Spreekwoorden en zegswijzen
• t
wisten om des keizers baard
(=om kleinigheden ruzie maken)• t
wist verk
wist.
(=je schiet niets op met ruzie maken)• over smaak valt niet te t
wisten
(=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)• lege kisten, maken t
wisten.
(=bij schaarste onstaat ruzie)• een t
wistappel vormen
(=een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)Toon alle 6 spreekwoorden die wist bevatten3 definities op Encyclo
- •tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wissen. •derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wissen. •eerste, tweede en derde persoon enkelvoud verleden tijd van weten.
- [Vergeten woorden] (v.) 1) bestaan, wezen 2) aard, wezen, natuur, essentie [= IJslands vist, van wezen ‘zijn’]
- [Vergeten woorden] (v.) voedsel, voorraad levensmiddelen, provisie, proviand [van wezen ‘verbruiken, verteren’]
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met wist:
•
wist-je-datjeDeze woorden eindigen op wist:
•
onbetwist•
twist•
woordentwist•
plottwist•
godsdiensttwist•
geloofstwist•
familietwist•
erftwist•
broedertwistOp andere websites
Zoek wist in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek wist op
Google
Zoek wist op
Woordenlijst.org
Zoek wist in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek wist op
Wikipedia