134 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `oge`
- gewogen en te licht bevonden (=na onderzoek afgekeurd zijn)
- gezien mogen worden (=er goed uitzien)
- groen en geel voor de ogen worden (=duizelen en/of erg van schrikken)
- grote ogen opzetten (=erg verbaasd zijn)
- haken en ogen geven (=iets heeft veel moeilijkheden)
- het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
- het hoge woord is er uit (=het onaangename is gezegd)
- het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
- het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
- het licht in de ogen niet gunnen (=niets gunnen, er niets van kunnen verdragen)
- het zijn vogels van enerlei veren (=ze zijn eender)
- hoe hoger het hart, hoe lager de ziel (uit het Fries) (=hoogmoed is het kenmerk van een dwaas)
- hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid)
- hoge nood hebben (=naar de wc moeten)
- hoge ogen gooien (=een goede kans maken op iets)
- hoger willen vliegen dan men kan (=meer willen doen dan men kan)
- horen zeggen is half gelogen. (=wat je via via hoort is niet altijd waar)
- iemand de ogen openen (=iemand inzicht geven in iets wat diegene nog niet doorhad)
- iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
- iemand de ogen verblinden (=iemand door uiterlijke schijn misleiden)
- iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijsmaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
- iemand het licht in de ogen niet gunnen (=iemand absoluut niet kunnen verdragen)
- iemand in de ogen schijnen (=iemand hinderen)
- iemand in de ogen steken (=iemand ergeren)
- iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
- iemand met schele/scheve ogen aankijken (=iemand afgunstig bekijken)
- iemand naar de ogen zien (=proberen iemands` wensen te raden)
- iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
- iemand zand in de ogen strooien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
- iets met argusogen bekijken (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden)
- iets met lede ogen aanzien (=iets met tegenzin zien gebeuren)
- iets niet met droge ogen kunnen aanzien (=letterlijk: gaan huilen/tranen bij het zien gebeuren van iets)
- ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)
- in de aap gelogeerd zijn (=in een vervelende positie beland zijn)
- in de ogen schijnen/steken (=hinderlijk zijn, ergeren)
- in mei leggen alle vogels een ei (=weerspreuk: aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
- in ogenschouw nemen (=bekijken)
- je de ogen uit het hoofd schamen (=erg beschaamd zijn)
- je ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)
- je kent een vogel aan zijn veren (=je kent de mens aan zijn gedragingen)
- je koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
- je netten drogen (=uitrusten na dronkenschap)
- je ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen)
- je ogen in je zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
- je ogen niet geloven (=niet geloven wat men ziet)
- je ogen uitkijken (=erg verbaasd of nieuwsgierig staan kijken)
- je ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
- je ogen voor iets sluiten (=doen alsof iets er niet is)
- je schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken)
- met de moedermelk ingezogen hebben (=van jongs af zo geleerd hebben)
119 betekenissen bevatten `oge`
- de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
- naar de maan lopen (=het wel mogen vergeten / weg moeten gaan)
- vol gas geven (=het zo snel mogelijk doen verlopen)
- het is van de gekke (=het zou niet mogen)
- het is onbestaanbaar. (=het zou niet mogen bestaan, het is een schande)
- voor de deur staan (=ieder ogenblik kunnen beginnen, komen)
- ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
- de drie h s meegeven (=iemand (zo mogelijk definitief) wegsturen)
- door de neus boren (=iemand anders iets de mogelijkheid ontnemen)
- een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
- iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
- iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
- een hoge Piet (=iemand van hogere rang of stand)
- een kat in de zak kopen (=iets kopen zonder het gezien te hebben - bedrogen worden)
- een speld in de hooiberg zoeken (=iets onmogelijks proberen)
- tegen de maan pissen (=iets onmogelijks proberen)
- een snoek op zolder zoeken (=iets onmogelijks zoeken, vergeefse moeite doen)
- de pil vergulden (=iets vervelends op zo vriendelijk mogelijke manier zeggen)
- een schot voor open doel. (=iets zo eenvoudig dat het bijna onmogelijk is om te falen)
- de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
- hoge bomen/masten vangen veel wind (=in een hoge positie heeft men ook veel verantwoordelijkheid)
- het water komt aan/tot de lippen (=in groot gevaar, in hoge nood)
- als de nood het hoogste is, is de redding nabij (=in hoge nood komt er vaak plotseling een oplossing)
- bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
- geen zorgen voor de dag van morgen (=maak je nu nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen)
- armslag krijgen (=meer mogelijkheden krijgen)
- een streepje voor hebben (=meer mogen dan een ander, minder gauw straf krijgen)
- je kan geen ijzer met handen breken (=men kan het onmogelijke niet doen)
- zo lang aardappels poten als je mest hebt (=met iets zo lang mogelijk doorgaan)
- er gaan veel makke schapen in een hok (=met inschikkelijke mensen is meer mogelijk)
- een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
- quod bonum felix faustumque sit (=moge dat goed en gezegend zijn)
- een oogje dichtdrukken/toeknijpen/luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen)
- geen zee te hoog (=niets is onmogelijk)
- wie de pastoor niet eert, wie zijn absolutie riskeert (=om je ambitie te bereiken, moet je extra aardig zijn voor de hoge heren)
- wachten tot je een ons weegt (=onmogelijk lang wachten)
- dertien ogen gooien (=onmogelijk veel geluk hebben)
- om de haverklap (=op alle mogelijke momenten, steeds weer opnieuw)
- ter elfder ure (=op het laatste ogenblik)
- op de valreep (=op het laatste ogenblik)
- met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
- tot de jaren des onderscheids komen (=oud genoeg zijn om zelf te weten/mogen wat wel en niet mag)
- tegen een oven gapen (=proberen iets onmogelijks te doen)
- aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
- de één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
- je kan geen omelet maken zonder eieren te breken (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken)
- een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
- bakzeil halen (=toegeven dat je ongelijk hebt / aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen