de zomer

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  zomər]
Verbuigingen:  zomer|s (meerv.)

jaargetijde na de lente
Voorbeelden:  `’s zomers`,
`in de zomer`,
`zomervakantie`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jaargetijde

Taaladvies
Kun je spreken van een zomerende periode? Zie Zomeren

Intensiveringen
Hoe kun je zomer krachtiger uitdrukken?
hartje zomer;

12 definities op Encyclo
  • De zomer is een van de vier seizoenen in het jaar, de andere zijn herfst, winter en lente. De zomer op het noordelijk halfrond begint met het zomersolstitium en eindi...
  • De zomer is een van de vier seizoenen, door de meteorologie gedefinieerd als de maanden juni, juli en augustus op het noordelijk halfrond, en december, januari en februa...
  • •jaargetijde tussen lente en herfst.
  • jaargetijde dat loopt van 21 juni tot 23 september vb: in de zomer is het vaak warm Tegenstelling: winter
  • [Bakermat] - Zomer is een nummer van de Bakermat uit 2012. Ondanks dat het nummer in 2012 werd uitgebracht werd het door de hitlijsten pas in 2013 opgepikt. == Hitnoteri...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met zomer:
    zomeraanbiedingzomeraanbiedingenzomerachtigzomeravondzomeravondenzomerbandzomerbedzomerbloemzomerbroekzomercursuszomerdagzomerdagenzomerdezomerdenzomerdieselzomerdijkzomerdijkenzomerdrachtzomerdrachtenzomereik
    Toon alle woorden die beginnen met zomer

    Deze woorden eindigen op zomer:
    midzomer
    Toon alle woorden die eindigen op zomer

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    zomer (jaargetijde)