87 betekenissen bevatten `Nog`
- aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het Nog wel eens sneeuwen)
- maart roert zijn staart (=in maart kan het Nog stormachtig weer zijn)
- in het niet zinken (=in vergelijking met iets anders Nog weinig waarde hebben)
- jij raapt nog geen stro van de aarde (=je hebt Nog niets verwezenlijkt)
- je bent nooit te oud om te leren (=je kan altijd Nog bijleren)
- de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men Nog niet verworven heeft)
- geen zorgen voor de dag van morgen (=maak je nu Nog niet druk over mogelijke toekomstige problemen)
- een lelijke noot met iemand te kraken hebben (=met iemand Nog iets af te rekenen hebben)
- van de regen in de drup (=niet veel opschieten, van moeilijke omstandigheden in Nog moeilijkere omstandigheden terecht komen)
- morgen komt er weer een dag (=niet zo haastig, morgen kan het ook Nog)
- nog te bezien staan (=Nog af te wachten zijn)
- een appeltje met iemand te schillen hebben (=Nog een vervelend onderwerp met iemand te bepraten hebben)
- de zaak nog eens aankijken (=Nog even afwachten)
- heet van de naald (=Nog heel nieuw (van een product))
- iets te verhakstukken hebben (=Nog iets met iemand te bespreken hebben, Nog iets te doen hebben)
- iets in het vet hebben (=Nog iets voor iemand tegoed hebben)
- een veer van zijn mond kunnen blazen (=Nog niet totaal uitgeput zijn)
- nog niet op eigen benen kunnen staan (=Nog niet zichzelf volledig zelfstandig kunnen redden)
- uit de pot van Egypte eten (=Nog thuis eten bij de ouders die voor je zorgen)
- geen ja en geen neen zeggen (=Nog twijfelen aan het antwoord)
- nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=Nog uiterst onervaren zijn, zodat men er niet over mee kan praten)
- voor de boeg hebben (=Nog voor zich hebben, te wachten staan)
- iets voor de boeg hebben (=Nog werk te doen hebben. / Nog iets mee moeten maken)
- in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje Nog verliezen)
- met een schone lei beginnen (=opnieuw mogen beginnen, zonder dat misstappen uit het verleden Nog zichtbaar zijn)
- boven aarde staan (=overleden zijn maar Nog niet begraven)
- schenking met de warme hand (=schenken terwijl men Nog leeft (erfenissen))
- beter thuis rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd Nog het beste.)
- uitgesteld is niet vergeten. (=uitstel is Nog geen afstel)
- heden in hoogheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag Nog heel belangrijk, maar morgen misschien al dood)
- van de wal in de sloot belanden (=vanuit een slechte situatie terechtkomen in een situatie die nóg slechter is)
- het is beter een andermans hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods Nog altijd lenen)
- al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf Nog niet mooi)
- de speelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben Nog geen zorgen)
- je in je graf omkeren (=zelfs na zijn dood er Nog door geschokt zijn)
- in de ban zijn van iets (=zo erg in iets geïnteresseerd zijn dat je aandacht alleen Nog maar daarop kunt richten)
- klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood (=zowel klagers als pochers kunnen de zaken Nogal eens overdrijven)
50 dialectgezegden bevatten `Nog`
- 't zal 'r wappere (=ze zijn Nog niet jarig) (Luyksgestels)
- 't zal Nog gô verschoûnderen (=dat wordt nu Nog erger; wat krijgen wij nu weer) (Sint-Niklaas)
- 't zal Nog gô verschoûnen!; kust noa min oûr! (=dat is het toppunt! (=afkeurend) ) (Sint-Niklaas)
- 't zien Nog katjes die melk meugn (=Er zijn Nog anderen op belust) (Veurns)
- 'Tsà Nog wès in jen oahen druupe (=Het zal Nog wel eens in je ogen druipen) (Zeeuws)
- ‘k En zou da wijf Nog nie willen poepen mee nen dorme van 7 meter (=Ik vind die vrouw afstotelijk) (Brakels)
- ‘k stoa Nog in’t schuwt bê a (=ik moet u Nog een wederdienst) (Kaprijks)
- ‘k stoa Nog mee plak (=ik heb Nog (financiële) schuld) (Kaprijks)
- ‘t sa Nog nie sijn (=de nagel op de kop) (Kaprijks)
- ‘t sa Nog schrieëmn van komn (=overdreven pret van kinderen) (Kaprijks)
- "Kwa"zei bure en ze bleef Nog un ure (=Ik ga, zei de buurvrouw en ze bleef uur) (Zeeuws)
- ' k go Nog nie no ruus, belange nie (=ik ga Nog niet naar huis, zeker niet) (Bachten de kupes)
- ' k moet mè port Nog krijgen (=ik moet mijn deel van de erfenis Nog krijgen) (Sint-Niklaas)
- ' n oale katte wul ok Nog wel ' ns e-eaid wörn (=oude mensen willen ook aandacht) (Vechtdals)
- ' t es wat te zegge asje mét aoj wiêver motj gaon egge; ze verrékke det ze trékke, ze houwe en ze slaon en asje saovus toês kotj, hejje Nog niks gedaon (=een wat oudere vrouw laat niet met zich sollen) (Weerts)
- ' t meer is nooit vol (=wie al veel heeft wil Nog meer) (Westerkwartiers)
- ' t n es no nie ezeid (=het staat Nog niet absoluut vast) (Waregems)
- ' t oog wil ok wat (=het moet er ook Nog eens goed uit zien) (Westerkwartiers)
- ' t Vier laajmp Nog (=Het vuur smeult Nog) (Bilzers)
- ' t vier vuinst noo (=het vuur smeult Nog) (Waregems)
- ' t Zal em ' n gotje voere (=Hij weet Nog niet waar hij aan begint) (Hals)
- ' t zal Nog van de neuze in de mond druppen (=loontje komt om zijn boontje) (Zottegems)
- a da's Nog tschiuënste vanow (=dat is Nog het toppunt) (Kaprijks)
- a ee Nog gi struë verleid (=hij heeft Nog niets gedaan) (Meers)
- a es Nog stommer as 't achterste van e verken (=hij is oerdom) (Ninoofs)
- a zitj op de zille van de veerdeer (=Nog een week wachten en het is aan ons) (Ninoofs)
- a'j doot wa'j könt wat zeur iej dan Nog (=je kunt niet meer doen dan je best, dus wat maak je je druk) (Twents)
- Aa hei Nog poef staun (=Hij heeft Nog wat schulden) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aa is Nog goe baa de zaane (=Hij is Nog goed bij zijn verstand) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- aachtein joeër énne bos hoeër! (=op deze ouderdom moet hij Nog veel leren) (Munsterbilzen - Minsters)
- aad wiëne ès ën graute guns, mér joenk blijve ès ën Nog grutter kuns (=oud worden is een gunst, jong blijven een grotere kunst) (Munsterbilzen - Minsters)
- aans Nog wat (=anders Nog iets) (Westerkwartiers)
- aarg'ns Nog ien 't kriet stoan (=ergens Nog in de schuld staan) (Westerkwartiers)
- aateréén geeste mich Nog nimei kinne (=binnenkort ga je me Nog niet meer herkennen) (Munsterbilzen - Minsters)
- âchte (r) lijke vaak ook Nog et het woord imbeciel er expliciet achter. / gestoarde/ mafketel/ halleve zool (=imbeciel) (Utrechts)
- achteriën: Achteriën gauget Nog rèiger'n! (=Straks zal het Nog regenen!) (Lebbeeks)
- ae es Nog in rodaazj(e) (=ik ben hem aan het inrijden) (Wichels)
- ae oo Nog giën'n naugel om oan zèen gat te kravven (=hij was arm) (Wichels)
- aet Nog e bufke (=bijt Nog eens in je boterham) (Munsterbilzen - Minsters)
- agaken: Op 'n agaken Nog iet eet'n (=Heel vlug Nog iets eten) (Lebbeeks)
- ai Nog us i- ens zo liegt heloof k je nie mi (=liegen) (Zeeuws)
- aij zit Nognie aon dun trok (=hij erft voorlopig Nog niks) (Hulsters (NL))
- Ais ghetrouwd meej de maid van de pastoor van Zaamslag. Ai èt zain kommuniebroekse Nog an. (=Hij is ongetrouwd) (Hulsters (NL))
- Aj een ezel dans'n wilt leern, he'j wal ne glönige plate nörig (=Je moet Nog wel heel wat doen om dat voor elkaar te krijgen) (Twents)
- Akkerhel Nog nie henne! (=Je zou er gek van worden!) (Luyksgestels)
- al bringe de kraeën het aut (=al is de leugen Nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel) (Munsterbilzen - Minsters)
- al slichtste mich daud, wiët ich Nog vanniks (=sla me dood, ik weet het niet) (Bilzers)
- alle foetelkes koëmen aut, al bringen et de kraeë noë baute (=al gaat de leugen Nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel) (Munsterbilzen - Minsters)
- Allee, mettez vite vos chandailles, springt oep oven ijzere peerd, en moakt Nog nen tour du jardin! (=Trek vlug jullie pulletjes aan, neem jullie fiets en maak Nog eens de ronde van de tuin.) (Antwerps)
- alleens nie, allis nie (=Nog niet eens) (Wichels)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen