de hertog

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['hɛrtɔx]
Verbuigingen:  hertog|en (meerv.)

hoge adellijke titel, verleend aan veldheren en hofdignitarissen geschiedenis
Voorbeelden:  `Oorspronkelijk was een hertog een legeraanvoerder bij de Germanen.`,
`Nederland heeft geen hertogen meer, de Belgische koning is hertog van Brabant.`

© Kernerman Dictionaries.

11 definities op Encyclo
  1. iemand met een adellijke titel vb: de hertog woont op een landgoed
  2. bestuurder, door overerven van een groot deel van het land, lid van de adel van dat land. in het Frankische rijk aanvoerder van de heerban (het leger van de leenmannen) i...
  3. Let op: Spelling van 1858 oorspronkelijk de aanvoerder van een heir of leger; later onafhankelijke en erfelijke leenbezitter
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), [oudtijds] ) aanvoerder, bevelhebber; (thans) hoogadellijke titel; titel van eenige souvereine vorsten. ~DOM, o. (men), gebie...
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Hertog``] Het woord H. beteekende aanvankelijk den legeraanvoerder bij de oude Germaansche volksstammen; bij de meesten daarvan, we...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hertog:
hertogdomhertogenhertoginhertoginnen

Deze woorden eindigen op hertog:
aartshertog

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hertog (landsheer)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `hertog` kennen.