Spreekwoorden met `JK`

Zoek


137 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `JK`

  1. `t Is geliJK of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
  2. aan de diJK zetten (=ontslaan)
  3. aan de striJKstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die oneerlijke onkosten maken)
  4. achter de coulissen kiJKen (=de echte toestand zien (ontdekken))
  5. achter de schermen kiJKen (=kijken waar men normaal niet kan of mag kijken)
  6. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een leliJK ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  7. alle vrijers zijn riJK. (=door verliefdheid de negatieve dingen van je partner niet zien)
  8. als je veel eet, dan ben je leliJK als je dood bent. (=waarschuwing tegen te veel eten.)
  9. appels met peren vergeliJKen (=twee totaal verschillende dingen vergelijken)
  10. dat is een riJKeluiswens (=iets waar heel erg naar wordt verlangd)
  11. dat is makkeliJKer gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  12. dat zet geen zoden aan de diJK (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  13. de één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kiJKen. (=sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
  14. de hand over zijn hart striJKen (=voor één keer toestaan)
  15. de kat uit de boom kiJKen (=een afwachtende houding aannemen)
  16. de koning te riJK zijn. (=bijzonder gelukkig zijn)
  17. de koninkliJKe weg bewandelen (=eerlijk zijn)
  18. de kunst afkiJKen. (=leren door te observeren.)
  19. de ooievaar nakiJKen (=tijd verdoen)
  20. de plooien glad striJKen (=de ruzie bijleggen)
  21. de snoeren zijn mij in liefliJKe plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
  22. de spiJKer op de kop slaan (=de kern van de zaak benoemen)
  23. de vlag striJKen (=het opgeven)
  24. de vlag voor iemand striJKen (=voor iemand onderdoen, zijn meerdere erkennen)
  25. de zaak nog eens aankiJKen (=nog even afwachten)
  26. die niets ontbreekt is riJK. (=wie tevreden is heeft geen geld nodig)
  27. dode honden bijten niet (al zien ze leliJK) (=van doden is geen gevaar te duchten)
  28. door een donkere bril bekiJKen (=op een pessimistische manier bekijken)
  29. door het hennepen venster kiJKen (=opgehangen worden)
  30. een diJK van een baan (=een geweldige baan)
  31. een gegeven paard mag men niet in de bek kiJKen. (=als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  32. een leliJKe noot met iemand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
  33. een leliJKe pijp roken (=zuur opbreken)
  34. een liJK in de kast (=een onaangename erfenis)
  35. een riJKe stinkerd (=een rijk iemand)
  36. een vaantje striJKen (=flauw vallen, sterven, het opgeven)
  37. een vriendeliJK gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  38. een vroliJKe frans zijn (=zeer opgewekt en blij zijn zonder zorgen)
  39. eerliJK duurt het langst (=een leugen komt op den duur altijd uit, maar de waarheid blijft altijd waar)
  40. er blijft veel aan maat en striJKstok hangen (=lang niet alles komt op zijn plaats terecht)
  41. er een leliJKe pijp aan roken (=er veel schade van ondervinden)
  42. er geen kiJK op hebben (=de oplossing niet zien)
  43. er is geen zalf aan te striJKen (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
  44. er is meer geliJK dan eigen geliJK (=de mening van anderen telt ook)
  45. er naar uitkiJKen als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=iets vol verwachting tegemoet zien)
  46. eten als een diJKer. (=onbeschoft veel eten.)
  47. feesteliJK danken (=er voor danken maar het zeker niet aannemen)
  48. geen aarde aan de diJK zetten (=niet helpen)
  49. geen duimbreed wiJKen (=niet toegeven of toegeven aan druk.)
  50. geen handbreed wiJKen (=niet opzij gaan, nooit bang is)

622 betekenissen bevatten `JK`

  1. in de ijskast zetten (=(tijdeliJK) niet uitvoeren)
  2. aan de veren kent men de vogel (=aan het uiterliJK (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt)
  3. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterliJKe kan men het innerliJKe niet beoordelen)
  4. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duideliJK laten bliJKen dat je kwaad op diegene bent)
  5. van een mooi bord kun je niet eten (=aan uiterliJK alleen heb je niets)
  6. in het eerst (=aanvankeliJK)
  7. van achteren kijkt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkeliJK kritiek geven)
  8. achterna kakelen de kippen (=achteraf is het makkeliJK kritiek geven)
  9. uit iemands hand eten. (=afhankeliJK zijn.)
  10. met de vork schrijven (=afzetten, meer kosten rekenen dan werkeliJK gemaakt)
  11. al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurliJK).)
  12. al zijn patronen verschieten (=alle mogeliJKheden uitproberen)
  13. achter de wolken schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdeliJK en daarna wordt het beter)
  14. `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een riJKe man kan er een tweede vrouw op na houden)
  15. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechteliJKe kinderen een toekomst bieden)
  16. alles over een kam scheren (=alles en iedereen geliJK stellen)
  17. wie weet waarom de ganzen blootsvoets gaan? (=alles heeft een reden, ook al is die niet altijd even duideliJK)
  18. alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogeliJK alles verliezen)
  19. komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeiliJKheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
  20. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duideliJK is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  21. vele handen maken licht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkeliJK gedaan)
  22. na gedane arbeid is het goed rusten (=als een klus geklaard is kan men er tevreden op terug kiJKen)
  23. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeiliJKs (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  24. de spits afbijten (=als eerste ergens aan beginnen aan iets moeiliJKs)
  25. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeiliJK meer)
  26. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen geliJK)
  27. allemans werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordeliJK is, doet niemand het daadwerkeliJK.)
  28. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkeliJK in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost)
  29. als een warm mes door de boter (=als iets erg makkeliJK of geleideliJK gaat)
  30. uitlekken (=als iets ongewenst publiekeliJK bekend wordt)
  31. wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkeliJK gaande is.)
  32. een zuiver geweten is het beste oorkussen. (=als je eerliJK bent slaap je gerust)
  33. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnliJK ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  34. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindeliJK klaar)
  35. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeiliJK)
  36. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogeliJKheden)
  37. wie gekheid zaait zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikeliJKe dingen doet krijg je ook ongebruikeliJKe resultaten)
  38. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkeliJKer verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkeliJKer de eigen problemen/ellende te dragen)
  39. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkeliJK boos worden)
  40. wie vuur eet schijt vonken (=als men iets gevaarliJKs onderneemt krijgt men nare gevolgen)
  41. recht door zee gaan (=altijd eerliJK blijven/zijn)
  42. met alle winden draaien (=altijd iedereen geliJK geven)
  43. met alle winden meedraaien (=altijd iedereen geliJK geven)
  44. met alle winden waaien (=altijd iedereen geliJK geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  45. armoe met eren kan niemand deren. (=arm zijn is niet erg als je maar eerliJK bent)
  46. van leer trekken (=beginnen met vechten, duideliJK laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  47. in ogenschouw nemen (=bekiJKen)
  48. wie hoog klimt kan laag vallen (=belangriJKe zaken snel kwijt raken door kleine dingen)
  49. kijken als Jonas in de walvis (=benauwd kiJKen)
  50. geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel iemand niet om hun uiterliJK.)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen