Spreekwoorden met `eken`

Zoek


146 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eken`

  1. effen rekening maakt goede vrienden (=of anders: schulden maken vijanden)
  2. er de hand voor in het vuur steken (=heel zeker weten dat iets zo is)
  3. er de kat insteken (=ermee ophouden)
  4. er de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  5. er een stokje voor steken (=iets verhinderen)
  6. er geen tekeningetje bij moeten maken (=het is overduidelijk)
  7. er is een tijd van spreken en er is een tijd van zwijgen. (=soms is het beter om niets te zeggen)
  8. er niet van kunnen meespreken (=er niets over weten)
  9. er voor tekenen (=het met plezier willen aanvaarden)
  10. ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
  11. geen krieken zonder stenen. (=niemand is er perfect.)
  12. geen teken van leven meer geven (=niets meer van zich laten horen)
  13. het bijltje zoeken (=een excuus of uitweg verzinnen)
  14. het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  15. het hoofd opsteken (=zich weer doen opmerken)
  16. het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
  17. het kind van de rekening (=degene die schade lijdt, terwijl anderen niets hebben)
  18. het krieken van de dag/dageraad (=de vroege ochtend)
  19. horzels steken niet en hommels doden niet. (=mensen met een grote mond dragen het minste bij)
  20. iemand de loef afsteken (=ergens beter in zijn dan iemand)
  21. iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
  22. iemand de rekening presenteren (=iemand de kosten ten laste brengen (ook figuurlijk))
  23. iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
  24. iemand een pluim op zijn hoed steken (=iemand complimenteren)
  25. iemand een veer in de broek/kont steken (=iemand complimenteren of prijzen)
  26. iemand een veer op de hoed steken (=iemand vertellen dat die z`n werk goed gedaan heeft)
  27. iemand in de ogen steken (=iemand ergeren)
  28. iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
  29. iemand met een zwarte kool tekenen (=iemand erg ongunstig voorstellen)
  30. iemand naar de kroon steken (=z`n best doen anderen te overtreffen)
  31. iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
  32. iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
  33. iets achter de kiezen steken (=iets eten)
  34. iets uit de doeken doen (=iets uitleggen)
  35. in de krop steken (=hinderen , onverwerkt zijn)
  36. in de ogen schijnen/steken (=hinderlijk zijn, ergeren)
  37. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
  38. in het harnas steken (=woedend zijn)
  39. in iemands vel steken (=het lichamelijke lot van iemand anders ondervinden)
  40. je hand in een wespennest steken (=zich bemoeien met een problematisch onderwerp en wellicht daardoor zelf moeilijkheden krijgen)
  41. je het apezuur zoeken (=eindeloos zoeken)
  42. je kan geen ijzer met handen breken (=men kan het onmogelijke niet doen)
  43. je kan geen omelet maken zonder eieren te breken (=soms moet men iets verliezen om een hoger doel te bereiken)
  44. je kop in het zand steken (=doen alsof iets (een probleem) er niet is)
  45. je kruk ergens tussen steken (=ergens ter hulp komen)
  46. je mening niet onder stoelen of banken steken (=je mening niet verbergen, openlijk voor je standpunten uit durven komen, bij voorbeeld van afkeuring van iets)
  47. je neus in andermans zaken steken (=zich bemoeien met zaken die je niet aangaan)
  48. je penaten opzoeken (=naar huis gaan)
  49. je voelhorens uitsteken (=trachten te achterhalen)
  50. kinderen en dronkaards spreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)

167 betekenissen bevatten `eken`

  1. bij de pakken neerzitten (=geen oplossing meer zoeken, niet meer verder doen)
  2. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  3. geluk en glas breekt even ras. (=geluk is niet vanzelfsprekend)
  4. op de kaart zetten (=gemaakt tot iets waar rekening mee gehouden wordt.)
  5. lelijke streken op zijn kompas hebben (=gemene en lelijke streken uithalen)
  6. ruim zijn aandeel in `s werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)
  7. een goed mondstuk hebben (=goed kunnen spreken)
  8. alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
  9. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  10. het mag geen naam hebben (=het is onbetekenend (bijvoorbeeld een verwonding))
  11. vrij buurmans` kind, dan weet je wat je vindt. (=het is verstandig om vast te houden aan wat bekend en vertrouwd is)
  12. handen wassen (=het toilet bezoeken)
  13. wie het eerst komt, het eerst maalt (=het wordt toegekend aan degene(n) die het eerst komt)
  14. men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
  15. iemand aanschieten (=iemand aanspreken)
  16. in een slechte reuk staan (=iemand die niet goed bekend staat)
  17. iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
  18. iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
  19. iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
  20. iemand of iets over het hoofd zien (=iemand niet opmerken, vergeten met iemand of iets rekening te houden, iets niet zien)
  21. iets aan de klokreep hangen (=iets algemeen bekend maken)
  22. iets aan het licht brengen (=iets bekend maken wat verborgen is)
  23. de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
  24. de rode haan laten kraaien (=iets in brand steken)
  25. iets in de groep gooien (=iets in een groep bespreken)
  26. iets onder de loep nemen (=iets nauwkeurig onderzoeken)
  27. iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
  28. een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke betekenis)
  29. een snoek op zolder zoeken (=iets onmogelijks zoeken, vergeefse moeite doen)
  30. een waarheid als een koe (=iets totaal vanzelfsprekends)
  31. iets over het hoofd zien (=iets vergeten of ontbreken)
  32. onbekend maakt onbemind (=iets wat nog onbekend is, kan ook niet geapprecieerd worden)
  33. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  34. een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
  35. ik zoek het paard, maar ik zit erop. (=iets zoeken waar je heel dichtbij bent)
  36. ruiten tikken (=inbreken)
  37. over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt)
  38. met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
  39. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  40. kattenkwaad uithalen (=kwajongensstreken)
  41. in de meuk staan (=laten weken om zacht te worden)
  42. eten is een goed begin: het ene beetje brengt het ander in. (=letterlijke betekenis.)
  43. te woord staan (=luisteren naar en bereid zijn te spreken met)
  44. je licht niet onder de korenmaat zetten (=meespreken, je mening geven en laten merken dat je er iets van weet)
  45. over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadspreken over overledenen als iets heel onbeleefd, er mag niet gespot worden met de dood)
  46. soort zoekt soort (=mensen met dezelfde interesses zoeken elkaar op)
  47. het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
  48. de violen stemmen (=met elkaar onderhandelen, naar compromissen zoeken)
  49. een lelijke noot met iemand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
  50. de tijd zal het leren (=na verloop van tijd is er bekend hoe het gegaan is)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen