I de wacht

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [wɑxt]
Verbuigingen:  wacht|en (meerv.)

1) keer dat je iets bewaakt
Voorbeelden:  `op wacht staan`,
`Twee soldaten hielden de wacht bij de poort.`
Synoniem:  bewaking

2) personen die voor de wacht (1) zorgen
Voorbeelden:  `de wacht aflossen`,
`de wisseling van de wacht`,
`burgerwacht`
Synoniem:  bewakers

3)
iets in de wacht slepen  (iets bemachtigen, meestal na een inspanning en ten koste van iemand anders) `De film heeft twee Oscars in de wacht gesleept.`

4)
de wacht aanzeggen  (dwingen te stoppen of zich anders te gedragen) `De renner is door zijn team de wacht aangezegd.`

5)
iemand in de wacht zetten  (iemand met wie je telefoneert laten wachten zodat je een ander telefoongesprek kunt voeren)


II de wacht

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [wɑxt]
Verbuigingen:  wacht|en (meerv.)

iemand die iets bewaakt
Voorbeelden:  `De wachten voor het paleis kijken strak voor zich uit.`,
`schildwacht`
Synoniemen:  wachter, bewaker

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bewaarder bewaker cipier deurwachter garde gevangenbewaar hoeder portier post schildwacht suppoost uitkijk wachter

Spreekwoorden en zegswijzen
wachten tot je een ons weegt. (=onmogelijk lang wachten)
• in de wacht slepen (=winnen - verwerven)
• iets in de wacht slepen (=op oneerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor weinig geld)
• iemand de wacht aanzeggen (=een laatste waarschuwing geven)
• daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Van wacht zijn: Is van wacht zijn correct?

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] het opletten, gadeslaan, oppassen, waken [inzonderheid] voor de veiligheid van iets of [iemand] ). ~, (-en), plaats ...
  2. het wakker blijven om toezicht te houden vb: wie heeft de wacht vannacht? op wacht staan [ergens staan om toezicht te houden] de wacht houden [waken]
  3. • [m] iemand die tot taak heeft iets te bewaken. • [f] - [m] een tijd waarin men de taak heeft iets te bewaken.
  4. afgesproken woord of gebaar dat goed onthouden moet worden omdat er daarna iets speciaals moet gebeuren, bijvoorbeeld een verandering van het licht of de opkomst van een ...
  5. Def.: de tijdsindeling aan boord van een schip of de indeling van bemanning in groepjes die achtereenvolgens het werk aan boord verrichten. Toelichting: Er zijn zes wacht...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met wacht:
wacht afwacht inwacht opwachtenwachten voorwachtengelwachterwachterswachtgeldwachtgeldregelingwachtgelopenwachthuisjewachtkamerwachtkamerswachtlijstwachtlijstenwachtlopenwachtpostwachtrijwachtte
Toon alle woorden die beginnen met wacht

Deze woorden eindigen op wacht:
afgewachtburgerwachtgewachtingewachtkustwachtlijfwachtloop wachtstrandwachtonverwachtnachtwachtopgewachtfietswegenwachtantikraakwachtlangverwachtwegenwachtrijkswachtkraakwachtschildwachtparkeerwachtstadswacht
Toon alle woorden die eindigen op wacht

Herkomst volgens etymologiebank.nl
wacht (het waken; groep personen die waakt)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `wacht`.