de clown

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [klɑun]
Verbuigingen:  clown|s (meerv.)

iemand die als beroep mensen aan het lachen maakt
Voorbeelden:  `circusclown`,
`Clowns bezoeken kinderen in een ziekenhuis om ze vrolijk te maken.`,
`zich als een clown gedragen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
grappenmaker hansworst harlekijn pias pierrot zot

9 definities op Encyclo
  1. • [beroep] een komische artiest, oorspronkelijk uit het circus.
  2. (Eng.) komische toneelfiguur, hansworst, voortgekomen uit de `stupidus` van het klassieke Romeinse theater, de middeleeuwse hofnar en de Arlecchino uit de commedia dell`a...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), hansworst, grappenmaker.
  4. grappenmaker met rare kleren aan en een geverfd gezicht vb: in het circus zagen we een leuke clown
  5. (Eng.) komische toneelfiguur, hansworst, voortgekomen uit de ´stupidus´ van het klassieke Romeinse theater, de middeleeuwse hofnar en de Arlecchino uit de commedia dell...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met clown:
clownerieënclowneskclownsclownseczeemclownsvis

Herkomst volgens etymologiebank.nl
clown (grappenmaker, hansworst)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `clown`.