Spreekwoorden met `nd`

Zoek


1193 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nd`

  1. een blinde schiet soms wel eens een kraai. (=zelfs iemand die niet erg bedreven is heeft soms geluk en doet iets goed)
  2. een brave Hendrik zijn (=erg braaf zijn of zich zo voordoen)
  3. een dood kind met een lam handje (=iets dat totaal waardeloos is)
  4. een dood paard aan een boom binden (=overdreven voorzichtig zijn)
  5. een doodgeboren kindje (=waardeloos, zonder toekomst)
  6. een doos van Pandora zijn (=een bron van problemen, ellende, ziekte en misère zijn)
  7. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
  8. een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
  9. een gat in zijn hand hebben (=geld te gemakkelijk uitgeven)
  10. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  11. een goed mondstuk hebben (=goed kunnen spreken)
  12. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  13. een goed woord voor iemand doen (=iemand bij een ander aanbevelen)
  14. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  15. een grote mond hebben/opzetten (=brutaal zijn)
  16. een haar in de boter vinden/zoeken (=op het kleinste detail vitten)
  17. een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
  18. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  19. een hark zonder steel (=iets waardeloos)
  20. een hartje zonder zorg (=een zorgeloos iemand)
  21. een hond is stout op zijn eigen dam. (=op bekend terrein durf je meer)
  22. een kaars voor de duivel branden (=slechte daden goedpraten omdat er je er voordeel uit kan halen)
  23. een kind kan de was doen (=het gaat heel makkelijk)
  24. een kind om een boodschap sturen. (=niet de juiste persoon iets op laten lossen)
  25. een kind van Laban (=iemand met een blanke huid)
  26. een kind van zijn tijd (=iemand die leeft volgens de in zijn tijd heersende opvattingen)
  27. een kinderhand is gauw gevuld (=met een kleinigheid tevreden zijn)
  28. een knuppel in het hoenderhok gooien (=opschudding veroorzaken)
  29. een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
  30. een kolfje naar zijn hand (=iets dat hij erg graag doet)
  31. een krakende wagen (=een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  32. een krul meer in zijn staart hebben dan een ander (=speciaal willen zijn)
  33. een land van melk en honing zijn (=een land waar het goed en voorspoedig leven is)
  34. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  35. een lelijke noot met iemand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
  36. een lichtje opgaan bij iemand (=iets wordt duidelijk en helder)
  37. een loopje met iemand nemen (=zich weinig van iemand aantrekken (die de leiding heeft))
  38. een man zonder vrouw is als een paard zonder teugels. (=in het huwelijk hebben man en vrouw elkaar nodig)
  39. een mond als een hooischuur (=een grote of erg brutale mond)
  40. een nagel aan iemands doodkist (=een groot verdriet of iemand die een groot verdriet veroorzaakt)
  41. een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke betekenis)
  42. eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=de invloed van een vrouw is heel sterk)
  43. een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
  44. een oude rat vindt licht een gat. (=ervaren mensen weten vaak een oplossing te vinden)
  45. een paard met een zachte mond moet men met zachte toom besturen. (=zachtaardige mensen moet men niet streng behandelen)
  46. een pleister op de wonde leggen (=iets troostends aanbieden)
  47. een Poolse landdag (=wilde, ongeregelde vergadering)
  48. een put maken om een andere te vullen (=met de ene lening de vorige afbetalen)
  49. een rak in de wind (=met veel werk langzaam vooruit komen (een lang recht stuk tegenwind zeilen))
  50. een rib(be) uit iemands lijf (=een grote uitgave)

1743 betekenissen bevatten `nd`

  1. als proefkonijn dienen (=dienen voor een of ander experiment)
  2. een kattenrug maken (=diep buigend groeten)
  3. platgetreden paden/wegen (=dingen die anderen al eerder gedaan hebben)
  4. moet is een bitter kruid. (=dingen die men moet doen kunnen onaangenaam of vervelend zijn.)
  5. zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed)
  6. op til zijn (=dingen zijn op dit moment gaande (met name veranderingen))
  7. op stel en sprong (=direct en zonder uitstel.)
  8. het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet)
  9. op de man af (=direct, zonder omwegen)
  10. dit loopt uit de hand (=dit is niet meer onder controle)
  11. scherven brengen geluk. (=dit zeg je om iemand zich minder schuldig te laten voelen)
  12. te haaien en te draaien lopen (=doelloos ronddwalen)
  13. iemand links laten liggen (=doen alsof iemand er niet is, niet bemoeien met iemand)
  14. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
  15. de bezem uitsteken (=doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  16. je woord gestand doen (=doen wat iemand beloofd heeft)
  17. woord houden (=doen wat iemand beloofd heeft)
  18. in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gunst te komen)
  19. verkikkerd zijn (=dol zijn op iemand/iets of verliefd zijn op iemand)
  20. genadebrood eten (=door anderen onderhouden worden)
  21. je trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
  22. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  23. je uit de markt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)
  24. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  25. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  26. niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
  27. een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
  28. buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  29. tijd slijt (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  30. tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
  31. aan iemands leiband (=door iemand geleid)
  32. een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
  33. het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  34. eigen roem/lof stinkt (=door over jezelf op te scheppen maak je een nare indruk)
  35. liefde is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  36. de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
  37. men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
  38. door het lint gaan (=door woede je emoties niet (meer) onder controle kunnen houden)
  39. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  40. over lijken gaan (=doordouwen zonder oog voor ethiek of moraal)
  41. korte metten maken (=doortastend optreden)
  42. spijkers met koppen slaan (=doortastend optreden)
  43. doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt)
  44. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  45. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  46. jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  47. het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
  48. aan de bel trekken (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt)
  49. de neus optrekken (=duidelijk maken dat men iets of iemand niet waardeert)
  50. iemand de les lezen (=duidelijk zeggen dat iemand iets verkeerds gedaan heeft)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen