Spreekwoorden met `ANS`

Zoek


73 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ANS`

  1. aan dovemANS deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
  2. al te goed is buurmANS gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
  3. allemANS neus is geen kapstok. (=je moet niet alles aan iedereen vertellen.)
  4. allemANS raad is allemANS zot. (=volg niet blindelings het advies van iedereen)
  5. allemANS vriend is allemANS gek. (=als je iedereen te vriend wil houden, zal men misbruik van je maken.)
  6. allemANS vriend is iedermANS nar (=je kan niet voor iedereen goed doen)
  7. allemANS werk is niemands werk. (=als iedereen verantwoordelijk is, doet niemand het daadwerkelijk.)
  8. als buurmANS huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermans problemen)
  9. als de kalveren op het ijs dANSen (=nooit)
  10. als de kat van honk is dANSen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  11. als niet komt tot iet dan is het allemANS verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
  12. AmerikaANSe toestanden. (=overdreven grote en heftige situatues)
  13. andermANS boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  14. andermANS veren (=iets van een ander (andermans eer))
  15. bij elkaar flANSen (=samenrapen)
  16. buurmANS gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  17. buurmANS leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  18. daar is geen woord FrANS/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  19. dat is BeulemANS FrANS (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  20. de balANS opmaken (=kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad)
  21. de beren zien dANSen (=honger hebben)
  22. de breedste riemen worden uit andermANS leer gesneden (=het is gemakkelijk met kwistige hand te beschikken over wat een ander toebehoort)
  23. de centen dANSen hem in de zak. (=hij kan niets sparen)
  24. de dANS om het gouden kalf (=de strijd om rijk te worden)
  25. de dANS ontspringen (=niet in het onheil betrokken worden)
  26. de kan aANSpreken (=drinken)
  27. de kANS schoon zien (=van de gelegenheid gebruik maken)
  28. de muizen dANSen in het spek. (=er is welvaart)
  29. de poppen aan het dANSen (=de ruzie of problemen kunnen beginnen)
  30. de steen des aANStoots (=iets dat anderen hindert, in conflict brengt of verdeeldheid zaait)
  31. een andere toon aANSlaan (=op een andere manier tegen iemand gaan praten)
  32. een dronkemANSgebed doen (=het geld natellen (als het zo goed als op is))
  33. een FrANS compliment. (=een compliment wat niet zo oprecht of positief is als het aanvankelijk leek)
  34. een hoge toon aANSlaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
  35. een lANS breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  36. een stoelendANS (=situatie waarbij mensen van functie wisselen)
  37. een vette gANS bedruipt zichzelf (=een rijk iemand kan zichzelf redden)
  38. een vrolijke frANS zijn (=zeer opgewekt en blij zijn zonder zorgen)
  39. er SpaANS aan toe gaan (=erg wild en rumoerig aan toe gaan)
  40. goede wijn behoeft geen krANS (=iets wat goed is hoeft niet geprezen worden)
  41. HANSje in de kelder. (=de ongeboren baby)
  42. het is altijd vet op een andermANS schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  43. het is beter een andermANS hemd dan geen (=wat men niet heeft kan men desnoods nog altijd lenen)
  44. het is een SpaANS bordeel. (=het is een chaotische wanorde)
  45. het is goed riemen snijden uit andermANS leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  46. het is licht dANSen op andermANS vloer. (=geld van anderen uitgeven is makkelijk.)
  47. het levenslicht aANSchouwen/zien (=geboren worden)
  48. het TrojaANSe paard inhalen. (=ze hebben zichzelf een ramp op de hals gehaald)
  49. iemand aANSchieten (=iemand aanspreken)
  50. iemand iets aANSmeren (=iemand iets (weinig waardevols) verkopen)

58 betekenissen bevatten `ANS`

  1. voor de ganzen preken (=aan dovemANS oren zeggen)
  2. op je tabbaard/tabberd zitten (=afrANSelen)
  3. vragen kost geen geld (=al heb je weinig kANS, je kan het in elk geval maar vragen)
  4. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaANS zelf ook van)
  5. het tij wacht op niemand. (=benut kANSen voor het te laat is)
  6. vasthouden aan een strootje (=blijven hopen op een kleine kANS.)
  7. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht FrANS spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  8. het oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermANS fouten altijd wel)
  9. bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kANS dat je iemand toevallig tegenkomt is groot)
  10. er dik in zitten (=de kANS is groot dat het zo is)
  11. de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kANS niet laten voorbijgaan)
  12. aan een zijden draadje hangen (=de kANSen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
  13. fris gewaagd is half gewonnen (=de moedigste heeft de meeste kANSen om iets te winnen)
  14. het lieve leventje gaande (=de ruzie begonnen - de poppen aan het dANSen)
  15. het gras voor de voeten wegmaaien (=de woorden uit de mond nemen - alle kANSen ontnemen)
  16. je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kANS toe is)
  17. de knoop doorhakken (=een beslissing forceren. (Afgeleid van het verhaal van de GordiaANSe knoop))
  18. voor het inkoppen hebben (=een eenvoudige kANS om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander)
  19. een goed begin is het halve werk (=een goed begin vergroot de kANS op een goede afwerking)
  20. hoge ogen gooien (=een goede kANS maken op iets)
  21. alles op één kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kANS te gokken)
  22. achter het net vissen (=een kANS missen)
  23. de vogel over het touw laten gaan. (=een kANS niet benutten)
  24. er een gooi naar doen (=een kANS wagen of iets proberen te raden)
  25. een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmANSchap)
  26. een zwaar hoofd in iets hebben (=er weinig kANS in zien)
  27. de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of althANS doen alsof)
  28. dweilen met de kraan open (=geen kANS op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken)
  29. geen poot aan de grond kunnen krijgen (=geen schijn van kANS blijken te hebben)
  30. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermANS goed) / mooier voordoen dan het is)
  31. de vogel over het net laten vliegen (=goede kANSen niet aangrijpen)
  32. er een handje van hebben (=hinderlijke gewoonte, als iemand de kANS ergens toe ziet die ook nemen, een ander het werk laten doen)
  33. iemand achter de broek/veren/vodden zitten (=iemand aANSporen/opjagen / nauwlettend volgen)
  34. iemand aanschieten (=iemand aANSpreken)
  35. iemand het gras voor de voeten wegmaaien (=iemand alle kANSen ontnemen)
  36. een echte huismus (=iemand die het thuis naar zijn zin heeft, geen uitgaANStype)
  37. andermans veren (=iets van een ander (andermANS eer))
  38. als ik ze niet hoef te hoeden laat ik de ganzen ganzen zijn (=ik bemoei me niet met andermANS zaken als het niet hoeft)
  39. blijf aan jouw kantje (=je mag hem niet aanraken, hij is niet aANSpreekbaar)
  40. het ijzer smeden als het heet is (=je moet op het juiste moment de kANSen grijpen en dingen doen)
  41. als buurmans huis brand is het tijd om uit te zien. (=leer van andermANS problemen)
  42. de huik naar de wind hangen (=meeheulen - altijd andermANS standpunt volgen)
  43. een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen. (=men is geneigd andermANS spullen te misbruiken)
  44. het is goed riemen snijden uit andermans leer (=met andermANS eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  45. Parijs is wel een mis waard (=om een voordeel te behalen bij tegenstanders aANSluiten)
  46. op iemands schouders staan (=op andermANS werk voortbouwen)
  47. beidt Uw tijd, duur Uw uur (=op de toren van de Amsterdamse koopmANSbeurs)
  48. je slag slaan (=op het goede moment de kANSen benutten, bijv. dingen kopen)
  49. een nummer zijn (=van weinig betekenis zijn of althANS zo behandeld worden)
  50. goed begonnen is half gewonnen (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / Wanneer het begin van iets goed is, is de kANS groter dat het goed eindigt)

Eén dialectgezegde bevat `ANS`

  1. Arm schrap mij de wortel ANS vreet ik hem zo op! (=Hij bezit geen rode cent) (Hoogeveens)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen