Tog als dialectwoord
toch (Evergems)  

Spreekwoorden en zegswijzen
• daar geboren en getogen (=daar geboren en opgegroeid)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  • Tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen
  • trein - Voorbeeld: ‘De tog kwam eindelijk heel zoetjes binnengereden, zonder gerucht, en hij joeg een gulpe of twee witte rook in de pinkelende blauwe hemel’
  • [Afkortingen in de zorgsector] Tariefinformatiesysteem Organen Gezondheidszorg
  • Afkortingen voor wetten en regelingen: Tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen
  • Een eenheid die in Europa voor de isolerende eigenschappen van punten zoals slaapzakken wordt gebruikt. Het wordt bepaald in de Britse Normen BS 47451990 en BS 53351991.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met Tog:
togatogatustogesTogoërTogoleesTogoleseTogoosTogose

Deze woorden eindigen op Tog:
hertoggroothertogaartshertog

Op andere websites
Zoek Tog in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek Tog op Google
Zoek Tog op Woordenlijst.org
Zoek Tog in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek Tog op Wikipedia