I doorlopen

werkw.
Uitspraak:  [dorˈlopə(n)]
Vervoegingen:  doorliep (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft doorlopen (volt.deelw.)

(een opleiding) afmaken
Voorbeeld:  `de middelbare school doorlopen hebben`


II doorlopen

werkw.
Uitspraak:  [ˈdorlopə(n)]
Vervoegingen:  liep door (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is doorgelopen (volt.deelw.)

1) verder lopen;
sneller lopen
Voorbeelden:  `bij een ongeluk niet blijven kijken, maar doorlopen`,
`Even flink doorlopen, want we zijn laat.`
Antoniem:  stilstaan

2) (van kleuren) onbedoeld zich mengen
Voorbeeld:  `In de was zijn de kleuren van het overhemd doorgelopen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
avanceren doorkruisen overkijken verdergaan verlopen voortgaan

Taaladvies
Is dit juist: de te doorlopen fasen? Zie de te doorlopen fasen

4 definities op Encyclo
  • niet stil blijven staan maar te voet verder gaan vb: hij wilde niet blijven staan, hij liep door een kleur die in andere kleur overvloeit vb: de kleuren van deze trui zij...
  • •lopen tot men ergens doorheen is. •voortgaan met lopen.
  • van begin tot eind gaan vb: hij heeft de hele opleiding doorlopen
  • 1) Aanbenen 2) Aanstappen 3) Afzweren 4) Avanceren 5) Doorgaan 6) Doorkruisen 7) Doorstappen 8) Freewheelen 9) Ineenlopen 10) Overkijken 11) Stuklopen 12) Tuinen 13) Verd...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met doorlopen:
    doorlopend

    Hoe bekend is het woord?
    Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `doorlopen` kennen.