Spreekwoorden met `IS`

Zoek


765 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `IS`

  1. als het kalf verdronken IS dempt men de put (=pas als het te laat is, neemt men maatregelen)
  2. als het regent in mei, IS april voorbij (=spreekwoord dat de spot drijft met spreekwoorden die open deuren intrappen)
  3. als het schip lek IS, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  4. als het varken zat IS, gooit het de bak om. (=gezegd als iemand geen dankbaarheid toont)
  5. als je alles van tevoren wISt, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  6. als niet komt tot iet dan IS het allemans verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  7. als oude honden blaffen, IS het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
  8. andermans boeken zijn duISter te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  9. angst IS een slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
  10. arbeid IS voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
  11. arbeiden als een galeISlaaf (=erg hard werken)
  12. armoe op de stal IS armoe overal (=met te weinig dieren in de stal kun je geen geld verdienen)
  13. armoede zoekt lISt. (=armoede dwingt om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om rond te komen)
  14. ars longo vita brevIS (=de kunst blijft lang en het leven is kort) (Latijn)
  15. as IS verbrande turf (=aan een belofte (as = als) heb je niets)
  16. belofte IS een hemd der dwazen (=een nietszeggende belofte kan toch tijdelijk gelukkig maken)
  17. beter rapen aan eigen dIS dan elders vlees of vIS (=oost West thuis best)
  18. beter thuIS rapen eten dan elders gebraad. (=thuis is het altijd nog het beste.)
  19. bezoek en vIS blijven drie dagen frIS (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  20. bij eigen zin IS geen gewin. (=eigenwijs zijn is niet goed)
  21. bij elk heilig huISje aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  22. bij krIS en kras volhouden (=bij hoog en bij laag volhouden)
  23. bij krIS en kras zweren (=bij hoog en bij laag zweren)
  24. bij Sint JorIS in de kost zijn (=ergens gratis eten)
  25. bijna IS nog niet half en een koe IS nog geen kalf (=iets bijna hebben is hetzelfde als iets helemaal niet hebben)
  26. borgen IS geen kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
  27. boter bij de vIS (=betaling bij de levering)
  28. botertje aan de boom zijn / het IS botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
  29. botten blijven platvIS (=als je dom bent dan blijf je dat)
  30. buig de boom als hij jong IS (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
  31. buurmans gras IS altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  32. cum annexIS (=met bijbehoren) (Latijn)
  33. cum expensIS (=met (on)kosten) (Latijn)
  34. cum grano salIS (=met een korreltje zout) (Latijn)
  35. daar IS een haartje in de boter (=daar is ruzie of wrijving)
  36. daar IS geen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
  37. daar IS geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  38. daar IS kop noch staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
  39. daar IS vlees in de kuip (=daar is het goed)
  40. daar IS wat aan te kluiven (=daar is werk aan)
  41. daar IS wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  42. daarmee IS de kous af. (=er wordt geen aandacht meer aan gegeven)
  43. dan IS Leiden in last (=dan zijn er problemen!)
  44. dat hangt als een schijthuIS boven de gracht (=dat is overduidelijk)
  45. dat IS algabra voor hem. (=daar snapt hij niets van.)
  46. dat IS alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  47. dat IS andere koek (=dat is heel iets anders)
  48. dat IS andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  49. dat IS andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  50. dat IS andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)

951 betekenissen bevatten `IS`

  1. gedeeld geheim, verloren geheim. (=als je een geheim doorvertelt IS het geen geheim meer)
  2. allemans vriend is allemans gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, zal men mISbruik van je maken.)
  3. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming IS gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd IS)
  4. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het rISico dat het nooit meer gebeurt)
  5. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest IS die haast niet terug te winnen)
  6. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander IS het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  7. een groene Kerstmis een witte Pasen. (=als Kerst warm IS wordt Pasen koud)
  8. meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binnenland intrekken omdat er slecht weer op zee IS)
  9. oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd IS, verdwijnt die liefde niet meer)
  10. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, IS het vlugger betaald)
  11. wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huIS zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn)
  12. de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds rISico`s blijft nemen, gaat het een keer mIS)
  13. op de kloosters reizen (=altijd bij vrienden of kennISsen logeren)
  14. armoe met eren kan niemand deren. (=arm zijn IS niet erg als je maar eerlijk bent)
  15. iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde IS)
  16. elk heeft genoeg in eigen tuin te wieden. (=bekritISeer geen anderen als je zelf niet perfect bent)
  17. het tij wacht op niemand. (=benut kansen voor het te laat IS)
  18. twee koetsiers op één dak. (=beter IS er maar één baas)
  19. op heterdaad betrappen (=betrappen tijdens de mISdaad)
  20. met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuIS)komen / zeer tegen zijn zin)
  21. per fas et nefas (=bij al wat heilig IS)
  22. er zijn geen rozen zonder doornen (=bij elk geluk IS er ook verdriet)
  23. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. (=bij gemIS aan het gewone moet men zijn toevlucht soms wel tot iets duurders nemen.)
  24. waar er twee ruilen moet er een huilen (=bij het ruilen IS de een altijd beter af dan de ander)
  25. nood breekt wet (=bij moeilijke omstandigheden IS er meer geoorloofd)
  26. ze waren fout (=collaborateurs en fascISten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  27. water bij de wijn doen (=compromISsen zien te sluiten)
  28. steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig IS, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
  29. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de mISerie)
  30. daar groeit het gras in de straten (=daar IS het erg saai)
  31. daar is vlees in de kuip (=daar IS het goed)
  32. visnamig (=daar IS het goed vISsen, er zit daar veel vIS)
  33. daar zijn de daken met vlaaien bedekt (=daar IS men rijk / Daar heeft men overvloed)
  34. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar IS niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  35. dat vlas is niet te spinnen (=daar IS niets mee te beginnen)
  36. daar is een haartje in de boter (=daar IS ruzie of wrijving)
  37. daar valt wel een mouw aan te passen (=daar IS wel een oplossing voor te vinden)
  38. daar is wat aan te kluiven (=daar IS werk aan)
  39. men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluISterd)
  40. dan zijn we nergens (=dan IS er geen oplossing)
  41. al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslISt niet!)
  42. morgen brengen (=dat geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslISt niet!)
  43. zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, IS niet zo bijzonder)
  44. hoc est (=dat IS)
  45. dat is nog van voor de zondvloed (=dat IS al heel oud)
  46. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=dat IS al te gek)
  47. dat is een stuk! (=dat IS een aantrekkelijk persoon)
  48. dat staat als een paal boven water (=dat IS een absolute zekerheid)
  49. dat is van de Chinese kerk. (=dat IS een gerucht.)
  50. dat is een alikruik van een vent. (=dat IS een kleine dikke man.)

50 dialectgezegden bevatten `IS`

  1. 'keb eur IS goe gepakt (=ik ben met haar naar bed geweest) (Antwerps)
  2. 'n aaner zien moaltied IS altied vet (=bij een ander lijkt het beter te zijn) (Westerkwartiers)
  3. 'n Dudsel (=Vrouw die de weg een beetje kwijt IS) (Wells)
  4. 'n echte pinegel (=iemand die altijd tegendraads IS) (Hoogstraats)
  5. 'n ezel wordt nooit 'n peerd (=men kan beter doen waar hij goed in IS) (Westerkwartiers)
  6. 'n gezicht zette wi-j 'n schaermoês (=iemand die bang IS) (Weerts)
  7. 'n goed begun IS 'n doalder weerd (=een goed begin werkt positief) (Westerkwartiers)
  8. 'n goed begun IS 't haalve waark (=een goed fundament IS erg belangrijk) (Westerkwartiers)
  9. 'n goeie boer let zien hond d'r met dit weer niet eens uut (=buiten IS het noodweer :) (Westerkwartiers)
  10. 'n goeie haan die IS niet vet (=gezegd over een magere man) (Westfries)
  11. 'n IS mé 'n aorige sies (zuid-beveland) (=Hij springt van de hak op de tak) (Zeeuws)
  12. 'n kienderhaand IS gauw gevuld (=een kind IS met een kleinigheid al blij) (Westerkwartiers)
  13. 'n klèèn pötje IS gauw heete (=snel aangebrand zijn) (Twents)
  14. 'n kotlett, das IS e stukske van e vèrke zenne rug (=een kortelet, das een stuk van een varken) (Lummens)
  15. 'n liek man IS 'n riek man (=men kan beter geen schulden hebben) (Westerkwartiers)
  16. 'n loopn'de hond vangt altied wel 'n bot (=iemand die onderweeg IS krijgt altijd wel iets) (Westerkwartiers)
  17. 'n meanse IS nooit te old umme te leern (=een mens IS nooit te oud om te leren) (Vechtdals)
  18. 'n mens IS moar één joar kaalf, moar blift altied ezel (=een mens blijft tijdens zijn leven fouten maken) (Westerkwartiers)
  19. 'n mens IS zien eig'n moaker niet (=lach niet om een gehandicapt medemens) (Westerkwartiers)
  20. 'n ons geluk IS meer as 'n pond verstand (=zonder geluk vaart niemand wel) (Westerkwartiers)
  21. 'n ons gelök IS mieër waerd as 'ne kilo verstând (=geluk IS soms meer waard dan verstand) (Weerts)
  22. 'n schêj wi-j de verlingdje beekstraot (=de scheiding in het haar IS niet recht) (Weerts)
  23. 'n schip op 't strand, IS 'n boak'n ien zee (=houdt het ongeval van iemand anders voor ogen) (Westerkwartiers)
  24. 'n Snee pap mi 'n hoondenaa (=Op de vraag `wat gaan we eten` indien er niets IS) (Bevers)
  25. 'n vliégende krei viendt lichtig wat (=Iemand die geregeld op pad IS vindt nog wel eens een voordeeltje.) (Wells)
  26. 'n vrouwehand en 'ne paerdstand staon noeëts stil (=een vrouw IS altijd bezig met een werkje) (Weerts)
  27. 'n zweeloeër (=iemand die net doet of ie niet gehoord heeft wat er IS gezegd) (Weerts)
  28. 'ne aezel haat neet ummer lang oere (=aan de buitenkant IS niet te zien of iemand dom IS) (wijlres)
  29. 'nen allemanswies (=een hond die met alle mensen bevriend IS) (Sint-Niklaas)
  30. 'oe lomper den boer, oe groëter zen petetten (=Hij IS een echte gelukzak) (Melseels)
  31. 'R zit weer 'n oar in de beutr' (=Er IS weeral ruzie in het gezin) (Harelbeeks)
  32. 's es verrijkt (=ze IS bevallen) (Ouwegems)
  33. 't 'n e gieën woar (=het IS niet waar) (Waregems)
  34. 't 'n e nie meu'lijk! (=het IS onmogelijk!) (Waregems)
  35. 't 'n es geeën woar (=het IS niet waar) (Waregems)
  36. 't 'n es nie doenlijk (=het IS onhaalbaar / onvoorstelbaar) (Waregems)
  37. 't 'n trekt er nie ip (=het IS ondermaats) (Waregems)
  38. 't ('n) es de moeide (nie) (='t IS de moeite (niet) waard) (Waregems)
  39. 't aat IS verduurt (=het hout IS verstikt) (Sint-Niklaas)
  40. 't ael es nog nie van au gat gespoeld [hoewel dit nergens terug te vinden IS moet `ijl` hier `vruchtwater`betekenen] / ge zèe nog nie druëg achter au uëren (=je komt net kijken) (Wichels)
  41. 't benn'n aalmoal hapkloare brokk'n (=het IS allemaal goed voorbereid) (Westerkwartiers)
  42. 't bezikt de perche (=het IS overdreven) (Zottegems)
  43. 't bladje IS omkeert (=de rollen zijn nu gedraaid) (Westerkwartiers)
  44. 'T book IS al òmgedraage. (=Je bent te laat, alles IS op.) (Roermonds)
  45. 't book IS òmgedrage (=Het IS afgegelopen / over!!) (Steins)
  46. 't Book IS um gedrage (=Je bent te laat voor het eten) (Mechels (NL))
  47. 't book IS um-gedrage (=je bent te laat) (Heerlens)
  48. 't book IS umgedrage (=als iemand te laat IS) (Weerts)
  49. 't boov'mste moet eerst uut de zak (=waar men vol van IS praat men over) (Westerkwartiers)
  50. 't breigoaren zit in de knossel (=het breigaren IS verward) (Sint-Niklaas)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen