Spreekwoorden met `aat`

Zoek


161 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aat`

  1. aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben)
  2. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  3. advocaat van kwade zaken (=wie slechte zaken verdedigt)
  4. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beetjes helpen)
  5. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil trouwen)
  6. als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)
  7. als hadden geweest is, is hebben te laat. (=niet zeuren over gedane zaken)
  8. als het niet gaat zoals het moet, dan moet het zoals het gaat (=als de ideale situatie niet haalbaar is, moet je je aanpassen aan de omstandigheden.)
  9. als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=ik bemoei me niet met andermans zaken als het niet hoeft)
  10. baat het niet, schaadt het niet (=iets kan helpen, maar als het niet helpt zal het geen problemen geven)
  11. beter laat dan nooit (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  12. bloot slaat dood (=iemand voor het blok zetten: iemand dwingen een keuze te maken)
  13. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  14. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  15. dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
  16. dat gaat zo tussen neus en mond (=dat gebeurt in een verloren ogenblik)
  17. dat horen en zien je vergaat (=erg luid)
  18. dat is naatje/pet (=dat is waardeloos)
  19. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
  20. dat slaat als een knots op een kangoeroe (=dat choqueert je)
  21. dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
  22. dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
  23. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  24. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)
  25. de bal terugkaatsen (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander)
  26. de gelegenheid te baat nemen (=van de gelegenheid gebruik maken)
  27. de grote kaars gaat uit (=de zon gaat onder)
  28. de juiste man op de juiste plaats zijn (=zeer geschikt zijn voor het werk)
  29. de kost gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
  30. de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
  31. de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
  32. de kunst gaat om brood (=een kunstenaar verdient moeizaam z`n brood)
  33. de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
  34. de laatste hand aan iets leggen (=iets afmaken/voltooien)
  35. de laatste loodjes wegen het zwaarst (=het afwerken is vaak het lastigst)
  36. de liefde van een man gaat door de maag. (=je kan een man veroveren met goede kookkunst en lekker eten.)
  37. de maat is vol (=het wordt niet langer getolereerd)
  38. de natuur gaat boven de leer (=men volgt eerder zijn karakter dan hetgeen men leert)
  39. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens)
  40. de plaat poetsen (=ervandoor gaan.)
  41. de rechte man op de rechte plaats (=de juiste man voor de juiste taak)
  42. de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
  43. de tijd gaat snel, gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken)
  44. die heeft een graat in z`n keel (=hij is (spreekt) bekakt)
  45. die vlieger gaat niet op (=die gedachte gaat niet lukken)
  46. doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt)
  47. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
  48. een goed gelaat is de beste geleidebrief. (=als je knap bent krijg je veel voor elkaar)
  49. een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  50. een plaat voor je hoofd hebben (=kortzichtig zijn, niet open staan voor de omgeving)

220 betekenissen bevatten `aat`

  1. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden /  beloven, maar steeds weer uitstellen)
  2. de tongen losmaken (=aanleiding geven tot gepraat)
  3. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  4. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  5. het loopt op rolletjes (=alles gaat als vanzelf)
  6. botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
  7. alles over de vloer halen (=alles verplaatsen)
  8. liggende maan, staande matrozen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
  9. als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt)
  10. komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
  11. waar aas is vliegen kraaien (=als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
  12. als je geschoren wordt, moet je stilzitten (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan)
  13. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat)
  14. buiten de kerf gaan (=als iets te ver gaat)
  15. eén kwade dag maakt de winter niet. (=als iets verkeerd gaat, hoeft nog niet alles verkeerd te gaan.)
  16. wie kaatst kan/moet de bal verwachten (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
  17. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
  18. uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen)
  19. gereed geld dingt scherp. (=als je meteen betaalt gaat de verkoop sneller)
  20. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  21. gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  22. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  23. de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
  24. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  25. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
  26. dat is huilen met de pet op (=bedroevend resultaat)
  27. het tij wacht op niemand. (=benut kansen voor het te laat is)
  28. de toon aangeven (=bepalen welke richting het op gaat)
  29. lege kisten, maken twisten. (=bij schaarste onstaat ruzie)
  30. dat gaat erin als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  31. dat is van de baan (=dat gaat niet door)
  32. dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden)
  33. die molen maalt langzaam (=dat gaat traag)
  34. dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
  35. het hinkende paard komt achteraan (=de grootste problemen houdt men voor het laatst)
  36. de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
  37. de boot is aan (=de maat is vol)
  38. het land van belofte (=de plaats waar het goed toeven is)
  39. van de wal in de sloot (helpen) (=de situatie verergeren in plaats van verbeteren)
  40. eb en vloed wachten op niemand (=de tijd gaat gewoon door)
  41. tijd heeft vleugels en geen teugels. (=de tijd gaat snel en is niet te beïnvloeden)
  42. de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  43. dat is de hamvraag (=de vraag waar het om gaat)
  44. de grote kaars gaat uit (=de zon gaat onder)
  45. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  46. die vlieger gaat niet op (=die gedachte gaat niet lukken)
  47. een spaak in het wiel steken (=door iemands ingrijpen gaat een plan van de ander niet door)
  48. de draad oppakken (=doorgaan van de plaats waar je was gestopt)
  49. een Uriasbrief (=een brief waarin een verschrikkelijk bericht staat)
  50. een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)

32 dialectgezegden bevatten `aat`

  1. 't aat is verduurt (=het hout is verstikt) (Sint-Niklaas)
  2. 't Is greun aat (='t Is groen hout) (Mechels (BE))
  3. 't is grien aat (=er is spanning / onenigheid) (Booms)
  4. 't is gruun aat / 't is zwèt tusse die twieë (=Ruzie tussen twee personen) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  5. A eed een bakkes veur aat op te kappen (=Hij is lelijk) (Ninoofs)
  6. Aa hei ne smoel oem aat oep te kappe (=Hij heeft een onaantrekkelijk gezicht) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  7. aat ouw zen kas gekraupe (=zwak mager persoon) (Tiens)
  8. as dowwe nen aal aat oer gat komt (=het is erg onwaarschijnlijk) (Wommersoms)
  9. as ge ou bakkes nie aat (=als je niet zwijgt) (Hams)
  10. da ienk mich men kloeëte-n aat (S*) (=ik heb er genoeg van) (Sintrùins)
  11. dassoe aat as de stroat (=dat is heel oud) (Sint-Niklaas)
  12. De bés pas ech aat aste kaase mej gon koste aste gatoo! (=oud-zijn kost veel geld) (Bilzers)
  13. Dee of dèè zou de snòt aat oer snaat eete... dee trik de pirrienge aat oer noas (=Zeer nieuwsgiering iemand ...) (Sintrùins)
  14. ei west nie va wa aat pèèle mauken (=Hij kon zich er niet uit redden) (Wetters)
  15. ès aat môr noch kloek (=hij is oud maar nog heel gezond) (Sint-Niklaas)
  16. Hedde gij aat in ... (=Heb je zin in ...) (Leuvens)
  17. het hangt hier maan kluuten aat (=ik ben het hier beu) (Gents)
  18. Ich zen de peip aat (=Ik ben weg) (Halle Booienhoves)
  19. ielëk wilt gieën aat wieëne, mèr niemes wilt aat zin (=er is een verschil tussen oud zijn en zich oud voelen) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. ig zen aat mennen owwesem (=ik ben buiten adem) (Wommersoms)
  21. Kjeun wat aat kappe veu de stoof (=Ik ga wat hout klieven voor de kachel) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  22. Kwok ham ha, dan aat ik aaier mee ham ak aaier ha (=Ik zou willen dat ik ham had, dan at ik eieren met ham, als ik tenminste eieren zou hebben) (Tilburgs)
  23. Kwok un aai ha, dan aat ik aaier mee ham, ak ham ha. (=ik zou willen dat ik een ei had, dan at ik eieren met ham, als ik ham had.) (Tilburgs)
  24. Tis greun aat (=Ruzie in het huishouden) (Mechels (BE))
  25. Tis gruun aat tusse die twieë (=Die twee (koppel) hebben ruzie met mekaar) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  26. tis weer gruun aat (=Ze spreken weer niet tegen elkaar) (Booms)
  27. Van'n dalf gelitj (oud liedekerks / aat Likerts) (=Iemand die zijn gekende weg niet terugvond / niet naar huis vond (ivm met plaaggeesten, 's nachts)) (Liedekerks)
  28. Ver stoppe nie mét laeve omdat ver aat wiëne, mér ver wiëne aat omdat ver stoppe mét laeve (=als er niets meer is dat je interesseert, ben je vlug oud) (Bilzers)
  29. zodder ni aat oer kuite lette (=zou je niet uitkijken!) (ezemaals)
  30. zoë aat aste stroët (=stokoud) (Bilzers)
  31. zoeë dweiës as een aat (=zo dwars als hout) (Winksels)
  32. Zuu aat as 't stroet (=Zo oud als de straatstenen) (Lenniks)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen