de buurtwinkel
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | ['byrtwɪŋkəl] |
| Afbreekpatroon: | buurt·win·kel |
| Verbuigingen: | buurtwinkels (meerv.) |
winkel in een woonwijk of dorp voor je dagelijkse boodschappen | Voorbeelden: | `Een gezellige buurtwinkel met veel verse producten.`, `Buurtwinkels hebben het moeilijk door concurrentie van de supermarkten.` | |
3 definities op Encyclo
- 1) Kleine winkel 2) Winkel in een woonwijk 3) Wijkwinkel
- Deze winkel verzorgt de buurt of de wijk met een beperkt assortiment.
- winkel - meestal relatief klein van oppervlakte en met een beperkt assortiment - die zich richt op klanten uit de onmiddellijke buurt van zijn vestigingsplaats gebouw waarin een buurtwinkel gevestigd is
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de buurtwinkel' of 'het buurtwinkel'?
Het is 'de buurtwinkel', want buurtwinkel is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die buurtwinkel'.
Wat is het meervoud van buurtwinkel?
Het meervoud van buurtwinkel is 'buurtwinkels'. Eén buurtwinkel, twee buurtwinkels.
Wat betekent buurtwinkel?
'winkel in een woonwijk of dorp voor je dagelijkse boodschappen'
Hoe spel je buurtwinkel?
buurtwinkel spel je B U U R T W I N K E L Op andere websites
Zoek buurtwinkel in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek buurtwinkel op
Google
Zoek buurtwinkel op
Woordenlijst.org
Zoek buurtwinkel in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek buurtwinkel op
Wikipedia