265 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ap`
- de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de kap/sluier/habijt aannemen (=in een klooster gaan)
- de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
- de meeste aardappelen al gegeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
- de rapen zijn gaar (=er is een probleem waar direct iets aan gedaan moet worden)
- de rotte appels uit de mand halen (=de minder getalenteerde personen wegsturen, de minder goede dingen sorteren van de goede dingen)
- de schapen scheren (=gemakkelijk grote winsten maken)
- de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
- de slaap der rechtvaardigen slapen (=een schoon geweten hebben)
- de slappe lach hebben/krijgen (=niet kunnen stoppen met lachen)
- de wapenrok aantrekken (=militair worden)
- de zeug loopt met de tap weg (=nalatigheid is hier troef)
- die haalt de nieuwe aardappelen niet (=iemand die gauw zal gaan sterven)
- die het geluk vindt, die mag het oprapen. (=geluk komt onverwachts)
- door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
- een aangeklede aap (=een bespottelijk iemand)
- een aap op de schouder hebben (=een probleem hebben waar je niet vanaf komt.)
- een appeltje met iemand te schillen hebben (=nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
- een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen)
- een broodje aap (=een verzonnen verhaal dat als waarheid wordt verspreid.)
- een droge maart en een natte april is de boeren naar hun wil (=weerspreuk)
- een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
- een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
- een hazenslaapje (=een slaap, die zo licht is, dat men bij `t minste geluid wakker wordt)
- een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
- een kind om een boodschap sturen. (=niet de juiste persoon iets op laten lossen)
- een klap van de molen (beet) hebben (=niet goed bij het verstand zijn)
- een klap van de molen gekregen hebben (=niet goed meer bij verstand zijn)
- een klap van een lamme aap krijgen (=gekwetst worden)
- een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
- een luchtje happen (=even buiten gaan wandelen)
- een meid en een aardappel kies je zelf (=een vrouw kun je niet door iemand anders laten uitkiezen)
- een mens is geen aardappel (=iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanning)
- een nieuwe lap op een oud kleed (=een zinloze toevoeging)
- een onzevader bidden in alle kapelletjes (=in alle cafés langsgaan)
- een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
- een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
- een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
- een papieren zoldertje (=een dunne ijskorst)
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)
- een slaapmutsje nemen (=een borreltje nemen voor het slapen gaan)
- een slap jantje zijn (=een sukkel zijn)
- een smulpaap zijn (=van lekker eten houden)
- een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
- een uiltje knappen (=een dutje doen (zogenaamd een vlinder vangen))
- een vinger in de pap hebben (=ergens iets in te zeggen hebben, invloed hebben)
- een wolf in de schaapskooi. (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
- een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
122 betekenissen bevatten `ap`
- het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
- een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeluk, de mislukking of de handicap van tegenstrevers.)
- kruit noch lood hebben (=helemaal ongewapend zijn)
- de keel kost veel (=herhaalde dronkenschap leidt tot armoede)
- het is naar de maan (=het is kapot)
- er met de pet niet bij kunnen (=het niet willen/kunnen snappen)
- iets zwart op wit hebben (=het op papier hebben staan)
- de kop van jut (=het slachtoffer, het zwarte schaap)
- de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
- een eitje met iemand te pellen hebben (=hetzelfde als: een appeltje met iemand te schillen hebben. Nog iets met iemand moeten oplossen.)
- het krullen van de staart is het fatsoen van de hond. (=iedereen heeft wel een positieve eigenschap)
- de hete aardappel doorspelen (=iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
- een held op sokken (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik)
- iemand een hengst verkopen. (=iemand een harde klap geven)
- iemand op de hak nemen (=iemand er tussen nemen (grap uithalen) of spottend over iemand praten)
- iemand in de tang nemen (=iemand zo vasthouden dat hij of zij niet kan ontsnappen. / Iemand in zijn macht hebben)
- de stoute schoenen aantrekken (=iets doen wat moed vergt. (`stout` in de oude betekenis van `dapper`))
- tot moes slaan (=iets helemaal kapot slaan)
- naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
- onbekend maakt onbemind (=iets wat nog onbekend is, kan ook niet geapprecieerd worden)
- iets zeggen om de kool (=iets zeggen voor de grap)
- goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werkt nog goed.)
- ik ga horizontaal (=ik ga slapen)
- ik snap er geen biet van (=ik snap er niets van)
- op het glazen bruggetje geweest zijn (=in doodsgevaar zijn geweest, op het nippertje ontsnappen)
- en petit comité (=in een klein genootschap, in het geheim)
- aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
- aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
- wie olie meet wordt er vet van (=in slecht gezelschap wordt men slecht)
- zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)
- je schrap zetten (=klaarmaken om de klap op te vangen)
- van een mooie / knappe tafel kun je niet eten. / Van een mooi bord kun je niet eten. (=knap van uiterlijk heeft ook wel eens nadelen.)
- een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)
- je mond voorbij praten (=meer zeggen dan dat er gezegd mag worden en/of het verklappen van een geheim)
- het ligt aan de schaatsen en nooit aan de man. (=men geeft het gereedschap eerder de schuld dan zichzelf)
- de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
- iemand in de boot nemen (=met iemand een grap uithalen)
- iemand in het ooitje nemen (=met iemand een grap uithalen of voor de gek houden)
- in het geweer (=onder de wapens / aan het werk)
- ervan tussen (=ontsnapt)
- op de eerste april zendt men de gekken waar men wil (=op 1 april worden grappen uitgehaald)
- door de mazen van het net glippen/kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
- door het oog van de naald kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
- er gloeiend bij zijn (=op heterdaad betrapt zijn)
- met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden nog zichtbaar zijn)
- iemand op iets aankijken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn)
- veel in huis hebben (=over veel capaciteiten beschikken)
- naar de Filistijnen (=reddeloos verloren / kapot)
- bij elkaar flansen (=samenrapen)
- als een marmot (=slapen als een marmot : diep, rustig)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen