Spreekwoorden met `ege`

Zoek


188 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ege`

  1. er is geen kruid tegen gewassen (=er is niets aan te doen)
  2. er is met hem te eggen noch te ploegen (=er is met hem niets aan te vangen)
  3. er zijn vele wegen die naar Rome leiden (=er zijn meerdere manieren om iets te doen)
  4. familie van Adamswege. (=verre familie.)
  5. gebraden duiven vliegen niemand in de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
  6. geen hoogvlieger zijn (=weinig talent hebben)
  7. geen sjoege hebben van (=niets weten over)
  8. gegeven brokken zijn gauw gegeten. (=weldadigheid gaat meestal niet ver.)
  9. gezegende omstandigheden (=in verwachting)
  10. glashard liegen (=liegen zonder er iets van in zijn houding te laten merken)
  11. goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
  12. halfjes en motregen dringen door. (=ook van kleine beetjes wordt je dronken)
  13. hard tegen hard gaan (=niemand die wil toevoegen en er beide voor gaan om te winnen)
  14. hazenvlees gegeten hebben (=een bangerik zijn)
  15. heb je het ooit zo zout gegeten (=heb je het ooit zo straf meegemaakt)
  16. heeft de duivel `t paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
  17. heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  18. hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te krijgen (bv van iemand))
  19. het gelaat is de spiegel der ziel. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
  20. het geld regeert de wereld (=geld heeft grote invloed)
  21. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet het onaangename met de glimlach)
  22. het is zondegeld (=het is jammer dat daar kosten voor gedaan zijn)
  23. het regent bakstenen (=gezegd van een hevige hagelbui)
  24. het regent pijpenstelen (=het regent heel hard)
  25. het vege lijf redden (=vluchten, er snel vandoor gaan)
  26. het zo zout nog niet gegeten hebben (=het zo slecht nog nooit meegemaakt hebben)
  27. hier niet zijn om vliegen te vangen (=niet gekomen om de tijd de verdoen)
  28. hoger willen vliegen dan men kan (=meer willen doen dan men kan)
  29. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  30. iemand de mantel uitvegen (=iemand hevig uitfoeteren)
  31. iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand gelogen heeft)
  32. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  33. iemand naar de keel vliegen (=op iemand erg kwaad worden, aanvallen, ermee vechten)
  34. iemand tegen het lijf lopen. (=onverwacht iemand tegenkomen)
  35. iemand tegen zich in het harnas jagen (=iemand door eigen toedoen boos maken)
  36. iets ertegenaan gooien (=ergens geld aan uitgeven)
  37. iets niet tegen/aan dovemans oren zeggen (=iets wordt erg goed onthouden)
  38. iets onder het tapijt vegen (=iets verbergen of negeren.)
  39. iets tegen de penning zestien verkopen (=iets zeer duur verkopen)
  40. iets tegen iemand hebben (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  41. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  42. in de lucht laten vliegen (=laten ontploffen)
  43. in de nood eet de duivel vliegen. (=als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  44. in geen twee sloten tegelijk lopen (=voorzichtig zijn en op zichzelf kunnen passen)
  45. in geen velden of wegen te zien zijn (=iets is helemaal nergens te vinden)
  46. in het huisje wegen (=uiterst nauwkeurig het gevraagde gewicht geven)
  47. je aan een ander spiegelen (=je vergelijken met een ander)
  48. je eigen stoep vegen. (=voor jezelf opkomen.)
  49. je eigen straatje vegen (=zijn eigen werk doen)
  50. je gat aan de poort vegen (=zich nergens zorgen om maken)

296 betekenissen bevatten `ege`

  1. op de man af (=direct, zonder omwegen)
  2. je uit de markt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)
  3. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  4. ambt geeft verstand. (=een baan gekregen hebben zonder er iets van af te weten)
  5. een rad uit de wagen. (=een flinke tegenvaller)
  6. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  7. eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  8. een kring om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorspelt meestal regen)
  9. een klein visje een zoet visje (=een klein voordeel of winstje dat met weinig moeite is verkregen)
  10. een scheve schaats rijden (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden)
  11. aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  12. brave hendrik (=een persoon die op overdreven wijze de regeltjes volgt)
  13. een wet van Meden en Perzen zijn (=een regel waarvan nooit mag worden afgeweken)
  14. iets op een procrustesbed leggen (=een regeling zo toepassen dat hij er voordeel van heeft)
  15. doekje voor het bloeden (=een schrale troost, of een ontoereikende, slechts symbolische maatregel)
  16. iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
  17. ongeluk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
  18. de vleespotten van Egypte (=een vroegere tijd van grote welvaart)
  19. Poolse landdag (=een wilde, ongeregelde bijeenkomst)
  20. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit)
  21. de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
  22. al voor heter vuren gestaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  23. er een loodje op leggen (=er iets aan toevoegen)
  24. bij de vleet (=er is meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
  25. de muren hebben oren (=er kan ongewenst worden meegeluisterd door anderen)
  26. tussen wal en schip vallen (=er niet bij passen of genegeerd worden.)
  27. er een schepje opdoen (=er nog wat aan toevoegen)
  28. een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
  29. ergens met lood in de schoenen naar toe gaan (=er verschrikkelijk tegen opzien)
  30. mogen lijden (=er wel tegen kunnen - iemand wel kunnen verdragen)
  31. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  32. daarmee is de kous af. (=er wordt geen aandacht meer aan gegeven)
  33. er de hand in gehad hebben (=eraan meegewerkt hebben, met raad of daad)
  34. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en tegens afwegen)
  35. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
  36. genade vinden (=ergens geen straf voor krijgen of iets niet toegerekend worden)
  37. door de knieën gaan (=ergens met tegenzin mee akkoord gaan)
  38. het hoofd stoten (=ergens onprettig tegen aan lopen)
  39. iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iemand die het zelf heeft meegemaakt)
  40. tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
  41. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  42. iets aan je laars lappen (=geen notitie nemen van regels, wet of voorschriften)
  43. aan elkaar knopen (=gegevens samenvoegen)
  44. geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
  45. ruim zijn aandeel in `s werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)
  46. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  47. wat baten kaars of bril, als de uil niet zien en wil. (=gezegd als een koppig iemand advies of hulp negeert)
  48. een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeluk, de mislukking of de handicap van tegenstrevers.)
  49. heb je het ooit zo zout gegeten (=heb je het ooit zo straf meegemaakt)
  50. liegen of/dat het gedrukt staat (=heel erg hard liegen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen