584 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `on`
- de tongen losmaken (=aanleiding geven tot gepraat)
- de toon aangeven (=bepalen welke richting het op gaat)
- de tramontane kwijt zijn (=het spoor bijster zijn)
- de uitzondering bevestigt de regel (=overal zijn er uitzonderingen)
- de verloren zoon is terecht (=wat (of wie) al lang verloren was, is teruggevonden)
- de vermoorde onschuld spelen (=net doen alsof je van niets weet)
- de vinger op de wond leggen (=precies aangeven waar het probleem zit)
- de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
- de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
- de wind eronder hebben (=de ondergeschikten hebben angst)
- de woorden uit de mond halen/nemen (=zeggen wat de ander ook net wou zeggen)
- de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
- de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
- de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
- de zondebok zijn (=ergens de schuld van krijgen)
- die niets ontbreekt is rijk. (=wie tevreden is heeft geen geld nodig)
- die wel doet, wel ontmoet. (=wie anderen goed behandelt, kan zelf goede behandeling verwachten.)
- dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
- doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. (=blijf vooral normaal doen)
- donderbuien zuiveren de lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
- donkere morgens mooie dagen. (=een slecht begin hoeft geen mislukking te zijn)
- door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische manier bekijken)
- een andere toon aanslaan (=op een andere manier tegen iemand gaan praten)
- een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
- een blauwe boon (=een kogel)
- een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
- een dag is nooit zo nat of de zon schijnt altijd wat (=ook bij nare situaties zijn er lichtpuntjes)
- een dronkemansgebed doen (=het geld natellen (als het zo goed als op is))
- een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
- een fluwelen tong hebben (=met gladde woorden mensen kunnen overtuigen)
- een geluk bij een ongeluk (=terwijl iets mis gaat, gaat iets anders goed)
- een gladde tong hebben (=goed kunnen praten, het goed kunnen uitleggen)
- een goed mondstuk hebben (=goed kunnen spreken)
- een grote mond hebben/opzetten (=brutaal zijn)
- een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
- een hark zonder steel (=iets waardeloos)
- een hartje zonder zorg (=een zorgeloos iemand)
- een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
- een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
- een hond is stout op zijn eigen dam. (=op bekend terrein durf je meer)
- een jan-contant (=solide koopman / iemand die contant betaalt)
- een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)
- een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
- een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
- een kring om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorspelt meestal regen)
- een kronkel in je hersens hebben (=vreemde gedachtes hebben)
- een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
- een kwade dronk hebben (=dronken zijn en slecht geluimd)
- een land van melk en honing zijn (=een land waar het goed en voorspoedig leven is)
- een losse tong hebben (=te veel babbelen)
1039 betekenissen bevatten `on`
- dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
- dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
- uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
- volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
- het beste paard van stal (=de belangrijkste persoon in het gezelschap)
- de rubicon overtrekken (=de beslissende stap ondernemen)
- primus inter pares (=de beste onder zijns gelijken)
- de touwtjes in handen hebben (=de controle hebben over een situatie.)
- het stuur kwijt zijn (=de controle verloren hebben)
- mastiek maken (=de dagelijkse schoonmaak verrichten)
- in de tredmolen lopen (=de dagelijkse sleur volgen - zich onderwerpen)
- die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord)
- achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
- de economie zit in de lift (=de economie groeit)
- de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
- herenzonden boerenleed. (=de gewone mensen boeten voor de fouten van de mensen met macht)
- zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)
- de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende klusjes opknappen)
- de bazuin steken (=de lof verkondigen)
- van de troon stoten (=de macht ontnemen)
- van zijn voetstuk stoten (=de macht ontnemen - ontmaskeren)
- de groten rijden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=de machtige lui leven op kosten van de gewone man)
- de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
- het slechtste wiel van de wagen kraakt meest. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- ijdele tonnen rollen het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- holle vaten klinken het hardst. (=de minst competente persoon is vaak ook de luidste)
- nomen nescio (=de niet genoemde persoon)
- de wind eronder hebben (=de ondergeschikten hebben angst)
- de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
- Hansje in de kelder. (=de ongeboren baby)
- op de pianist schieten (=de onschuldige (de brenger van het nieuws) straffen)
- de mug uitzuigen en de kameel doorzwelgen (=de onschuldige straffen en zelf schaamteloos zondigen)
- als een spin in het web (=de persoon of organisatie waar alles om draait)
- met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed gebruiken)
- het lieve leventje gaande (=de ruzie begonnen - de poppen aan het dansen)
- de hel breekt los (=de ruzie is begonnen.)
- ook tussen de mooie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
- er de wind onder hebben (=de schrik erin hebben zitten bij ondergeschikten)
- eb en vloed wachten op niemand (=de tijd gaat gewoon door)
- met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kunnen voorspellen / bijzonder voorzichtig zijn)
- er geen doekjes om winden (=de waarheid onverbloemd vertellen)
- het gras voor de voeten wegmaaien (=de woorden uit de mond nemen - alle kansen ontnemen)
- de molen is/loopt door de vang (=de zaak of persoon is in de war (gek))
- het vlees doden (=de zinnelijke behoeften onderdrukken)
- de koperen ploert (=de zon)
- de grote kaars gaat uit (=de zon gaat onder)
- een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
- de oude adam (=de zondige natuur (aard))
- bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
50 dialectgezegden bevatten `on`
- Ge kund'is on mennen tap gaon hange joeng (=Je moet niet denken dat ik dat ga doen, man) (Antwerps)
- ge meut ur nie òn dènke (=je mag er niet aan denken) (Tilburgs)
- ge mot nie òn dè bölleke pölleke. (=je moet niet aan dat balletje peuteren.) (Tilburgs)
- gee woëd mei on vaul maoke (=niet meer over praten) (Munsterbilzen - Minsters)
- gee woëd on vaul maoke (=niets over zeggen) (Bilzers)
- geene noegel emme ve on a gat te krabbe (=geen bezittingen hebben) (Overijses)
- get on de graute klok hange (=de kat de bel aanbinden) (Munsterbilzen - Minsters)
- get on zene meteur höbbe (=een zwak hart hebben) (Munsterbilzen - Minsters)
- giejn naugel emmen ve on zen gat te krabben (=straatarm zijn) (Moorsel)
- gisteren hochech gét on menen tram : ich misde oppen hoeër de bus, mér gelékkëg hochten traajn vertraogeng (=een ramp : tram, bus en trein) (Bilzers)
- godder nog on beginnen of oe zit da 'd ier (=werk nu door) (Sint-Niklaas)
- gods genojetige! (nog on tau...) (=verdorie!) (Munsterbilzen - Minsters)
- godsgenoje (nog on tau) (=lieve hemel) (Bilzers)
- haaj bèn ich on haan en viet gebonne (=ik ben machteloos in deze situatie) (Munsterbilzen - Minsters)
- haat tich bij want dae hèt viël grond on zen haan hange (=trouw maar gauw want hij heeft veel eigendom) (Munsterbilzen - Minsters)
- haat tich vas on het graojs of on ze geloof! (=vertrouw alleen op je zelf en het geloof) (Munsterbilzen - Minsters)
- haatech vas on ze geloof, nae, ich haat mich vas onnet graos (=in hoogste nood is de redding nabij) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae èster nog altijd kènd on haus (=hij heeft er altijd bij gehoord) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae gifte pijp on Matte (=de tabaksverkoper is de sigaar) (Munsterbilzen - Minsters)
- Hae gojt 't on diëre ên vinsters aut (=Hij is erg verspilziek) (Bilzers)
- hae hèt get on zene meteûr (=er mankeert wat aan zijn hart) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae hèt ne blok on ze been (=de aanemer klaagt steen en been) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae hèt zen ziel verkoch on den dievel (=hij heeft verraad gepleegd) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae héttet on zene slinger (buijel) (=hij heeft het zitten!) (Bilzers)
- hae hoch et on zen kloete (=de gynaecoloog was het kind van de rekening) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae hoch et pak on zen been (=de expediteur stuurde alles in 't honderd) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae hoch pietsje den daud on wërke (=de dakdekker lag in de goot) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae plekde on mich waajen strontvlieg (=de imker smeerde honing aan de mond) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae zoo zen eege wol on de kop konne slon (=hij kon zichzelf wel voor de kop slaan) (Munsterbilzen - Minsters)
- hang dat on de kat hërre stat (=dat gelooft toch niemand) (Munsterbilzen - Minsters)
- hè ston al vruug òn zun pèpke te lörreke (=hij stond al vroeg aan zijn pijpje te zuigen) (Tilburgs)
- hè-s òn ut pratte (=hij is aan de suk kel) (Tilburgs)
- hëbste paajn on het lepke (=wat heb je aangevangen, ik zie dat je een verband om je...hebt) (Munsterbilzen - Minsters)
- Hei-je het hooi òn de róók? (=Is je vrouw in verwachting, heb je iemand zwanger gemaakt?) (Texels)
- het watter steed em tot on de mond (=de brouwer is het zat) (Munsterbilzen - Minsters)
- hij eeget on zen lits (=hij heeft het aan zijn been) (Overijses)
- hij leej òn daachterste mèm. (=hij komt er bekaaid vanaf.) (Tilburgs)
- ich ben on haan en viet gebonne (=ik mag niets zeggen of doen) (Bilzers)
- ich bèn on hand en voet gebonne (=ik sta werkelijk machteloos) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich gonnem on de kapstok hange (=het is ermee gedaan) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich hëb paajn on mën goesting (=ik heb geen goesting) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich heirde et al on zenen ojem (=ik had het al rap door!) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich hoch men eege wol on de kop konne howe (=ik had er (te laat) spijt van) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ich hüb den Dikke Zjenderm nog dèk zien op te loop gon mèt zen aa kammenët as de waolen on Den Danmark (laoter Jaws) mèt e man of tein zen kammenet wolle ümgoeje (=Lachwekkend was vooral het optreden van Den Dikke (gendarme) om de orde te herstellen in de Danmark (van Twanneke van Zjeif) ; als de Waaltjes wervraak namen op zijn rijkswachtcamionette was hij rap verdwenen) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich hüb paajn on men goesteng (=ik zou wel eens willen) (Bilzers)
- ich höb mér één aur on ielke kant (=ik kan ook niet alles weten) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich kos men eege wol on de kop howe (=ik was een grote stommerik) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich kos mich van piere sjangering wol on de kop howe (=ik was boos op mezelf) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich wol daste de krampe on zên k krieëgs (=krijg nou wat!) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich wol daste de kremp on zen K. kriëgs (=krijg nu toch wat!) (Bilzers)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen