zesdelig

bijv.naamw.

1) uit zes delen bestaand
Voorbeeld:  `Ze kochten het zesdelige servies.`

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het zesdelig in de tweede betekenis erin.`


Bron: WikiWoordenboek.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `zesdelig`.