waaien

werkw.
Uitspraak:  ['wajə(n)]
Vervoegingen:  waaide, woei (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gewaaid (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van de wind) bewegen
Voorbeeld:  `Het waait hard.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hard waaien stormen stuiven

Spreekwoorden en zegswijzen
• met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
• laten waaien (=verwaarlozen, zich er niets van aantrekken)
• de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: (B. WAAIEN), [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] en [ongelijkvloeiend] (ik waaide of woei, heb gewaaid), waaiende verkoelen, lucht ...
  2. Let op: Spelling van 1914 sur. Zie CACAO, blz. 189.
  3. Uit `De lagere vaktalen: De spinners-en weverstaal` 1914 het drogen van het gesterkt garen met den waaier.
  4. • [onpr] [meteorologie] het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer.
  5. blazen, lucht verplaatsen vb: het waait: de bladeren vallen van de bomen laat maar waaien [laat maar zitten, praat er niet meer over]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op waaien:
aanwaaienuitwaaienuitzwaaienomwaaienopwaaienoverwaaienpierewaaienomverwaaienzwaaien

Herkomst volgens etymologiebank.nl
waaien (blazen van de wind)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `waaien` kennen.