67 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bu`
- al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
- als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
- als winnaar/beste uit de bus komen (=iets of iemand blijkt het beste te zijn)
- beter een goede buur dan een verre vriend (=vriendschap op afstand is minder waardevol)
- buig de boom als hij jong is (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
- buiten de kerf gaan (=als iets te ver gaat)
- buiten de schreef (=niet meer acceptabel)
- buiten de waard rekenen (=niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken)
- buiten hem om lopen (=hij heeft er geen invloed over)
- buiten iets kunnen. (=iets kunnen missen)
- buiten schot blijven (=niet worden aangetast)
- buiten spel blijven (=(willen) proberen niet betrokken te zijn)
- buiten westen (=bewusteloos)
- buiten zijn boekje gaan (=meer doen dan toegelaten)
- buiten zijn hoefslag gaan (=hij heeft er geen invloed over)
- buiten zijn rekening gaan. (=als het anders loopt dan verwacht)
- bulken van het geld (=geld in overvloed hebben)
- buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
- buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
- dat geeft de burger moed (=dat doet goed)
- de bloemetjes buiten zetten (=uitbundig vieren)
- de bui afwachten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
- de bui over laten drijven. (=niet reageren op een moeilijke situatie)
- de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
- de buikriem/broekriem aanhalen (=spaarzamer worden)
- de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders)
- diep in de buidel tasten. (=veel geld aan iets uitgeven.)
- donderbuien zuiveren de lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
- een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
- een volle buik peinst op geen lege. (=iemand die genoeg te eten heeft is niet bezig is met de zorgen van een ander)
- er zijn buik van vol hebben (=er genoeg van hebben)
- het buskruit niet uitgevonden hebben (=niet erg slim zijn)
- het ei van Columbus (=de (slimme) oplossing)
- het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
- het hoofd buigen (=opgeven - toegeven)
- het is galgen of burgemeesteren. (=het is goed of fout, er is geen tussenweg)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- het sluit als een bus (=de beredenering klopt)
- het takje buigen als het nog jong is (=goede gewoonten leert men het beste op jonge leeftijd aan)
- het varken is door de buik gestoken (=de zaak is vooraf bedisseld)
- het wordt buigen of barsten (=het ergens op wagen)
- iemand in de buik straffen. (=als straf geen eten geven.)
- iets op je buik kunnen schrijven (=iets wel kunnen vergeten, dat wat je wilde gaat niet door)
- in de bus blazen (=flink betalen)
- in partibus infidelium (=in het land der ongelovigen) (Latijn)
- je buik op de leest slaan (=te veel eten)
- je een bult lachen (=hard lachen)
- leentjebuur spelen (=iets lenen)
- liefde is waar de geldbuidel hangt (=liefde is te koop)
- liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=vrijheid is een hoger goed dan materiële welvaart.)
52 betekenissen bevatten `bu`
- de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
- de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)
- het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
- blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
- van zijn á propos (=buiten bewustzijn, groggy)
- zin noch wit hebben (=buiten jezelf zijn van woede)
- uit je dak gaan (=buiten zinnen raken)
- onder de mensen komen (=buitengaan , mensen ontmoeten)
- door merg en been gaan/dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
- zo lustig zijn als een vogeltje dat koe heet (=buitengewoon loom zijn)
- als een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
- daar komt een schip met zure appels (=daar komt een stevige regenbui aan)
- over de rooie gaan (=de perken te buiten gaan)
- het klopt als een bus (=deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger)
- een kattenrug maken (=diep buigend groeten)
- een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
- een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld)
- rosse buurt (=een slechte buurt (buurt met prostitutie))
- op een volle buik staat een vrolijk hoofd. (=een volle buik brengt een blij en tevreden humeur.)
- een harde nek hebben (=erg onbuigzaam zijn)
- een luchtje happen (=even buiten gaan wandelen)
- een luchtje scheppen (=even buiten gaan wandelen)
- gehuisd en gehoofd zijn (=gegoede burger zijn)
- het regent bakstenen (=gezegd van een hevige hagelbui)
- op je duimpje kennen (=heel goed kennen, van buiten weten)
- het houdt geen rooi (=het gaat de perken te buiten)
- het is bij de konijnen af (=het is buitengewoon erg)
- zo gaan er geen twaalf in een dozijn (=het is iets buitengewoons)
- je laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
- het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
- de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
- de kronkel in de darm hebben (=hevige buikpijn (koliek) hebben)
- het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie staat qua gedrag)
- als bliksemafleider fungeren (=iemand die of iets dat de boze bui van iemand kan afleiden)
- het uitproesten (=in een plotse lachbui schieten)
- in den vreemde (=in het buitenland)
- een frisse neus halen (=naar buiten gaan)
- op den boer (=op den buiten)
- goed gemutst zijn (=opgewekt zijn, in een goede, vrolijke bui zijn)
- de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders)
- de lachende derde (=persoon die buiten een conflict staat, maar profiteert van de uitkomst)
- aan de lus hangen (=recht blijven staan in tram of bus)
- een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)
- op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
- uit de band springen (=uitbundig plezier maken, zonder rekening te houden met de regels van orde en fatsoen)
- in de wolken verheffen (=uitbundig prijzen)
- uit de bol gaan (=uitbundig vieren)
- de bloemetjes buiten zetten (=uitbundig vieren)
- aan de weg timmeren (=veel activiteiten ontplooien en daarmee naar buiten treden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen)
- het erg bont maken (=zich al te fel te buiten gaan)
Eén dialectgezegde bevat `bu`
- bu geiste hiene? wo geisse (geis du) haer? (=waar ga je naartoe?) (Limburgs)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen