de winkelhaak

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈwɪŋkəlhak]
Verbuigingen:  winkel|haken (meerv.)

1) scheur in textiel in de vorm van een rechte hoek
Voorbeeld:  `Je hebt een winkelhaak in je broek.`

2) gereedschap waarmee je rechte hoeken kunt maken
Voorbeeld:  `een stalen winkelhaak`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
haak scheur

10 definities op Encyclo
  1. Verrassend genoeg werd in de oude scheepsbouw niet alleen op het oog gebouwd, maar veelvuldig gebruik gemaakt van de rechte hoek van een winkelhaak, al of niet in combina...
  2. houten of dunne metalen constructie, waarmee een vlag uitgehouden wordt. Zie ook vleugelhek.
  3. De Franse sterrenkundige Nicolas-Louis de Lacaille, die leefde van 1713 tot 1762, heeft een groot deel van zijn leven op de sterrenwacht in Kaapstad (Zuid-Afrika) door ge...
  4. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 samenstel uit 2 vaste, aan elkaar verbonden dunne houten bladen, waarvan het eene (de aanslag) langs een bepaalde zi...
  5. [Techniek] Dit is een aftekengereedschap dat ons toelaat om haakse of rechte hoeken af te tekenen op een onderdeel van de constructie
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
winkelhaak (gereedschap)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `winkelhaak`.