zijn kant (=het is nipt, erg onzeker)
- het mag geen naam hebben (=het is onbetekenend (bijvoorbeeld een verwonding))
- de een scheert schapen, de ander varkens (=het is ongelijk verdeeld in de wereld)
- slot nog zin hebben (=het is onlogisch)
- iets staat op losse schroeven (=het is onzeker, er valt niet op te bouwen)
- daar lusten de honden geen brood van. (=het is volstrekt onacceptabel)
- het is zusje en broertje (=het is zo ongeveer hetzelfde)
- je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
- het eet geen brood (=het kost niets om het te bewaren, behoeft geen onderhoud)
- de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
- de wereld draait door (=het leven gaat gewoon door, ondanks problemen.)
- het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
- in iemands vel steken (=het lichamelijke lot van iemand anders ondervinden)
- in iemands schoenen staan (=het lot van iemand anders ondergaan)
- kaf onder het koren (=het minder goede onder het goede)
- het moet zo tussen neus en lippen gebeuren (=het moet bijna ongemerkt gebeuren)
- struisvogelpolitiek (=het negeren of ontkennen van een probleem in de hoop dat het vanzelf verdwijnt.)
- door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
- een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
- het hoge woord is er uit (=het onaangename is gezegd)
- het harde woord moet eruit (=het onaangename moet gezegd worden)
- over de tong gaan (=het onderwerp van gesprek zijn)
- de duivel schijt altijd op de grootste hoop (=het ongeluk treft meestal degenen die al in moeilijkheden verkeren.)
- koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
- geen ezel en kan zijn eigen oren afbijten. (=het onmogelijke hoef je niet te doen.)
- met het hoofd tegen de muur lopen (=het onmogelijke proberen)
- met de kop door de muur willen (=het onmogelijke willen)
- de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
- naar de maan reiken (=het onmogelijke willen doen)
- onze lieve heer is aan het kegelen (=het onweert)
- oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=het onzekere voor het zekere nemen)
- de kaap te boven zijn (=het probleem overwonnen hebben)
- het is kermis in de hel (=het regent terwijl de zon schijnt)
- de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
- je vel duur verkopen (=het slechts onder de grootste druk opgeven)
- het gaat zo zijn gangetje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
- niemand genoemd, niemand gelasterd. (=het vermijden van het noemen van namen voorkomt onnodige ruzie)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen