61 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `voet`
- aan de ene voet een schoen, de ander blootvoets (=evenwicht is voornaamst)
- aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
- aan handen en voeten gebonden zijn (=geen kant op kunnen)
- aan iemands voeten liggen (=iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn)
- als het voeten heeft (=als de omstandigheden gunstig zijn)
- de regels met voeten treden (=overtreden, voorschriften niet opvolgen / onbehouwen te werk gaan)
- de voet dwars zetten (=iets verhinderen of bemoeilijken)
- een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
- een reus op lemen voeten (=schijnbaar sterk maar in feite zwak)
- een ridder te voet zijn. (=niets meer hebben)
- een voet in de stijgbeugel hebben (=uitzicht hebben op bevordering)
- een voetveeg zijn (=iemand zijn die voor minderwaardige klusjes gebruikt wordt)
- een wit voetje halen (=een goede indruk maken bij de leider(s))
- een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
- een ziekte komt te paard en gaat te voet. (=snel ziek worden, maar langzaam genezen)
- geen voet verzetten (=niet bewegen - niets willen doen)
- geen voetbreed wijken (=hard op zijn standpunt blijven)
- het gras voor de voeten wegmaaien (=de woorden uit de mond nemen - alle kansen ontnemen)
- het komt te paard en het gaat te voet. (=ziekte en ongeluk komen vaak heel plotseling, maar het duurt lang voordat men weer hersteld is)
- iemand de voet dwars zetten (=tegenwerken)
- iemand de voet kussen (=erg onderdanig naar iemand doen)
- iemand de voet lichten (=iemand op gemene manier de baan afnemen)
- iemand de voeten spoelen (=iemand doen verdrinken / in zee verdrinken)
- iemand het gras voor de voeten wegmaaien (=iemand alle kansen ontnemen)
- iemand iets voor de voeten gooien (=iemand met iets confronteren)
- iemand iets voor de voeten werpen (=iemand beschuldigen van iets)
- iemand van het hoofd tot de voeten meten (=iemand heel nauwkeurig onderzoeken)
- iemands voetstappen drukken (=iemands voorbeeld volgen of hetzelfde beroep gaan doen)
- iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
- iets voetstoots aannemen (=iets geloven zonder bewijs)
- iets voor het voetlicht brengen (=iets onder de aandacht brengen)
- je in de eigen voet schieten (=jezelf benadelen)
- je kunt niet met twee voeten in één sok (=twee onverenigbare zaken kunnen niet worden gecombineerd)
- je uit de voeten maken (=maken dat men wegkomt)
- jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
- met één voet in het graf staan (=iemand gaat bijna dood)
- met iemand zijn voeten spelen (=iemand voor de gek houden)
- onder de voet geraken (=uitgeput raken, ziek worden)
- onder de voet raken (=vallen)
- op de voet volgen (=stap voor stap volgen)
- op dezelfde voet voortzetten (=op dezelfde manier)
- op gespannen voet (zijn) (=moeilijk met elkaar omgaan, ruzie)
- op goede voet staan met iemand (=goed kunnen opschieten)
- op grote voet leven (=veel geld uitgeven)
- op kousenvoeten (=stilletjes, ongemerkt)
- op staande voet (=met onmiddellijke ingang)
- op voet van oorlog zijn/leven (=erge ruzie hebben)
- reageren met de voeten (=door ergens weg te gaan, weg te blijven of niet meer terug te keren, aangeven dat men niet tevreden is)
- ridder te voet geworden zijn (=rijkdom is verdwenen)
- ten voeten uit (=letterlijk: de volledige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een getrouwe persoonsbeschrijving)
6 betekenissen bevatten `voet`
- met de benenwagen (=te voet)
- de kuierlatten nemen (=te voet gaan)
- met de paarden van Sint Franciscus. (=te voet gaan)
- op het apostelpaard rijden (=te voet gaan)
- schampavie spelen (=zich heimelijk uit de voeten maken)
- de hakken laten zien (=zich uit de voeten maken)
50 dialectgezegden bevatten `voet`
- 'k ê mê mistortn (=ik heb mijn voet omgeslagen) (Kaprijks)
- 'k gou ne ker woar da de keuning ok te voet goat (=Ik ga naar het toilet) (Lokers)
- Alle hondsgezèke (=Voortdurend, om de vijf voet) (Peers)
- Alle hôns gezeike (=Voortdurend, om de vijf voet) (Brees)
- alle vèef voet (=om de haverklap) (Wichels)
- amaai mane pikkel (=amai mijn voet) (Nijlens)
- aste boer niks moet, vertrèk ter hand noch voet (=boeren zijn eigenzinnig) (Munsterbilzen - Minsters)
- bau de kiëneng te voet hiën geet (=naar de WC) (Bilzers)
- Bende loopes (=Ben je te voet) (Boxtels)
- dae kintj dao zoeëväöl van, as ein koe van deig traeje (=hij kan er niks van (vroeger werd zwaar deeg (rogge) met de voet gemengd)) (Heitsers)
- één de voet dwaars zett'n (=iemand dwarsbomen) (Westerkwartiers)
- ët kump mèt ët piëd, mér geet te voet trèg voert (=een ziekte loop je vlug op, maar je bent er niet zo rap vanaf) (Munsterbilzen - Minsters)
- Gaank mér mit d'r laere tram. (WT) (=Ga maar te voet) (Mechels (NL))
- geen paut aon de grond krijge (=er niet geraken, geen vaste voet krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- gon dienen (=te voet gaan bidden naar bepaalde heilige) (Veurns)
- haat tich mèr goed mèt daaj, daaj hër aars zitten ter goed èn (=blijf daar maar op goede voet mee, want die zijn rijk) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae loep lengs zen sjoen (=de schoenmaker leefde op grote voet) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae zit al mèt ene voet ènt graof (=de begrafenisondernemer timmert aan zijn eigen graf) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae zitten heile daog èn zen knip, hae vertrèk geen paut (=hij zit de godganse dag thuis, hij verzet geen voet) (Munsterbilzen - Minsters)
- hij het 'n te grode broek aan (=hij leeft op te grote voet) (Westerkwartiers)
- hij hiel' e poot stief (=hij hield voet bij stuk) (Westerkwartiers)
- hij krêeg staantepeej gedaon toen ie van zenen baos geschoept hò. (=hij werd op staande voet ontslagen toen hij van zijn baas gestolen had.) (Tilburgs)
- hij leeft op te grode voet (=hij geeft meer geld uit dat dat kan) (Westerkwartiers)
- Houwt tich voet va advekate e jude. (=Houd je weg van slimme adviseurs) (Nuths)
- ich bén haaj mèt men onderdaone (=ik ben te voet hier) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich bèn on hand en voet gebonne (=ik sta werkelijk machteloos) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich goën bau de kiëning te voet geet (=ik ga even plassen) (Munsterbilzen - Minsters)
- Ich hêb menne voet ûmgekloenke. (=Ik heb mijn voet verzwikt, verstuikt.) (Walshoutems)
- ich kan gene voet mei vër den aandre zètte (=ik ben totaal uitgeblust) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich moet ès goên bau de kiëning te voet geet (=ik moet naar de grote WC) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich moet ës noë doë bau de kiëning te voet geet (=ik ga eens naar WC) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich moet goën bau de kiëning te voet geet (=ik moet gaan plassen) (Munsterbilzen - Minsters)
- ie stoeng voet borretje (=voor in de kerk) (Zeeuws)
- iemand te voet valle (=iemand om een gunst vragen) (Leefdaals)
- iemëd peidsje lappe (=iemand pootje lichten, voet voor zijn been houden om hem te doen vallen) (Munsterbilzen - Minsters)
- ij kon ginne voet mir vor d n aandre verzette (=hij was geheel uitgeput) (Oudenbosch)
- inge hui voet hà (=niet goed snik zijn) (Heerlens)
- jezus zaag tiëge zën dissiepële : wae gene vulo hèt, moet mér te voet aoftriepële (=en nu ga je voor je straf maar tevoet) (Munsterbilzen - Minsters)
- Jezus zaag tot zën dissiepële, wae gene fits hèt moet mér te voet aof triepële (=als je geen vervoermiddel hebt, moet je maar te voet gaan!) (Munsterbilzen - Minsters)
- Jezus zaag totzen dissiepele, wae gene fits hèt moet mèr tevoet aoftriepele (=als je geen vervoer hebt, moet je maar te voet gaan) (Munsterbilzen - Minsters)
- k-gao meej ut pèèrd van Sinte Frààns (St. Franciscus) (=ik ga te voet) (Tilburgs)
- kauw voet (=koude voeten) (brabants)
- klispoot had, natsoik Snoek. (=met 1 voet door het ijs gezakt) (Westfries)
- meej den binnewaoge (=te voet) (Tilburgs)
- met de bieënentram (=te voet) (Diesters)
- mèt ene voet èn et graof (=bijna dood) (Munsterbilzen - Minsters)
- mètte voettram (=te voet) (Tongers)
- mi tram elve (=te voet) (Veurns)
- mi tram elve rieën (=te voet gaan) (Veurns)
- onder de voet stoan (=in de weg staan) (Geels)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen