Spreekwoorden met `dun`

Zoek

50 dialectgezegden bevatten `dun`

  1. dun dieje nedde gij (=dat is zeker waar) (Oudenbosch)
  2. dun dieje neffe oew hej da nie gezeet (=diegene naast u heeft dat niet vertelt) (Bredaas)
  3. dun dieje van dun dieje (=kennis van een kennis) (ossies)
  4. dun dieju kunde deur un laampeglas hoalu (=Die is erg mager) (Brakels (gld))
  5. dun diejuh (=die persoon) (Bosch)
  6. dun diën is meer dan nu rechte verkenssteirt (=Iemand die denkt meer te zijn dan een ander) (Dongens)
  7. dun duvel op zunne steirt trappe (=het over iemand hebben en die dan plots tegen het lijf) (Gastels)
  8. dun eeste fietser laag un straot voor (=de ontsnapte renner had een grote voorsprong) (Oudenbosch)
  9. dun ene vullik bij dun aandere gaod altijd goed (=wat bij elkaar past gaat goed) (Oudenbosch)
  10. dun erste korstdag (=eerste kerstdag) (Geldermalsens)
  11. dun hond uit gaon laoten (=gaan poepen) (Brabants)
  12. dun hort op goan (=weg gaan) (Brakels (gld))
  13. dun irlukke vènder hih ut geld afgelivverd bè (=de eerlijke vinder heeft het geld afgeleverd bij) (Schijndels)
  14. dun kiepsedijk (=deel van de lingedijk) (Geldermalsens)
  15. dun óvu (=de steenfabriek) (Brakels (gld))
  16. dun Rooieweg (=willem de zwijgerweg) (Geldermalsens)
  17. dun stjoep van minnen duim doe zeer (=de top van mijn duim doet pijn) (Sint-Niklaas)
  18. dun tras is in de welle valle (=De emmer is in de put gevallen) (Flakkees)
  19. dun van de darrem gaan. (=Slecht aflopen.) (zaans)
  20. dun woensige-oavond vond langs unne weg in' t ulvenhoutsebos bè Breda (=woensdagavond vond langs een weg in het ulvenhoutsebos bij breda) (Schijndels)
  21. ei eé geel dun utsekluts (=alles is van hem) (Sint-Niklaas)
  22. en eel dun annukkusnest (=en al de rest ook) (Sint-Niklaas)
  23. Es de leefdje dun is zuus te de foute dik. (=Als de liefde dun is zie je de fouten dik.) (Kinroois)
  24. ès dun ongd gô voeieren (=hij is dood) (Sint-Niklaas)
  25. Gaten vol en dun deksel dur op (=Vriezen na veel regenweer) (Sevenums)
  26. ge kunnut krèège zogget wilt: dik, dun of dur un duukske (=Je kunt het hebben zoals je wilt) (Tilburgs)
  27. ge vurdientur un plekske in dun emel meej (=je doet er een heel goed werk mee) (Oudenbosch)
  28. haer op dun diek (=mooie meid gesignaleerd) (Flakkees)
  29. ijee dun piek innut dak gestoke (=hij doet het niet meer) (Oudenbosch)
  30. ijeet dun eule dag thuis over en weer lope lope (=hij heeft thuis de hele dag heen en weer gelopen) (Oudenbosch)
  31. ijeet dun eule mikmak bij mekaore gegooid (=hij heeft alles op een hoop gegooid) (Oudenbosch)
  32. ijis over dun steert gegaon (=hij heeft zich overwerkt) (Oudenbosch)
  33. IJssie boggelen (=Over dun ijs rennen) (Monnickendams)
  34. ik ga dun hit voere (=ik ga naar huis) (Flakkees)
  35. in dun aap gelózjért zein (=in de aap gelogeerd zijn) (oudenaards)
  36. In dun brank; oêt dun brank (=beter worden van brandschade) (Sevenums)
  37. Je mòt 'm dun skille (=Houd hem in gaten) (Texels)
  38. kakke gao vor bakke ok al is dun ove eet (=wat moet voorgaan het eerst doen) (Oudenbosch)
  39. kheb ' nne koekerel zien draoie aan ut rendje van dun geut (=Ik heb een tol zien draaien op de rand van het trottoir) (Bosch)
  40. kheb unne koekerel zien draoie op ut rendje van dun geut (=ik heb een tol zien draaien op het randje van de goot) (Bosch)
  41. klap van dun meule gekrigge (=gek zijn) (Riekevorts)
  42. krèk vur dun donkere (=tegen de avond) (Luyksgestels)
  43. kumt dah volgus dun nederlandse wetgiving toe aon dun vènder (=komt dat volgens de nederlandse wetgeving toe aan de vinder) (Schijndels)
  44. kzijn allang dun Bos uit (=ik ben sedert lang niet meer in Oudenbosch woonachtig) (Oudenbosch)
  45. maën knouke dun zieër (=mijn beenderen doen pijn) (Winksels)
  46. meej en dun pòtlôod schrèève (=zuinig calculeren) (Tilburgs)
  47. miene was zo gallig an de balge en ze schiet zo dun dast wel kenst zoepen (=mina was zo misselijk op de maag en ze scheet zo dun dat je het wel kon drinken) (Gronings)
  48. Mijn vaoder het jaorenlang stenen uitgekrojen op dun steenoven (=Mijn vader heeft jarenlang stenen uitgekruid op de steenoven) (Ewijk (Euiwwiks))
  49. Moakt ue ni dik, dun is de mode (=Wind je niet op, maak je niet kwaad) (Herentals)
  50. och dun oedel (=als iets niet gaat zoals het moet.) (Venloos)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen