Spreekwoorden met `pré`

Zoek

29 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pré`

  1. acte de présence geven (=ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent)
  2. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
  3. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  4. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
  5. de kan aanspreken (=drinken)
  6. de pret alleen hebben (=iemands plezier bederven)
  7. de prins spreken (=dronken zijn)
  8. een Pietje precies (=iemand die de dingen altijd heel precies wil doen)
  9. een sigaar uit eigen doos presenteren (=iemand iets aanbieden dat in feite door de ontvanger zelf is betaald)
  10. een spreekwoord is een waar woord. (=spreekwoorden bevatten vaak waarheden of nuttige lessen waar je van kunt leren)
  11. er is een tijd van spreken en er is een tijd van zwijgen. (=soms is het beter om niets te zeggen)
  12. er niet van kunnen meespreken (=er niets over weten)
  13. er zijn altijd meer zwijgers dan sprekers (=lang niet iedereen komt altijd voor zijn mening uit)
  14. geen spreker die een zwijger verbetert. (=als je niets zegt zeg je niets verkeerds)
  15. het bloed spreekt (=de familieband doet zich opmerken)
  16. iemand de rekening presenteren (=iemand de kosten ten laste brengen (ook figuurlijk))
  17. iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
  18. iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
  19. iets prediken/verkondigen (=iets luid, voor iedereen, verkondigen)
  20. je bedje is gespreid (=je komt in een situatie terecht waarin alles al voor je geregeld is)
  21. kinderen en dronkaards spreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)
  22. precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)
  23. spreek wat waar is, drink wat klaar is, eet wat gaar is. (=wees bescheiden en dankbaar voor wat je hebt)
  24. spreeuwen willen wel kersen eten, maar geen bomen planten. (=wel van alles willen profiteren, maar er niets voor willen doen.)
  25. uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  26. voor de ganzen preken (=aan dovemans oren zeggen)
  27. voor de vuist weg (spreken) (=zonder voorbereiden iets moeten vertellen)
  28. voor dovemans oren spreken (=spreken tegen personen die niet willen horen)
  29. wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)

125 betekenissen bevatten `pré`

  1. alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  2. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  3. van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met een verhaal)
  4. dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
  5. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
  6. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  7. roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten mislukken)
  8. oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
  9. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  10. je oren laten hangen (=depressief zijn, het opgeven)
  11. een harde noot kraken (=dingen bespreken die moeilijk liggen, een moeilijk karwei doen)
  12. een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
  13. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  14. oefening baart kunst (=door veel te oefenen verbeteren de prestaties)
  15. de derde man brengt de spraak aan (=drie hebben gemakkelijker een gesprek dan twee)
  16. het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
  17. man en paard noemen. (=duidelijke taal spreken)
  18. een Frans compliment. (=een compliment wat niet zo oprecht of positief is als het aanvankelijk leek)
  19. een oorblazer (=een kwaadspreker)
  20. schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfsprekend een goede echtgenote)
  21. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  22. het hart op de goede plaats hebben (=een oprecht en menslievend karakter hebben)
  23. een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
  24. met hem kun je gaan vissen (=een prettig persoon in de omgang)
  25. een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  26. een broodje aap (=een verzonnen verhaal dat als waarheid wordt verspreid.)
  27. het ijs breken / het ijs is gebroken (=een vriendelijk gesprek op gang brengen na een kil begin)
  28. je woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
  29. geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
  30. er geen woorden aan vuilmaken (=er niets eens over spreken)
  31. over het paard tillen (=er te veel goeds van zeggen / verwend en geprezen zijn)
  32. het hoofd stoten (=ergens onprettig tegen aan lopen)
  33. geluk en glas breekt even ras. (=geluk is niet vanzelfsprekend)
  34. een goed mondstuk hebben (=goed kunnen spreken)
  35. goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
  36. gouden handdruk (=grote afscheidspremie)
  37. over de tong gaan (=het onderwerp van gesprek zijn)
  38. iets naar zijn hand zetten (=het precies (laten) doen zoals hij wil)
  39. in de roos schieten (=het precies goed raden/doen)
  40. die heeft een graat in z`n keel (=hij is (spreekt) bekakt)
  41. zijn mond gaat als een lazarusklep (=hij spreekt altijd)
  42. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  43. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen prestaties)
  44. iemand aanschieten (=iemand aanspreken)
  45. een Pietje precies (=iemand die de dingen altijd heel precies wil doen)
  46. een man van de klok zijn (=iemand die steeds precies op tijd is)
  47. iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
  48. iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
  49. iemand een kool stoven (=iemand op een onprettige manier ertussen nemen)
  50. iets in de groep gooien (=iets in een groep bespreken)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen