Spreekwoorden met `ś`

Zoek


3292 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ś`

  1. dat gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
  2. dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
  3. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  4. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  5. dat gebeurt pas als de Paus een geus wordt (=dat gebeurt nooit)
  6. dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=dat is overduidelijk)
  7. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=dat is al te gek)
  8. dat is algabra voor hem. (=daar snapt hij niets van.)
  9. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  10. dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
  11. dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  12. dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  13. dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)
  14. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  15. dat is de aap gevlooid (=dat is onbegonnen werk.)
  16. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  17. dat is de goden verzoeken (=te grote risico`s nemen)
  18. dat is de hamvraag (=de vraag waar het om gaat)
  19. dat is een aalshuid (=dat is van weinig waarde)
  20. dat is een alikruik van een vent. (=dat is een kleine dikke man.)
  21. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  22. dat is een brug te ver (=dat is te hoog gegrepen)
  23. dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)
  24. dat is een eitje (=het is heel eenvoudig)
  25. dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
  26. dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
  27. dat is een kwal (=een uiterst vervelend persoon)
  28. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  29. dat is een paard van een daalder. (=dat is een trots mens)
  30. dat is een rijkeluiswens (=iets waar heel erg naar wordt verlangd)
  31. dat is een stuk! (=dat is een aantrekkelijk persoon)
  32. dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  33. dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  34. dat is er een uit de arke noachs (=dat is er een uit een groot gezin)
  35. dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  36. dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  37. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  38. dat is het geheim van de mis (=zo zit de zaak in elkaar.)
  39. dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
  40. dat is het hele eieren eten (=zo zit de zaak in elkaar.)
  41. dat is huilen met de pet op (=bedroevend resultaat)
  42. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  43. dat is kaviaar voor hen (=dat is onbereikbaar voor hen)
  44. dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  45. dat is lariekoek (=dat heeft iemand verzonnen)
  46. dat is Latijn voor mij (=dat begrijp ik niet)
  47. dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  48. dat is mij tegen de boeg. (=dat is tegen mijn zin)
  49. dat is naatje/pet (=dat is waardeloos)
  50. dat is nog geen haaienvin waard (=waardeloos)

3730 betekenissen bevatten `ś`

  1. op de been blijven (=blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden)
  2. in den blinde (=blindelings)
  3. zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte))
  4. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  5. elk zijn meug, zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
  6. men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  7. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  8. uit de klei getrokken (=boers)
  9. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  10. op je poot spelen (=boos uitvallen)
  11. in de gordijnen klimmen (=boos worden)
  12. de gal loopt over (=boos worden)
  13. je eer verpanden (=borg staan op zijn erewoord)
  14. groot bal op kleine aardappelen (=boven zijn stand leven)
  15. door de wol geverfd zijn (=brutaal , schaamteloos zijn)
  16. van zijn á propos (=buiten bewustzijn, groggy)
  17. onder de mensen komen (=buitengaan , mensen ontmoeten)
  18. door merg en been gaan/dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  19. als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
  20. een lijntje trekken (=cocaïne snuiven)
  21. voor het zingen de kerk uit (=coïtus interruptus)
  22. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  23. water bij de wijn doen (=compromissen zien te sluiten)
  24. van de behoudende leer zijn (=conservatief zijn)
  25. steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
  26. zoden aan de dijk zetten (=daadwerkelijk hulp verschaffen)
  27. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
  28. dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
  29. daar is kop noch staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
  30. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
  31. het is daar armoe troef (=daar heerst grote armoede)
  32. daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai)
  33. daar is vlees in de kuip (=daar is het goed)
  34. visnamig (=daar is het goed vissen, er zit daar veel vis)
  35. daar zijn de daken met vlaaien bedekt (=daar is men rijk / Daar heeft men overvloed)
  36. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  37. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  38. daar is een haartje in de boter (=daar is ruzie of wrijving)
  39. daar valt wel een mouw aan te passen (=daar is wel een oplossing voor te vinden)
  40. daar is wat aan te kluiven (=daar is werk aan)
  41. daar zitten graten in (=daar klopt iets niet)
  42. daar komt een schip met zure appels (=daar komt een stevige regenbui aan)
  43. dat is algabra voor hem. (=daar snapt hij niets van.)
  44. dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
  45. dat zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
  46. men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluisterd)
  47. daar zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje gesproken worden)
  48. die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken worden)
  49. van huis en haard verdreven (=dakloos zijn)
  50. op de schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedelend leven)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen