Spreekwoorden met `kte`

Zoek

12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kte`

  1. akte van iets nemen (=er nota van nemen - onthouden)
  2. de lepelziekte hebben (=weinig eten)
  3. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  4. een ongelikte beer (=een onbeschofterik)
  5. een ziekte komt te paard en gaat te voet (=men wordt snel ziek maar genezen duurt lang)
  6. een ziekte komt te paard en gaat te voet. (=snel ziek worden, maar langzaam genezen)
  7. haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  8. het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de dokter te moeten)
  9. je op de vlakte houden (=je niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
  10. met het water voor de dokter komen (=zeggen wat je bedoelt)
  11. van alle markten teruggekomen zijn (=nergens voor deugen)
  12. van alle markten thuis zijn (=veel kunnen en handig zijn of veel weten)

47 betekenissen bevatten `kte`

  1. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  2. als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is springen kinderen of ondergeschikten uit de band)
  3. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  4. de wind eronder hebben (=de ondergeschikten hebben angst)
  5. de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  6. er de wind onder hebben (=de schrik erin hebben zitten bij ondergeschikten)
  7. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken)
  8. een doos van Pandora zijn (=een bron van problemen, ellende, ziekte en misère zijn)
  9. een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
  10. de lange weg maakt een moede man (=een langdurige ziekte leidt tot uitputting)
  11. tweede viool spelen (=een ondergeschikte rol spelen.)
  12. het hart op de goede plaats hebben (=een oprecht en menslievend karakter hebben)
  13. de wolf/vos ruilt wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandert nooit)
  14. de aard van het beestje (=het karakter van iemand)
  15. een aardje naar zijn vaartje (=het karakter van zijn vader hebben)
  16. een zoon van zijn vader zijn (=het karakter van zijn vader hebben)
  17. een vogel kent men aan zijn veren (=het uitwendige zegt ook iets over de aard, het karakter)
  18. het muist al wat van katten komt (=ieder volgt zijn karakter)
  19. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt gebruik van het geschikte ogenblik)
  20. bij het scheiden van de markt leert men de kooplui kennen (=iemands ware karakter blijkt pas als het erop aankomt)
  21. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  22. het zwart op wit hebben (=in geschreven of gedrukte vorm. Gedocumenteerd)
  23. semper crescendo (=in sterkte toenemend)
  24. het gelaat is de spiegel der ziel. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
  25. geen schoner gewaad als een zedig gelaat. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
  26. het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks naar de dokter te moeten)
  27. een goed hart is goud waard (=je treft niet snel meer mensen met een goed karakter)
  28. de natuur gaat boven de leer (=men volgt eerder zijn karakter dan hetgeen men leert)
  29. het hoofd loopt me om (=niet meer weten wat te doen (bv bij drukte))
  30. door de kajuitsramen aan boord komen (=onmiddellijk bevelhebber worden, zonder eerste ondergeschikte te zijn geweest)
  31. nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk)
  32. met een hete aardappel in de keel praten (=op een bekakte manier praten)
  33. poeha maken (=overdreven doen of drukte maken)
  34. over het paard getild zijn (=te veel eigendunk hebben of een naar karakter hebben, doordat je zoveel geprezen of verwend bent)
  35. uit het goede hout gesneden zijn (=van goede afkomst zijn / een goed karakter hebben)
  36. veel geschreeuw maar weinig wol. (=veel drukte om niets)
  37. gevleugelde woorden (=veel gebruikte en breed gedragen uitspraken)
  38. veel poespas (=veel overdrijven en drukte maken)
  39. testantibus actis (=volgens de akten)
  40. op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geschikte levenspartner)
  41. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit, vrolijkheid of drukte inbrengen)
  42. de wil voor de daad nemen. (=waarderen dat het goed bedoeld is ook al pakte het anders uit)
  43. een open boek zijn (=wanneer je karakter eenvoudig te doorzien is)
  44. zachte winters, vette kerkhoven (=zachte winters geven vaak aanleiding tot meer ziekten dan strenge winters)
  45. zwaar op de hand zijn (=zeer ernstig/zwaarmoedig van karakter zijn)
  46. het komt te paard en het gaat te voet. (=ziekte en ongeluk komen vaak heel plotseling, maar het duurt lang voordat men weer hersteld is)
  47. stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen