3292 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ś`
- bekend staan als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
- belofte is een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken)
- belofte maakt schuld (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
- beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
- bergafwaarts gaan (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid)
- beslagen ten ijs komen (=goed voorbereid zijn)
- betalen als de paus geus wordt (=nooit betalen)
- beter een blind paard dan een leeg halster. (=beter iets dan niets)
- beter één ezel voor de ploeg dan twee paarden op stal. (=kiezen voor zekerheid.)
- beter kleine meester dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
- beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=oost West thuis best)
- beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
- beter van een stad dan van een dorp (=beter dat een rijke betaalt dan een arme)
- beurs op de knip / Hand op de knip (=geen geld (meer) uitgeven)
- bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
- bij de neus hebben (=iets wijsmaken)
- bij de roes (=alles door elkaar)
- bij de styx zweren (=styx is rivier in onderwereld)
- bij de tekst blijven (=bij het oorspronkelijke plan blijven)
- bij eigen zin is geen gewin. (=eigenwijs zijn is niet goed)
- bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- bij elkaar flansen (=samenrapen)
- bij elkaar passen als twee trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
- bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemis aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
- bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
- bij het walletje langs (=op het nippertje, zuinig)
- bij iemand in het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
- bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
- bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
- bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
- bij kris en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
- bij kris en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
- bij moeders pappot (=thuis)
- bij moeders pappot blijven (=thuis blijven - enkel spreken over iets waar men iets over weet)
- bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
- bij schering en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren)
- bij Sint Joris in de kost zijn (=ergens gratis eten)
- bij zijn positieven blijven (=blijven opletten)
- bijna is nog niet half en een koe is nog geen kalf (=iets bijna hebben is hetzelfde als iets helemaal niet hebben)
- binnen de kortste keren (=heel snel, bijna onmiddellijk)
- binnen de lijntjes kleuren (=netjes handelen, niets doen wat niet mag)
- binnenskamers gebleven (=geheim gebleven)
- bloot slaat dood (=iemand voor het blok zetten: iemand dwingen een keuze te maken)
- boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe)
- boerenverstand (=zonder scholing toch slim zijn)
- bokkensprongen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken)
- bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je iemand toevallig tegenkomt is groot)
- boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
- borgen is geen kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
3730 betekenissen bevatten `ś`
- wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
- de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
- men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
- oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
- in zijn achterhoofd hebben (=als reserve klaar hebben)
- de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend worden)
- iemand in de buik straffen. (=als straf geen eten geven.)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
- wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
- haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten)
- uitdrogen als een Harderwijker (=alsmaar vervelender worden)
- zitten alsof men een luis in zijn oor heeft (=alsof hij door zijn geweten beschuldigd wordt)
- altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
- op de kloosters reizen (=altijd bij vrienden of kennissen logeren)
- de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
- met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
- draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
- een bodemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of opraken)
- onder een gelukkig gesternte geboren zijn (=altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn)
- ex officio (=ambtshalve)
- ratione officii (=ambtshalve)
- in een andere vorm gieten (=anders voorstellen)
- uit de toon vallen (=anders zijn dan de anderen)
- of je worst lust! (=antwoord als iemand `Wat?!` zegt)
- april doet wat hij wil (=april geeft onvoorspelbaar weer)
- armoe met eren kan niemand deren. (=arm zijn is niet erg als je maar eerlijk bent)
- op de magerste paarden bijten de dazen. (=arme mensen hebben vaak pech)
- als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
- hoogmoed deed nooit iemand goed. (=arrogantie en overmoed zijn slechte eigenschappen)
- dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)
- de scepter zwaaien (=baas zijn)
- het hoogste woord hebben (=baas zijn (of willen zijn))
- onder zich hebben (=baas zijn over)
- in de rats zitten (=bang zijn of angst hebben / in de problemen zitten)
- keur baart angst. (=bang zijn om niet de goede keuze te maken door een teveel aan opties)
- dat is huilen met de pet op (=bedroevend resultaat)
- je bent om op te eten (met boter en suiker). (=beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
- van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met een verhaal)
- van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
- aan de slag gaan (=beginnen te werken, starten)
- geef het veulen geen haver en het kind geen brandewijn. (=behandel kinderen niet als grote mensen)
- salva ratificatione (=behoudens bekrachtiging)
- het is muis als moer, een staart hebben ze allemaal. (=beide opties zijn vervelend)
- waar twee kijven hebben twee schuld (=beide personen hebben schuld als ze ruzie met elkaar maken)
- aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
- iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde is)
- te goeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)
- aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
- de deksel van de pot aflichten. (=bekendmaken wat voorheen verborgen was)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen