Spreekwoorden met `word`

Zoek




297 betekenissen bevatten `word`

  1. er in stinken (=te grazen genomen worden, er in trappen)
  2. handen tekort komen (=te weinig hulp hebben , overstelpt worden)
  3. de gebeten hond zijn (=ten onrechte worden beschuldigd)
  4. aan de galg komen (=ter dood veroordeeld worden)
  5. katjes die muizen miauwen niet (=tijdens het eten wordt er veel minder gesproken)
  6. je kunt niet met twee voeten in één sok (=twee onverenigbare zaken kunnen niet worden gecombineerd)
  7. onder de voet geraken (=uitgeput raken, ziek worden)
  8. aalmoezen geven verarmt niet (=van een aalmoes te geven wordt men zelf niet armer)
  9. arbeid adelt (=van hard te werken word je een nobeler/beter mens)
  10. de oudste moet de wijste zijn (=van het oudste kind wordt het meeste verwacht)
  11. al te goed is buurmans gek (=van te veel goedheid wordt misbruik gemaakt)
  12. vis laat de mens zoals hij is (=van vis eten wordt je niet dik)
  13. een nummer zijn (=van weinig betekenis zijn of althans zo behandeld worden)
  14. veel noten op zijn zang hebben (=veel eisen en wensen waaraan voldaan moet worden)
  15. een potje bij hen kunnen breken (=veel getolereerd worden)
  16. door de spitsroeden lopen. (=veel kritiek krijgen, gestraft worden)
  17. onder het Caudijnse juk moeten doorgaan (=vernederd worden)
  18. naai geen zakken met zijde (=verspil geen dingen aan iets wat niet wordt gewaardeerd)
  19. de aftocht blazen (=vertrekken als de situatie bedreigend of te moeilijk wordt)
  20. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  21. door het behang gaan (=voor schut gezet worden)
  22. voor de bui binnen zijn (=voordat het slechter wordt genoeg verdiend hebben)
  23. niets dan lege briefjes hebben in te brengen (=voorstellen waarvan je vooraf al weet dat deze toch niet bekeken worden)
  24. op je hoede (of qui-vive) zijn (=voorzichtig zijn omdat het niet helemaal vertrouwd wordt)
  25. waar gehakt wordt, vallen spaanders (=waar werk verricht wordt, worden ook wel wat fouten gemaakt)
  26. de moed in de schoenen doen zinken (=wanhopig worden en de moed verliezen)
  27. als de dagen lengen begint de winter te strengen. (=wanneer de dagen korter worden komt de winter eraan)
  28. strenge heren regeren niet lang (=wanneer een baas niet een beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk)
  29. kan uit Nazareth iets goeds komen? (=wanneer iemand een bepaalde opvoeding heeft gehad kan daar niks goeds van verwacht worden)
  30. uit het zicht, uit het hart (=wanneer iets niet meer zichtbaar is, wordt het vaak vergeten.)
  31. in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
  32. goed begonnen is half gewonnen (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / Wanneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt)
  33. voor halve vracht meevaren (=weinig gewaardeerd worden)
  34. wel een kwastje mogen hebben (=wel eens geverfd mogen worden)
  35. voorbij de schout zijn deur mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
  36. wat Jantje is zal Jan worden. (=wel ouder worden maar dezelfde streken houden)
  37. wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
  38. wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
  39. geduld is een schone zaak (=wie rustig afwacht wordt beloond)
  40. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  41. wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld)
  42. de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
  43. een glas op zijn tijd houdt de mot uit de maag. (=wordt gezegd door mensen die graag een borreltje lusten)
  44. stoot je hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)
  45. er onderdoor gaan (=ziek worden, bankroet gaan, oververmoeid raken)
  46. van zijn hart geen moordkuil maken (=zijn gevoelens niet opkroppen / vrijuit zeggen wat je niet bevalt / eerlijk zeggen over hoe er over iets gedacht wordt)
  47. het is of de drommel er mee speelt. (=zo veel tegenslagen dat het absurd wordt)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen