• pimpelpaars met een goud randje (=met ondefinieerbare kleur) • op je duimpje kennen (=heel goed kennen, van buiten weten) • na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest) • met vlag en wimpel slagen (=met een zeer goede beoordeling slagen) • geen krimp geven (=niet opgeven, doorgaan zonder te klagen) Toon alle 7 spreekwoorden die IMP bevatten