Spreekwoorden met `TA`

Zoek


309 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `TA`

  1. je blind sTAren op (=te veel naar één eigenschap kijken)
  2. je kaarten op TAfel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
  3. je mannetje kunnen sTAan (=zich goed kunnen verdedigen)
  4. je met hand en TAnd verzetten (=je  heftig verzetten en er alles aan doen om het niet te laten doorgaan)
  5. je op een afsTAnd houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien)
  6. je TAbernakelen bouwen (=zich vestigen met het doel lang te blijven)
  7. je TAnden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)
  8. je versTAnd gebruiken (=het verstandig aanpakken)
  9. je woord gesTAnd doen (=doen wat iemand beloofd heeft)
  10. je ziet eruit als een afgegoten paTAt (=katerig)
  11. kolen op iemands hoofd sTApelen (=iets goed doen voor een onvriendelijke persoon)
  12. komen waar de duivel zijn sTAart keert (=op een zeer onherbergzame plaats aankomen.)
  13. komt men over de hond, dan komt men over de sTAart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
  14. korTAangebonden zijn (=snel boos zijn)
  15. leergeld beTAlen (=fouten maken tijdens het leren)
  16. lex TAlionis (=wet van vergelding) (Latijn)
  17. liegen of/dat het gedrukt sTAat (=heel erg hard liegen)
  18. liggen de handen dan liggen de TAnden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)
  19. liggende maan, sTAande matrozen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
  20. lijnrecht tegenover iets sTAan (=volledig het omgekeerde zijn of denken)
  21. loco ciTAto (=op de aangehaalde plaats) (Latijn)
  22. maart heeft een krul in zijn sTAart. (=in maart kan het wisselvallig zijn)
  23. maart heeft knepen in zijn sTAart (=weerspreuk)
  24. maart roert zijn sTAart (=in maart kan het nog stormachtig weer zijn)
  25. met beide benen op de grond sTAan (=een realist zijn)
  26. met de mond vol TAnden sTAan (=niet weten wat je moet zeggen / ergens versteld van staan)
  27. met de rug tegen de muur sTAan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
  28. met de vossensTAart geselen (=zacht straffen)
  29. met een been in het graf sTAan (=bijna dood, ernstig ziek)
  30. met een lanTAarn te zoeken (=heel zeldzaam , moeilijk te vinden)
  31. met een rode letter aangetekend sTAan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet vergeten wordt)
  32. met een sTAand zeil (=driftig, boos)
  33. met één voet in het graf sTAan (=iemand gaat bijna dood)
  34. met een zwarte kool aangetekend sTAan (=ongunstig bekend staan)
  35. met gelijke munt beTAlen (=hetzelfde kwaad terugdoen)
  36. met gesloten beurs beTAlen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  37. met het mes tussen de TAnden (=wanneer alles op het spel staat)
  38. met het verkeerde been uit bed sTAppen (=een slecht humeur hebben)
  39. met het versTAnd van een garnaal (=erg weinig verstand, erg dom)
  40. met lange TAnden eten (=met tegenzin eten)
  41. met TAk en wortel uitroeien (=geheel uitroeien)
  42. met vallen en opsTAan (leren) (=door mislukkingen leren)
  43. met wortel en TAk uitroeien (=iets volledig bestrijden om er geen last meer van te hebben)
  44. met zijn TAlenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
  45. mijn hoofd sTAat er niet naar (=ik kan me er niet op concentreren)
  46. mijn versTAnd sTAat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
  47. muTAtis muTAndis (=met de nodige wijzigingen) (Latijn)
  48. naar iets TAlen (=ergens belangstelling voor hebben)
  49. niet erg vast in de schoenen sTAan (=zich gemakkelijk laten ompraten)
  50. niet graag in iemand schoenen sTAan (=niet graag willen ervaren hoe het is iemand anders te zijn die in een moeilijke of onprettige situatie zich bevindt)

405 betekenissen bevatten `TA`

  1. een tandje bijzetten (=extra inspanning leveren. (de gashendel een TAnd verschuiven))
  2. in de bus blazen (=flink beTAlen)
  3. niet thuis zijn van (=geen versTAnd hebben van - niet willen weten van)
  4. van God los zijn (=gek zijn, boven de wet sTAan)
  5. door de bank genomen (=gemiddeld; meesTAl; gewoonlijk)
  6. mooi weer spelen (=genieten (meesTAl van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
  7. van de kant zijn (=gesTArt zijn)
  8. ter ziele zijn / ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meer besTAat of actief is)
  9. ze alle vijf bij elkaar hebben (=goed bij zijn versTAnd zijn)
  10. met beslagen paarden op het ijs komen. (=goed voorbereid zijn voor zijn TAak)
  11. geen voetbreed wijken (=hard op zijn sTAndpunt blijven)
  12. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of toTAal niets over iets vertellen)
  13. de neuzen tellen (=het aanTAl aanwezigen tellen)
  14. er met de grove bijl in hakken (=het bruTAal aanpakken)
  15. vissen hebben een goed leven (=het gelag niet beTAlen)
  16. de rook kan het hangerijzer niet deren (=het heeft geen zin te proberen iets dat vast sTAat te veranderen)
  17. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (MeesTAl in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  18. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (MeesTAl in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  19. het laat mij Siberisch koud (=het interesseert me toTAal niet)
  20. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresulTAat wordt nog veel beter)
  21. niet meer van vandaag (=het is ouderwets of niet meer accepTAbel)
  22. vrij buurmans` kind, dan weet je wat je vindt. (=het is versTAndig om vast te houden aan wat bekend en vertrouwd is)
  23. daar lusten de honden geen brood van. (=het is volstrekt onaccepTAbel)
  24. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde sTAndpunten bekijken (BE).)
  25. de duivel schijt altijd op de grootste hoop (=het ongeluk treft meesTAl degenen die al in moeilijkheden verkeren.)
  26. iets zwart op wit hebben (=het op papier hebben sTAan)
  27. je verstand gebruiken (=het versTAndig aanpakken)
  28. de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resulTAat zelf pakken)
  29. het is onbestaanbaar. (=het zou niet mogen besTAan, het is een schande)
  30. er mankeert iets in zijn bovenkamer (=hij is niet goed bij zijn versTAnd)
  31. de broodkruimels steken hem (=hij kan de welsTAnd niet dragen)
  32. zo lang er leven is, is er hoop (=hoe slecht het ook sTAat, zolang nog niet alles verloren is, kan alles nog goed komen)
  33. met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelsTAnd)
  34. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen presTAties)
  35. iemand uit bed lichten (=iemand `s nachts laten opsTAan)
  36. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij sTAat)
  37. iemands eer te na komen (=iemand beledigen - iemands naam aanTAsten)
  38. met iemand afrekenen (=iemand beTAlen; iemand iets beTAald zetten)
  39. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie sTAat qua gedrag)
  40. in een slechte reuk staan (=iemand die niet goed bekend sTAat)
  41. een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meesTAl wel voor elkaar)
  42. iemand een bokking geven (=iemand een sTAndje geven)
  43. een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is beTAald)
  44. iemand een poot uitdraaien (=iemand te veel laten beTAlen)
  45. iemand het vel over de oren halen (=iemand te veel laten beTAlen)
  46. iemand villen (=iemand te veel laten beTAlen / Iemand afpersen)
  47. een hoge Piet (=iemand van hogere rang of sTAnd)
  48. een lange arm hebben (=iemand zelfs vanaf een grote afsTAnd nog dwars kunnen zitten)
  49. een dood kind met een lam handje (=iets dat toTAal waardeloos is)
  50. tegen de maan blaffen (=iets doen wat toTAal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen