zegenen

werkw.
Uitspraak:  zexənə(n)]
Vervoegingen:  zegende (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezegend (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

de zegen geven
Voorbeeld:  `De vader zegende zijn kinderen voor hun vertrek.`
gezegend zijn met een goede gezondheid  (in het gelukkige bezit zijn van een goede gezondheid)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
begiftigen consacreren gezegentoestand heil heiligen inwijden inzegenen loven voorspoed wijden wijding zaligheid zegen zegening

5 definities op Encyclo
  1. Het inwijden of heiligen met een heilige rite; ook het bidden om God`s gunsten voor iemand. Categorie: Functionele activiteiten > religieuze functies.
  2. de gunst van God over iemand afroepen vb: de priester gaat nu de gelovigen zegenen hij is gezegend met een goede gezondheid [hij is zo gelukkig dat te bezitten] daar ben ...
  3. •de zegen geven.
  4. 1) Als gewijd prijzen 2) Begenadigen 3) Begiftigen 4) Begunstigen 5) Benedijden 6) Benedijen 7) Consacreren 8) Gezegentoestand 9) Heil 10) Heiligen 11) Inwijden 12) Inzeg...
  5. Verbinden met het goede in het vertrouwen dat God mens en dier in zijn goedheid laat delen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op zegenen:
inzegenen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zegenen (Gods gunst en bescherming overbrengen; begunstigen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `zegenen` kennen.