de winkel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈwɪŋkəl]
Verbuigingen:  winkel|s (meerv.)

bedrijf waar je dingen kunt kopen
Voorbeeld:  `speelgoedwinkel`
op de winkel passen  (zorgen dat alles blijft gaan zoals het ging en verder niets veranderen)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
boetiek winkelzaak zaak

Spreekwoorden en zegswijzen
• werk aan de winkel zijn (=veel werk te verzetten zijn)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met winkel een ander begrip versterken?
er is werk aan de winkel;

16 definities op Encyclo
  1. gebouw waar je dingen kunt kopen vb: ze hebben een groentewinkel in de winkel staan [klanten helpen in de winkel]
  2. werkplaats
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), goederen-verkoopplaats, huis of gedeelte van een huis waar voorwerpen te koop zijn; werkplaats der ambachtslieden, fabriek; ho...
  4. •een plaats waar koopwaar wordt verkocht.
  5. 1) Affaire 2) Afzetapparaat 3) Bazaar 4) Bedrijf 5) Bedrijfspand 6) Boetiek 7) Bonnetterie 8) Broodjeszaak 9) Europese rivier 10) Handelsplaats 11) Magazijn 12) plaats in...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met winkel:
winkelbediendewinkelbediendenwinkelbediendeswinkelbedrijfwinkelcentrawinkelcentrumwinkeldewinkeldenwinkeldetectivewinkeldiefwinkeldiefstalwinkeldieveggewinkeldochterwinkeleigenaarwinkelenwinkelgalerijwinkelgalerijenwinkelhaakwinkelhakenwinkelier
Toon alle woorden die beginnen met winkel

Deze woorden eindigen op winkel:
boekwinkelbuurtwinkelderdewereldwinkelijzerwinkelkringloopwinkelnachtwinkelpapierwinkelsnoepwinkelkruidenierswinkelcampingwinkelsekswinkelbloemenwinkelwerkwinkelkledingwinkelgroentewinkelboodschappenwinkelsigarenwinkeldierenwinkelspeelgoedwinkelbelwinkel
Toon alle woorden die eindigen op winkel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
winkel (verkoopplaats)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `winkel` kennen.