Spreekwoorden met `FD`

Zoek


107 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `FD`

  1. hooFD van jut (=het slachtoffer)
  2. iemand de hand boven het hooFD houden (=iemand in bescherming nemen)
  3. iemand de kroon van het hooFD nemen (=iemand te schande maken)
  4. iemand de oren van het hooFD eten (=bij iemand erg veel eten)
  5. iemand de oren van het hooFD eten. (=zeer veel eten.)
  6. iemand het net over het hooFD halen (=iemand tegen wil en dank tot iets doen besluiten)
  7. iemand of iets het hooFD bieden (=zich met verstand en beleid verzetten tegen iemand of iets, iemand weerstaan)
  8. iemand of iets over het hooFD zien (=iemand niet opmerken, vergeten met iemand of iets rekening te houden, iets niet zien)
  9. iemand van het hooFD tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
  10. iemand voor het hooFD stoten (=iemand beledigen of kwetsen)
  11. iets met de mantel der lieFDe bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
  12. iets over het hooFD zien (=iets vergeten of ontbreken)
  13. iets uit het hooFD laten (=het vaste voornemen hebben om iets na te laten, iets niet doen)
  14. in hetzelFDe gasthuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaal lijden)
  15. in hetzelFDe schuitje varen/zitten (=met dezelfde omstandigheden te maken hebben, hetzelfde lot ondergaan)
  16. in zijn achterhooFD hebben (=als reserve klaar hebben)
  17. je de ogen uit het hooFD schamen (=erg beschaamd zijn)
  18. je hooFD in de schoot leggen (=het opgeven)
  19. kolen op iemands hooFD stapelen (=iets goed doen voor een onvriendelijke persoon)
  20. lieFDe is blind (=door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien)
  21. lieFDe is waar de geldbuidel hangt (=liefde is te koop)
  22. met het hooFD tegen de muur lopen (=het onmogelijke proberen)
  23. met hetzelFDe sop overgoten (=even goed of slecht)
  24. met zijn hooFD in de wolken (=zo gelukkig, blij zijn dat je niet goed oplet)
  25. mijn hooFD staat er niet naar (=ik kan me er niet op concentreren)
  26. muizenissen in het hooFD (=zorgen)
  27. naar het hooFD gooien/slingeren (=scherpe verwijten maken)
  28. niet goed bij zijn hooFD zijn (=niet goed wijs zijn, gekke dingen doen)
  29. niet op je achterhooFD gevallen zijn (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
  30. niet wel bij het hooFD (=gek)
  31. ogen in je achterhooFD hebben (=zeer alert en waakzaam zijn.)
  32. ongelukkig in het spel gelukkig in de lieFDe (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
  33. op dezelFDe golflengte zitten (=het grotendeels eens zijn)
  34. op dezelFDe leest geschoeid zijn (=erg op elkaar lijken)
  35. op dezelFDe voet voortzetten (=op dezelfde manier)
  36. op een volle buik staat een vrolijk hooFD. (=een volle buik brengt een blij en tevreden humeur.)
  37. op hetzelFDe aambeeld hameren/slaan (=steeds weer op hetzelfde onderwerp terugkomen)
  38. oude lieFDe roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
  39. over het hooFD groeien (=niet meer onder controle te houden)
  40. over het hooFD zien (=vergeten, niet opmerken)
  41. spijt hebben als haren op zijn hooFD (=erg veel spijt hebben)
  42. ter elFDer ure (=op het laatste ogenblik)
  43. tot over je oren verlieFD (=heel erg verliefd)
  44. twee hooFDen onder een kaproen (=ze werken samen, ze denken er hetzelfde over)
  45. twee hooFDen onder een kaproen zijn (=het altijd met elkaar eens zijn)
  46. uit dezelFDe klei gebakken zijn (=dezelfde afkomst hebben)
  47. uit hetzelFDe vaatje tappen (=dezelfde standpunten of opvattingen delen.)
  48. van hetzelFDe laken een pak (=dezelfde soort aanpak of respons)
  49. van lieFDe rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
  50. voor hetzelFDe geld (=net zo goed)

91 betekenissen bevatten `FD`

  1. wie bang leeft, gaat ook bang dood (=je gaat zoals je geleeFD hebt)
  2. job krijgt op zijn kop (=kaartspel: als klaveren heer wordt afgetroeFD)
  3. liefde is waar de geldbuidel hangt (=lieFDe is te koop)
  4. een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelFDe fout)
  5. over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadspreken over overledenen als iets heel onbeleeFD, er mag niet gespot worden met de dood)
  6. dieven met dieven vangen (=mensen die niet eerlijk zijn of gemeen, moet je op dezelFDe manier ook behandelen)
  7. soort zoekt soort (=mensen met dezelFDe interesses zoeken elkaar op)
  8. de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelFDe praatje)
  9. met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleeFDheid kun je veel bereiken)
  10. in hetzelfde schuitje varen/zitten (=met dezelFDe omstandigheden te maken hebben, hetzelFDe lot ondergaan)
  11. in grove lijnen (=met vooral aandacht voor de hooFDzaken)
  12. geliefdes kijven doet liefde bedrijven. (=na een ruzie tussen gelieFDen volgt lieFDe)
  13. alle hout is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelFDe kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
  14. je hebt luxe paarden en werkpaarden (=niet iedereen heeft dezelFDe positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander)
  15. geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelFDe zeggen of doen)
  16. het ringetje van de deur kussen (=onderdanig / beleeFD zijn voorbij geloofwaardigheid)
  17. op dezelfde voet voortzetten (=op dezelFDe manier)
  18. malletje naar malletje (=op precies dezelFDe wijze herhaald)
  19. alle molenaars zijn geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelFDe kam)
  20. het op iemand gemunt hebben (=steeds dezelFDe persoon die ergens last van heeft)
  21. altijd het oude liedje (=steeds weer hetzelFDe)
  22. altijd hetzelfde deuntje zingen (=steeds weer hetzelFDe herhalen)
  23. op hetzelfde aambeeld hameren/slaan (=steeds weer op hetzelFDe onderwerp terugkomen)
  24. een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verlieFDe, gevoelens voor iemand koesteren)
  25. twee zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelFDe moment hetzelFDe idee hebben)
  26. van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de lieFDe alleen kan je niet leven)
  27. aan de scharrel zijn (=verkeren zonder verlooFD of getrouwd te zijn)
  28. een roze bril op hebben (=verlieFD op iemand zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien)
  29. vlinders in zijn buik hebben (=verlieFD zijn)
  30. de hoek in de keel hebben (=verlieFD zijn)
  31. de liefde kent vlek nog gebrek. (=verlieFDe mensen zijn blind voor tekortkomingen van hun partner)
  32. in de fuik zijn (=verlooFD of getrouwd)
  33. voor zijn raap schieten (=voor het hooFD schieten)
  34. bijl en blok zijn behouden. (=vrouw en kind hebben de bevalling overleeFD.)
  35. wel een kwastje mogen hebben (=wel eens geverFD mogen worden)
  36. wat Jantje is zal Jan worden. (=wel ouder worden maar dezelFDe streken houden)
  37. ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de lieFDe)
  38. oog om oog en tand om tand (=wraak nemen voor onrecht dat je is aangedaan, door de dader precies hetzelFDe aan te doen)
  39. twee hoofden onder een kaproen (=ze werken samen, ze denken er hetzelFDe over)
  40. twee handen op een buik (=ze werken samen, ze denken er hetzelFDe over)
  41. het is Joris en Trijn (=ze wisselen ruzie en grote lieFDe voortdurend af)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen