Spreekwoorden met `pak`

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` pak`

  1. bij de pakken neerzitten (=geen oplossing meer zoeken, niet meer verder doen)
  2. de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende klusjes opknappen)
  3. een pak van het hart (=een grote opluchting)
  4. een pakje wordt een zakje. (=als je een probleem niet aanpakt kan het zich uitbreiden en erger worden.)
  5. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  6. ieder meent dat zijn eigen pak het zwaarst is. (=mensen overdrijven hun eigen moeilijkheden in vergelijking met die van anderen)
  7. iemand bij de lurven pakken (=iemand stevig vastpakken)
  8. je als een kat in een vreemd pakhuis voelen (=je ergens niet thuis voelen)
  9. met pak en zak (gaan) (=met veel bagage gaan)
  10. te vies om met een tang aan te pakken (=heel vies en smerig)
  11. van hetzelfde laken een pak (=dezelfde soort aanpak of respons)

18 betekenissen bevatten ` pak`

  1. van de bok (laten) dromen (=een pak slaag (laten) krijgen)
  2. over de knie leggen (=een pak slaag geven)
  3. op je baadje krijgen (=een pak slagen krijgen)
  4. alle dingen hebben twee handvatten. (=er zijn vaak meerdere manieren zijn om een situatie aan te pakken)
  5. zo glad als boter (=erg glad - moeilijk te pakken te krijgen)
  6. er van langs krijgen (=erge straf krijgen, al dan niet met een pak slaag)
  7. bot vangen (=ernaast pakken, het niet krijgen)
  8. dweilen met de kraan open (=geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken)
  9. de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
  10. iemand op de hielen zitten (=iemand bijna te pakken hebben)
  11. iemand van katoen geven (=iemand met een pak slaag of woorden straffen)
  12. met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
  13. het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
  14. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  15. bij de kladden krijgen (=te pakken krijgen)
  16. aan de haak slaan (=te pakken krijgen)
  17. de wil voor de daad nemen. (=waarderen dat het goed bedoeld is ook al pakte het anders uit)
  18. kip, ik heb je (=ziezo, dat is gelukt / ik heb je te pakken!)

Eén dialectgezegde bevat ` pak`

  1. nem! (=hier heb je het, pak aan!) (Wichels)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen