vullen

werkw.
Uitspraak:  ['vʏlə(n)]
Vervoegingen:  vulde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gevuld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

vol maken
Voorbeelden:  `de gieter vullen met water`,
`Ik vul mijn dagen met telefoneren.`,
`een gevuld programma`,
`Die soep vult.`
tot de rand gevuld  (helemaal vol)
je zakken vullen  (jezelf verrijken (ten koste van anderen)) `Corrupte ambtenaren vullen hun eigen zakken met het verkopen van vergunningen en het innen van boetes.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bijvullen dempen farceren opvullen plomberen volgieten volgooien volmaken volplempen volschenken volstorten legen (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• praatjes vullen geen gaatjes. (=met praten alleen komt men er niet, er moet ook wat gedaan worden)
• het vat der Danaïden vullen (=nooit klaar komen met het werk)
• een put maken om een andere te vullen (=met de ene lening de vorige afbetalen)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. Het inbrengen van materiaal in een gat, een scheur of een holte. Categorie: Procédés en Technieken > additieve- en verbindingsprocédés en -tec...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik vulde, heb gevuld), vol maken; opvullen; (zeew.) de wind vult de zeilen (doet ze opstaan).
  3. er zoveel in doen dat er niets meer bij kan vb: hij vult het kopje met koffie Tegenstelling: legen
  4. •vol maken. •opvullen.
  5. (Bij schilderijrestauratie:) Het opvullen van plekken op het schilderij waar originele verf verloren is gegaan. Dit vulsel moet gelijk liggen met de originele verflaag,en...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op vullen:
aanvullenbijvulleninvullenopvullenvakkenvullenvervullenzakkenvullen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vullen (vol maken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vullen` kennen.