435 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `len`
- in koelen bloede iets doen (=geheel kalm en rustig iets doen, alsof er niets aan de hand is)
- in lengte van tijd (=voor eeuwig)
- in zijn knollentuin zijn (=het naar de zin hebben)
- je aan een ander spiegelen (=je vergelijken met een ander)
- je aardappelen op hebben (=niet verder meer kunnen)
- je als een kat in een vreemd pakhuis voelen (=je ergens niet thuis voelen)
- je als een vis in het water voelen (=je helemaal op je plaats voelen)
- je botten kunnen tellen (=erg mager zijn)
- je eigen nest bevuilen (=zijn eigen omgeving nadeel berokkenen)
- je eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn dood)
- je geradbraakt voelen (=erg moe zijn en diverse pijnen hebben)
- je gram niet kunnen halen (=machteloos woedend zijn)
- je hand overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
- je handen overspelen (=te veel eisen en daardoor niet slagen)
- je hielen laten zien (=weggaan)
- je in het slijk wentelen (=genieten van iets dat slecht is)
- je laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
- je leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)
- je matten oprollen (=vertrekken, weggaan)
- je mening niet onder stoelen of banken steken (=je mening niet verbergen, openlijk voor je standpunten uit durven komen, bij voorbeeld van afkeuring van iets)
- je moet een paard niet doodknuppelen, voordat je thuis bent. (=te veel haast kan wel eens vertraging opleveren)
- je moet om de beurt ademhalen (=gezegd als het erg druk is)
- je neus voor iets ophalen (=iets minderwaardig achten)
- je op je pik getrapt voelen (=je zwaar vernederd voelen)
- je pijlen verschieten (=te snel handelen)
- je tabernakelen bouwen (=zich vestigen met het doel lang te blijven)
- je weren als een kat in de krullen (=je fel verweren)
- je zegeningen tellen (=dankbaar zijn voor wat men heeft.)
- kallen is mallen maar doen is een ding (=je kan het beter doen dan er altijd maar over blijven praten)
- kastelen in de lucht bouwen (=zich illusies maken)
- kattenkwaad uithalen (=kwajongensstreken)
- Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
- kiezen of delen/kavelen (=maak uw keuze!)
- kijken of men het in Keulen hoort donderen (=heel erg verbaasd kijken)
- kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
- kleine houwen vellen grote eiken. (=met veel kleine beetjes kun je veel bereiken)
- kolen naar Newcastle dragen (=nutteloos werk verrichten)
- kolen op iemands hoofd stapelen (=iets goed doen voor een onvriendelijke persoon)
- krokodillentranen huilen (=verdriet veinzen)
- kwaad gezelschap doet dolen. (=vermijdt omgang met mensen die een negatieve invloed op je leven kunnen hebben)
- lector benevolente (=de welwillende lezer) (Latijn)
- leentjebuur spelen (=iets lenen)
- leergeld betalen (=fouten maken tijdens het leren)
- lief en leed delen (=allerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben)
- liever iemand zijn hielen zien dan zijn tenen (=iemand niet goed kunnen verdragen)
- luchtkastelen bouwen (=zich illusies maken)
- meer pijlen op zijn boog hebben (=meer kunnen dan reeds laten zien)
- men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
- men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
- men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
476 betekenissen bevatten `len`
- naar de heilige graal streven (=iets willen bereiken wat niet te bereiken is)
- willen vliegen eer men vleugels heeft (=iets willen doen nog voor men het geleerd heeft)
- dat zal hem niet glad zitten (=iets zal niet meevallen en moeilijk zijn)
- iets in geuren en kleuren vertellen (=iets zeer uitvoerig en gedetailleerd vertellen)
- een schot voor open doel. (=iets zo eenvoudig dat het bijna onmogelijk is om te falen)
- uit de lucht grijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
- je mag wel alles eten, maar niet alles weten. (=ik hoef je niet alles te vertellen.)
- dat zal mijn klomp niet roesten (=ik maak me er niet druk om; het kan mij niet schelen)
- van het padje af zijn (=in de war zijn, malende / prettig gestoord zijn)
- in de aap gelogeerd zijn (=in een vervelende positie beland zijn)
- een snoek vangen. (=in het water vallen)
- aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
- in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
- een kat komt altijd op z`n pootjes terecht (=ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen)
- iemand de hielen laten zien (=inhalen of beter presteren dan de ander)
- je als een kat in een vreemd pakhuis voelen (=je ergens niet thuis voelen)
- je als een vis in het water voelen (=je helemaal op je plaats voelen)
- je iets laten aanleunen (=je iets laten welgevallen)
- leringen wekken maar voorbeelden trekken (=je kan mensen iets willen leren , maar geef vooral het goede voorbeeld)
- je kunt wel dansen, ook al is het niet met de bruid (=je kunt je best amuseren ook al is het niet altijd precies wat je zou willen)
- iets op de hals halen (=je met een probleem laten opzadelen)
- verplant geen oude bomen (=je moet geen oude mensen uit hun vertrouwde omgeving halen)
- roeien met de riemen die je hebt (=je moet het doen met de middelen die je hebt.)
- de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
- allemans neus is geen kapstok. (=je moet niet alles aan iedereen vertellen.)
- wie vis heeft, moet ook de graat hebben (=je moet ook de nadelen accepteren (geen rozen zonder doornen))
- roei met de riemen die je hebt (=je moet werken met de middelen die men heeft)
- de melk optrekken (=je woord terugnemen, je belofte niet helemaal vervullen)
- je op je pik getrapt voelen (=je zwaar vernederd voelen)
- je in de vingers snijden (=jezelf (onbedoeld) benadelen)
- je in de eigen voet schieten (=jezelf benadelen)
- met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
- een speld heeft ook een kop. (=kinderen doen het liefst wat ze zelf willen)
- het ei wil wijzer zijn dan de kip (=kinderen willen wijzer zijn dan de ouders)
- onder iemands duiven schieten (=klanten van een ander overhalen om klant te worden bij jou)
- van een mooie / knappe tafel kun je niet eten. / Van een mooi bord kun je niet eten. (=knap van uiterlijk heeft ook wel eens nadelen.)
- een vuist maken (=krachtig opstellen)
- uit zijn slof schieten (=kwaad uitvallen, boos worden)
- met de nachtschuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
- aan de beterende hand zijn (=langzaam genezen, herstellen)
- je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
- iemand zwart maken (=lelijke dingen over iemand vertellen)
- iemands naam door de slijk halen (=lelijke dingen over iemand vertellen)
- omstaan leren (=leren schikken naar de wensen en bevelen van een ander)
- iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
- de tering naar de nering zetten (=leven met de middelen die men heeft)
- de huik naar de wind hangen (=meeheulen - altijd andermans standpunt volgen)
- hoger willen vliegen dan men kan (=meer willen doen dan men kan)
- op je tenen lopen (=meer willen presteren dan je aan kunt)
- een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermans spullen te misbruiken)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen