Spreekwoorden met `alles`

Zoek


50 dialectgezegden bevatten `alles`

  1. eerst de kat uut de boom kiek'n (=eerst alles rustig overzien) (Westerkwartiers)
  2. Èfkes wachte, ik kan nie hèkse! (=Wacht even, ik kan niet alles tegelijk!) (Helenaveens)
  3. ei eé geel dun utsekluts (=alles is van hem) (Sint-Niklaas)
  4. ei was alles ont bijeenkletsen (=hij goot alles bij bij elkaar) (Sint-Niklaas)
  5. ein blindj vêrke vingtj auch waal 's einen eikel (=ondanks alles zal het ooit lukken) (Weerts)
  6. ein good verke vrètj alles (=hij eet werkelijk alles, maakt hem niet uit) (Heitsers)
  7. eine bange schieter (=iemand die voor alles bang is) (Weerts)
  8. Eine kop es 'n zeef (=Hij vergeet alles) (Roermonds)
  9. eine slechte naober kan dich mèt van alles tamptere (=een slechte buur kan je het leven zuur maken (tamptere = pesten)) (Heitsers)
  10. emes ' t humme van de vot vraoge (=iemand over alles uit vragen) (Steins)
  11. en al die toestanden nog al meer (=en alles wat daar bij komt .) (Utrechts)
  12. en anders niet speesjaols (=verder alles OK) (Kortemarks)
  13. en et akepotjes (=hij neemt alles mee) (Veurns)
  14. en geel den annekensnest (=en alles wat erbij hoort) (Vels)
  15. en heel den utsekluts, den battaklang, (=met alles erop en eraan) (Waregems)
  16. en honnêd ès gënéén (=van alles) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. èn iëlke vroo stik get goeds, mér de moessët tër altijd zelf èn staeke (=aan 's mans (gods) hulp is alles gelegen) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. en utseklutse (=alles dooreen) (Veurns)
  19. ën vroo hèt vier lippe, twei vër riezing te maoke en twei vër ët wier goed te maoke (=een vrouw heeft buiten de lippen die kwaad maken nog 2 extra lippen om alles goed te maken) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. er grust in zin (=denken dat alles in orde is) (Sint-Niklaas)
  21. er sjrièfde alles biejein (=hij schreeuwde moord en brand) (Berg en Terblijts)
  22. erte make de gank, boeëne de klank en oonje de stank (=erwten zetten alles op gang; bonen veroorzaken harde winden en de uien zorgen voor de onaangename reuk) (Heitsers)
  23. ès alles gedroenke wot betaold ès (=is nu alle verteer betaald) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. Es ich alles van te veure wis, lag ich mich veur dat ich veel! (=Als je alles van te voren wist.....) (Steins)
  25. et graos wassem on de diër èn (=hij verwaarloost alles) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. faka? (=alles goed?) (Amsterdamse straattaal)
  27. fawaka? (=alles goed?) (Amsterdamse straattaal)
  28. Fiete is gekleed (=alles is klaar) (Maldegems)
  29. G'et a grief (=Je hebt alles wat je nodig hebt) (BAmbrugs)
  30. gae mótj 'm neet alles aan zien naas hânge (=je moet iemand niet alles vertellen) (Weerts)
  31. gaogut un bietje (=gaat alles goed) (Oudenbosch)
  32. gat: A oeëgen ni op a gat emmen (=Opmerkzaam zijn, alles gezien hebben) (Lebbeeks)
  33. gat: Zijn oeëgen stoin ni op zij gat (=Hij merkt alles op) (Lebbeeks)
  34. ge hoeft nè alles oet de bus te bloazen (=je hoeft niet alles te verklappen) (Budels)
  35. ge keu-t’er a orlozje zjuust op zedn (=alles stipt op tijd doen) (Kaprijks)
  36. ge ku gièèn peîrd te loîpe beslaon (=je kunt niet alles tegelijk doen) (kortemarks)
  37. ge moet ier oîgn up je gat één (=je moet hier alles in het oog houden) (Lichtervelds)
  38. Ge moet me nie in mun kroam skijte vur ik heb oitgepakt! (=Je moet me niet in de rede vallen voordat ik alles heb verteld) (Helmonds)
  39. ge moet oîgn up je gat en (=ge moet alles in het oog houden) (Kortemarks)
  40. ge most um atèèj meej alles aachternò rêepe (=je moest hem altijd met alles achterna hollen) (Tilburgs)
  41. Ge mot nie alles geloave wa ze schrijven (=Je moet niet alles geloven wat ze schrijven) (Werkendams)
  42. Ge went an allus, zelfs bonpoalen op uwe kop anspitsen (=Je kunt aan alles wennen als je maar volhoudt.) (Lierops)
  43. geel den annekkusnest (=alles of alles wat er overschiet) (Sint-Niklaas)
  44. geel den batteklang (=alles wat er is) (Sint-Niklaas)
  45. geen rauze zonder dieën (=alles heeft een keerzijde) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. geeste alles wir op ën raaj zètte (=blijf uit je neus !) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. gein licht zoenner killesjaaij (=alles heeft zijn voor- maar ook zijn nadeel) (Opglabbeeks)
  48. Geit et? (=alles goed?) (Limburgs)
  49. geit neet besteit neet (=alles is mogelijk) (Heitsers)
  50. geld dut alle deur'n oop'm (=met geld kun je alles bereiken) (Westerkwartiers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen