het weekend

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['wikɛnt]
Verbuigingen:  weekend|s, weekend|en (meerv.)

de laatste twee dagen van de week, waarop veel mensen niet werken
Voorbeelden:  `Ik ga een weekendje kamperen.`,
`In het weekend kom ik niet voor twaalf uur uit mijn bed.`
Synoniem:  weekeinde

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
weekeinde

Taaladvies
Weekeinde / weekeind / weekend: Zijn weekeinde en weekeind correcte synoniemen van weekend?

8 definities op Encyclo
  1. periode aan het eind van de week, zaterdag en zondag vb: in het weekend heb ik tijd om uit te slapen Synoniem: weekeinde
  2. •de periode van vrijdagavond tot en met zondagnacht.
  3. 1) Deel van de week 2) Deel van een week 3) Eind van de week 4) Einde van de week 5) Naweek 6) Periode 7) Periode van twee dagen aan het eind van de week 8) Tijdsperiode ...
  4. Van vrijdag (veelal na 15.00 uur) tot maandag (veelal uiterlijk 12.00 uur) in tegenstelling tot midweek. In de luchtvaart code W voor weekendvlucht
  5. Bij pakketreis met auto men rekent in nachten te beginnen met de nacht van de dag van aankomst op de bestemming, éénweekse reis is 7, tweeweekse reis is 14, drieweekse ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met weekend:
weekenddagweekendenweekendhuwelijkenweekends

Herkomst volgens etymologiebank.nl
weekend (zaterdag en zondag)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `weekend`.